Mindstuff

Ontspanningsoefening 1: de juiste ademhalingSchuif je stoel een stukje van het buro af en voel hoe je billen, bovenbenen en rug contact maken met de stoel. Meestal adem je aan een buro alleen met je borst. Een volledige ademhaling bestaat uit een inademing die je begint door je buik uit te zetten, vervolgens via de middenrif naar je borst.Bij een volledige ademhaling worden nagenoeg je longen in 1 keer geheel gevuld met zuurstof. Hierdoor krijgen al je vitale organen extra zuurstof.Als je volledig hebt ingeademt, houd je drie seconden je adem in, voordat je via je mond uitademt. Doe de volledige in – en uitademing 10 keer.
Ontspanningsoefening 2: Nek – en schouderspieren aanspannen en ontspannenZit je nog steeds een stukje van je buro af? Mooi zo. Zorg ervoor dat je voeten goed contact maken met de vloer. Leg beide handen te rusten op je bovenbenen.Terwijl je inademt, trek je je schouders zover als mogelijk omhoog, tussen je oren. Als je niet verder meer omhoog kunt, wacht je 3 seconden, voordat je je schouders weer naar beneden laat vallen.Doe dit 5 keer, voordat je aan de volgende oefening begint.
Ontspanningsoefening 3: Nekspieren masserenJe hoeft hiervoor geen collega te vragen of hij/zij genegen is.. Nee, je kunt eenvoudig je eigen nekspieren masseren.Ga met je linkerarm achter je hoofd langs en pak met je linkerhand je nek vast. Kneed nu met je vingers je nek, onder je achterhoofd en naar rechts toe tot aan je rechtersleutelbeen.Doe dit 1 minuut en wissel dan van arm, dus ga met je rechterarm achter je hoofd langs en pak met je rechterhand je nek vast.Kneed weer met je vingers je nekspieren, tot aan je linkersleutelbeen.
Ontspanningsoefening 4: Nekspiermassage door draaien van hoofdBreng voorzichtig je hoofd naar achteren, in je nek. Draai vervolgens je hoofd naar rechts, totdat je rechterwang je rechterschouder aanraakt.Waarschijnlijk voel je nu je linker nekspier aan je linkeroor een beetje trekken. Dat is een goed teken!Houd deze stand 5 seconden vast en draai met je hoofd weer terug naar het midden en vervolgens naar links toe, totdat je linkerwang je linkerschouder aanraakt, houd weer 5 seconden vast en draai je hoofd weer terug naar het midden.Buig je hoofd nu maximaal naar voren en beneden, totdat je kin je borst raakt. Houd deze stand ook 5 seconden aan en kom met je hoofd weer terug in de normale stand.
Ontspanningsoefening 5: Laat je handen wapperen!Nu je de nek en schouders goed heb ontspannen, wordt het tijd je handen eens onder de loep te nemen. Door al dat getik op het toetsenbord, gaan je vingers, de palm van je handen en je polsgewrichten gespannen en stijf aanvoelen.De volgende oefening zorgt ervoor dat de doorstroming weer op gang komt en vermoeidheid in handen en onderarmen oplost.Terwijl je op je stoel zit breng je je armen ter hoogte van je borst in gebogen stand. Wapper nu je handen een tijdje ( 1 0f 2 minuten ) , net zolang totdat er in de vingers een tintelend gevoel ontstaat.Je schudt letterlijk de vermoeidheid uit je vingers!
Het resultaatDoe deze oefeningen 1 keer in de naochtend en 1 keer in de namiddag. Je zult merken, als je de oefeningen consequent blijft doen, je na twee weken minder last hebt van vermoeidheid in nek, schouders, armen en handen.
Ontspannen is belangrijk voor een gezond en gelukkig leven. Neem kleine momenten van ontspanning om te herstellen van dagelijkse stress. Wij hebben vijf simpeleontspanningsoefeningen voor je klaarstaan!Kom tot rust met ontspanningsoefeningenEcht ontspannen wordt steeds moeilijker in een tijd waarin alles steeds maar sneller lijkt te gaan. Toch is het van levensbelang om af en toe tot stilstand te komen en even volledige ontspanning te ervaren.Door te ontspannen krijgt je lichaam de mogelijkheid om zich te herstellen van de dagelijkse stress. Door kleine momenten van ontspanning in te bouwen (bijvoorbeeld door regelmatig ontspanningsoefeningen uit te voeren) voorkom je lichamelijke klachten en kom je bovendien beter in je vel.Hieronder vind je vijf simpele ontspanningsoefeningen die je zelf eenvoudig kunt uitvoeren. De meeste ontspanningsoefeningen kun je het beste uitvoeren op een rustige plek (zoals thuis). Sommige ontspanningsoefeningen zijn echter ook geschikt voor op je werk of zelfs in bijvoorbeeld het openbaar vervoer.Ontspanningsoefening 1: Ontspan en ervaar je lichaamIn deze ontspanningsoefening leer je om zonder te oordelen iedere sensatie in je lichaam te ervaren. Ga rustig liggen op de grond, sluit je ogen en ontspan jezelf.Verplaats je aandacht naar je lichaam. Voel hoe je lichaam op de grond drukt. Adem rustig in en uit, en voel hoe je bij iedere uitademing verder in de grond zakt. Neem je tijd.Zodra je lekker ontspannen bent verplaats je je aandacht naar je linker kleine teen. Voel hoe de aandacht naar je teen vloeit. Verplaats je aandacht vervolgens rustig naar je andere tenen, je voet, je kuiten en de rest van je been.Verplaats vervolgens je aandacht naar je andere voet, en herhaal deze stap. Verleg vervolgens je aandacht naar boven, en ‘scan’ je lichaam rustig. Voel de aandacht door je lichaam gaan, en voel hoe je bij iedere uitademing dieper ontspannen raakt. Steeds als je ergens spanning voelt zitten houd je de aandacht even stil, ontspan je deze plek en ga je verder.Deze eenvoudige ontspanningsoefening wordt ook wel de ‘bodyscan’ genoemd omdat je in gedachten je hele lichaam scant.Ontspanningsoefening 2: Aanspannen en ontspannenDeze ontspanningsoefening is geschikt voor iedereen die spanning voelbaar opslaat in zijn lichaam. Ga ontspannen zitten op een stoel. Deze ontspanningsoefening kun je ook uitvoeren op kantoor.Laat je armen langs je lichaam hangen. Bal je vuisten en span alle spieren in je onder- en bovenarmen stevig aan. Maak je spierballen zo hard mogelijk. Ontspan vervolgens weer, en herhaal deze stap zonodig.Span nu de spieren in je gezicht aan. Knijp je ogen, mond, neus en kaken samen en ontspan je gezicht na een paar tellen (doe dit bij voorkeur als er geen collega’s in de buurt zijn, het ziet er erg belachelijk uit).Span je schouders en buikspieren aan door je schouderbladen naar elkaar toe te bewegen en je buik aan te spannen. Doe je borst vooruit.Haal je schouders op en span ze stevig aan, laat ze vervolgens ontspannen zakken.Je kunt deze simpele ontspanningsoefening eenvoudig meerdere keren per dag uitvoeren op je werk of thuis.Ontspanningsoefening 3: Masseer je lichaamDoor jezelf even te masseren kun je spanningen in je lichaam snel en eenvoudig laten ontsnappen. Deze ontspanningsoefeningen kun je makkelijk uitvoeren in bed of na het douchen.Masseer je voeten door ze van bovenaf beet te pakken en met je vingers in je voetzolen te duwen. Je voeten bevatten veel zenuwuiteinden. Door je voeten te masseren kun je je hele lichaam kalmeren.Smeer jezelf na het douchen aandachtig in met bodylotion. Masseer je lichaam iets steviger dan je normaal zou doen als je bodylotion opsmeert. Beweeg met je handen steeds richting je hart.Geef jezelf een simpele hoofdmassage door met je vingertoppen cirkelvormige bewegingen te maken door je haar.Masseer zelf je onderrug, je kuiten, bovenbenen en schouders voor extra ontspanning.Je hoeft niet te wachten tot iemand zin heeft om jou te masseren om er toch de voordelen van te ervaren. Zelfmassage is dan misschien minder lekker, het helpt wel degelijk bij het afvoeren van spanning. Bovendien kun je dezeontspanningsoefeningen meestal uitvoeren waar en wanneer je maar wilt.Ontspanningsoefening 4: Concentreer je op een mantraEen mantra is een geluid of een zin die je helpt om tot rust te komen. Door voor jezelf een mantra te bepalen kun je op willekeurige momenten weer even tot jezelf komen. Deze ontspanningsoefening kun je in principe altijd en overal uitvoeren.Kies een mantra waarvan jij rustig wordt. Ga rustig zitten en luister naar je gevoel. Zeg een paar mantra’s, en merk op welke zin je het meest ontspannen maakt. Effectieve mantra’s zijn: “Ik ben liefde”“Ik ben ontspannen” of “Alles is perfect”.Zeg deze zin tegen jezelf wanneer je je gespannen voelt. Je kunt het hardop zeggen (of schreeuwen) wanneer je bijvoorbeeld in de auto zit, of het in jezelf zeggen wanneer je in openbare ruimtes bent.Stop iets in je zak dat je eraan herinnert om deze zin uit te spreken. Bijvoorbeeld een kraal of een steentje. Steeds als je je hand in je zak steekt voel je dit steentje, en zeg jij in jezelf “Ik ben liefde”.Door regelmatig een ontspannende zin uit te spreken oefen je invloed uit op je onderbewuste. Hoe vaker jij dit soort dingen tegen jezelf zegt, des te meer effect het op je hersenen zal hebben. Deze ontspanningsoefening lijkt heel eenvoudig maar hij kan bijzonder effectief zijn.Ontspanningsoefening 5: Stap in een luchtbelDeze ontspanningsoefening daagt je uit om je helemaal te verplaatsen in een situatie die heerlijk ontspannend voelt. Je kunt deze oefening overal toepassen waar je even de tijd hebt om weg te dromen (dus niet tijdens het autorijden!).Ga rustig zitten of liggen, sluit je ogen, adem een aantal keer rustig in en uit en voel hoe de spanning verdwijnt.Stel je voor dat er zich een luchtbel om je heen vormt, en voel hoe je langzaam begint te zweven.Jij kunt de luchtbel besturen. Je kiest ervoor om rustig de kamer uit te vliegen en op te stijgen. Jij kunt kiezen waar je naartoe wilt. Wat zegt je gevoel?Land rustig op de plek waar je het liefst zou willen zijn. Denk hierbij aan een rustig strand, een mooie bloementuin, midden in een oneindig grasveld, wat jou het meest ontspannen maakt.Blijf zo lang op deze plek als je wilt. Probeer de sensatie zo echt mogelijk te maken voor jezelf. Ruik de bloemen, voel de wind, hoor de vogels. Zodra je klaar bent stap je terug in je luchtbel, en laat je jezelf terug naar de realiteit vliegen.Het is soms heerlijk om gewoon even weg te dromen. Door de visualisatie zo echt mogelijk te maken voor jezelf kan deze ontspanningsoefening je echt nieuwe energie geven. Lukt het de eerste keer niet zo goed? Geen zorgen, visualisatie kun je trainen. Je zult zien dat deze ontspanningsoefening de volgende keer een stuk eenvoudiger is!Meer ontspanningsoefeningenDe bovenstaande ontspanningsoefeningen helpen je op een simpele manier lekker te ontspannen. Wil je kennismaken met meer ontspanningsoefeningen? De onderstaande boeken bevatten tientallen verschillende ontspanningsoefeningenvoor elke situatie en elke gelegenheid!


Visualiseren kun je lerenvan lifehacking.nl door Bert PlatWie zich een beetje in de literatuur verdiept rondom het verschijnsel “succes” krijgt al snel mee dat het erg belangrijk is dat je dat succes voor jezelf goed ‘visualiseert’. Het lijkt er soms op dat, als je maar in staat bent om in je hoofd het beeld te scheppen van het gewenste succes, dat doel al zowat behaald is.“Visualize” door Paul HammondHet ligt wat subtieler — zoals gewoonlijk — maar dat het helpt om vooraf de wedstrijd, presentatie, of sales pitch mentaal te oefenen wordt inmiddels wel algemeen aanvaard.Maar hoe leer je dat eigenlijk, visualiseren? Het klinkt op zich als iets heel eenvoudigs, maar ook eenvoudige dingen moet je leren, en soms heb je daar nooit voldoende aanleiding voor gehad.Daar komt nog bij dat het woord ‘visualiseren’ een aantal van ons op het verkeerde been zet. Weliswaar is het merendeel van de mensheid visueel ingesteld, bij anderen is er een voorkeur voor een ander zintuig: het gehoor (auditief), het gevoel (kinesthetisch) en zelfs de neus (olfactorisch) en smaak (gustatoir). Als één van die je voorkeur heeft kun je wel beelden gaan zitten…, um, inbeelden, maar dat gaat nooit optimaal effect hebben.Leren visualiserenDe truc bij het leren visualiseren is domweg oefenen. Maak het jezelf daarbij in eerste instantie zo gemakkelijk mogelijk. Zet een foto van iemand voor je neer — bij voorkeur geen beroemdheid of iemand die je persoonlijk kent, zodat je werkelijk iets om te kijken hebt — en kijk er vervolgens dertig seconden naar. Vervolgens sluit je dertig seconden je ogen, en probeer je de foto weer voor je ogen te zien. Kleur haar, kleur ogen en andere voor de hand liggende dingen natuurlijk, maar wat is de vorm van het gezicht? Hoe groot zijn de oorlellen? Zijn beide neusgaten even groot? Hoe er lopende wenkbrauwen door? Probeer het zo exact mogelijk voor ogen te zien. Na deze dertig seconden doe je je ogen weer open en kijk je opnieuw naar de foto: wat klopte er, wat niet, en wat heb je nog gemist?Doe dit drie keer achter elkaar, steeds met dezelfde foto.De volgende dag doe je hetzelfde, maar dan kijk je twintig seconden en sluit je veertig seconden je ogen. En zo verleng je steeds de tijd die je besteed aan het reproduceren van de foto.Als je dat eenmaal in de vingers hebt (dat is overigens een uitdrukking voor mensen met een kinesthetische voorkeur) dan doe je hetzelfde maar dan niet meer met een foto: in plaats daarvan haal je het gezicht voor de geest van iemand die je regelmatig ziet. Ook weer: dertig seconden ogen dicht, en probeer die persoon zo compleet mogelijk voor je te zien. Zorg ook hierbij voor korte rustperiodes, want als je dit goed oefent zijn je hersens hard aan het werk.Binnen een week zul je zien dat het vermogen om het beeld zo compleet mogelijk vast te houden beter wordt. Daarna kun je dat verder uitbouwen door het langer vast te houden, beweging toe te voegen en er uiteindelijk dingen bij te verzinnen.Niet visueel ingesteld?En hoe zit dat als je niet visueel ingesteld bent? In principe is het proces in alle gevallen hetzelfde: je begint met de registratie van iets fysieks, en vervolgens probeer je dat we voor de geest te halen. Voor auditief ingestelden kan het in eerste instantie gaan om (de karakteristieken van) een stem, compleet met ademhaling, bijvoorbeeld. Kinestheten kunnen van start gaan met een geruwd stuk stof, of de gladheid van een tafelblad. Met mensen met een gustatoire of olfactorische voorkeur heb ik te weinig te maken gehad, maar misschien dat iemand een suggestie in de opmerkingen hieronder kan plaatsen.Overigens — wat ook je voorkeur heeft, hoe meer zintuigen je in weet te zetten bij het “visualiseren” hoe effectiever het resultaat is. Het heeft dus sowieso zin om op den duur ook de niet-voorkeur zintuigen te gebruiken, en daar kun je bovenstaande handleiding dan ook voor gebruiken.Hoe completer je ‘visie’, hoe effectiever de uitvoering.
Plan ook eens tijd in om je werk slimmer te gaan plannenvan lifehacking.nl door Bertine ZoonWaarom het zinvol is om zo nu en dan kritisch naar je eigen manier van plannen te kijken? Twee redenen: omdat je misschien wel weet dat dingen slimmer kunnen, maar je gunt jezelf er in de waan van de dag geen tijd voor om dit daadwerkelijk te gaan doen, of omdat je gewoon niet weet dat dingen handiger anders kunnen. En dus geef ik je graag de vijf grootste eye-openers (volgens mijn workshopdeelnemers) om heel gemakkelijk slimmer met je tijd om te gaan door beter te plannen. Goed plan…?1. Post en email is ook werk
Mails en papier krijgen we allemaal te verwerken. Dus, waarom plan je dan ook geen ruimte in je agenda in om dit dagelijkse ritueel af te handelen? Bepaal hoeveel tijd je hiermee gemiddeld bezig bent en reserveer dagelijks deze tijd in je agenda. Als je langer dan een half uur nodig hebt kan het handig zijn om twee tijdsblokken van bijvoorbeeld een half uur verspreid over je werkdag te reserveren. Zo kan je in de ochtend en middag je (digitale)post lezen (en natuurlijk meteen afhandelen!).2. Cluster gelijksoortige werkzaamheden
Afwisseling lijkt leuk, het kost echter vooral veel energie en tijd. Handel daarom dezelfde soort werkzaamheden achter elkaar af. Verzamel al je telefoontjes en bel in één keer. Verwerk op één moment in de maand je declaraties of maak een lijstje van (kantoor)spullen die je nodig hebt en bestel ze in één keer.3. Niet in te plannen werkzaamheden inplannen
Heb je regelmatig te maken met onverwachte klussen die vervolgens je hele dagplanning omver gooien? Neem ze op in je dagplanning! Bepaal per dag hoeveel tijd jij gemiddeld kwijt bent aan niet geplande verstoringen. Het moet dan uiteraard wel gaan om verstoringen die bij de kerntaken van jouw functie horen. Stel je hebt dagelijks 45 minuten nodig om ad hoc werkzaamheden te doen. Zorg er dan ook voor dat je dagelijks deze tijd in je agenda vrijhoudt.4. Vergadertijd = voorbereiden + reizen + overleggen + reizen + afhandelen
In de meeste agenda’s staat tijd gemarkeerd voor het bijwonen van vergaderingen. Maar, naar een vergadering gaan neemt toch meer tijd in beslag? Vergeet dus niet om ook tijd in te plannen voor reizen, om je vergadering voor te bereiden of om na afloop direct korte klussen af te handelen. Hiermee voorkom je dat je van vergadering naar vergadering rent zonder voorbereiding of gedane acties.5. Vraag bedenktijd
Als iemand je uitnodigt of vraagt om een dienst, vraag dan bedenktijd. Zo voorkom je dat je ‘ja’ zegt tegen dingen die je niet wilt of waar je geen ruimte voor hebt.
van lifehacking.nl door Arjan BroereHoewel wetenschappers al zo’n 80 jaar weten hoe de hommel vliegt blijft het een mooi verhaal. Volgens berekeningen kon de hommel niet vliegen. De vleugels waren te klein of het lijf te groot of allebei. Waarom het wel kan ligt iets ingewikkelder, bleek achteraf. Het idee is prachtig dat iets kan en dat iedereen weet dat het kan maar dat het niet bewezen kan worden. Zoals uit tests kan blijken dat een medicijn werkt, zonder dat iemand precies weet waarom. Dat is een aanstekelijk uitgangspunt. Geen paralysis by analysis maardoen wat werkt.Two words: Stop it!De therapeut uit de vijf minuten therapie pakt therapie met een aanstekelijke heldere aanpak aan. Hou gewoon op met bang zijn, piekeren, … Geen gegraaf of geanalyseer. Gewoon ophouden. Uiteraard werkt deze aanpak niet bij alle problemen. Wie zijn leven lang bang is, zal niet na 5 minuten ermee ophouden. Maar het idee om problemen zo licht mogelijk aan te pakken is aantrekkelijk.
UitklappenTherapeut: Stop it!Client: I can’t. It’s been with me since (…)Therapeut: No, no. We don’t go there. Just stop it.Het is interessant te zien hoeveel lastige kwesties met een onbevangen “stop it” op te lossen zijn. Het zal niet bestand zijn tegen mensen die om politieke redenen dwars liggen of met een geheime agenda weerstand anders uiten dan dat ze feitelijke vinden. Maar ook in die gevallen kan de oplossing in eerste instantie zijn om niet ingewikkelder te doen, dan nodig. Oplossingsgericht werkenAnalyse kan zaken ingewikkelder maken. Stel dat je zenuwachtig bent voor presentaties en iemand gaat je coachen. Stelt zo iemand vragen als:Waarom ben je zenuwachtig?Waar ben je bang voor?Heb je dat al lang?Wat voel je als je zenuwachtig bent?dan is de kans klein dat je je al meteen beter voelt. Het probleem is massief aanwezig. Vergelijk het eens met onderstaande vragen:Wanneer vertel je ontspannen?Wat was de leukste presentatie die je gegeven hebt?Wat is het grootste compliment dat je voor presentaties hebt gekregen?Wanneer presenteer je ontspannen?Met name de vragen die in kaart brengen wanneer het goed gaat, zijn de vragen die tot de simpelste oplossing leiden: doe dat meer! Een beroemde vraag uit oplossingsgericht werken is bijvoorbeeldGeef jezelf eens een rapportcijfer tussen de 0 en de 10 voor je presentaties.Ongeacht welk cijfer iemand geeft, kan de vervolgvraag zijn:Waarom is het ál dat cijfer?Een vraag die iemand dwingt vast te stellen wat al allemaal lukt en als basis kan dienen voor verdere groei. Daarna kan de vraag zijn wat je moet doen om het rapportcijfer met een half of een heel punt te verhogen. Wat voor concreet gedrag is dan nodig. Dat is nadrukkelijk niet verplicht positief denken of alles rooskleurig maken. Het is eenvoudigweg de focus op de oplossing liever dan het probleem of de analyse. In discussieHet idee achter Stop it! of zoeken naar wat wél werkt is dat je in discussie gaat met opvattingen of overtuigingen. Stel dat je innerlijke stem zegt dat je iets niet kan of moet doen of dat iets eng is, dan kun je die stem bedanken voor de waarschuwing maar vaststellen dat het wel los zal lopen. Lees meer op:Oplossingsgericht managementvan Coert Visser of het boek van Coert Visses: Doen wat werktRET (=rationeel emotieve therapie) of de uitleg in dit hoofdstuk uit Het psychologisch modellenboek Illustratie Finur Malmquist op Flickr

Versterk je veerkracht op vier verschillende gebieden

Janine Sterenborg, 4 september 2012 in Persoonlijke ontwikkeling | Reageer

Dagelijks je veerkracht op vier gebieden versterken zorgt ervoor dat je beter weet wat je wilt in je leven, je minder spijt hebt, en het voegt ook nog eens tien jaar aan je leven toe. Althans, volgens Jane McGonigal. Na een zware hersenschudding ontwikkelde de game designer een spel om ‘haar hersenen beter te maken’, en het werkte. Niet alleen bij haar, maar ook bij anderen. Na onderzoek kwam ze erachter dat het spel te maken had met veerkracht op vier gebieden: fysiek, mentaal, emotioneel en sociaal. 

Jane legt in haar speech aan de hand van wetenschappelijk onderzoek uit wat je kunt doen om op de vier gebieden je veerkracht te versterken:

Fysieke veerkracht
Die is voorspelbaar: bewegen. Als je niet stil zit, ben je de gezondheid van je hart, je longen en hersenen aan het verbeteren.

Mentale veerkracht
Een simpele taak als het twintig keer knippen van je vingers is al een boost voor je mentale veerkracht. Doe je dagelijks een dergelijke taak ononderbroken, dan krijgt je meer focus, discipline, doorzettingsvermogen en wilskracht. Wilskracht werkt als een spier, hoe meer je het traint, hoe sterker het wordt. Met een simpele taak kun je dus al je wilskracht versterken.

Emotionele veerkracht
Als je per negatieve emotie drie positieve emoties kun ervaren, verbeter je je gezondheid en ontwikkel je de mogelijkheid om ieder probleem dat je tegenkomt op te lossen.
Een simpele manier om een positieve emotie te ervaren is door een raam kijken: als je buiten bent, kijk je ergens naar binnen en andersom.  Ook kun je op Google zoeken naar schattige baby-dieren. Heel simpel, maar te zien aan de reacties die Jane uit de zaal kreeg bij het tonen van een baby-olifant, zeer doeltreffend!

Sociale veerkracht
Stuur iemand een bedankje (al is het via Twitter) of schud iemands hand gedurende 5 seconden. Je krijgt hierdoor meer kracht van je vrienden, familie, buren, etc. Dankbaarheid en fysiek contact zijn de kernwoorden bij dit onderdeel.

Bekijk hier de video:

SuperBetter

Het spel dat Jane heeft ontwikkeld in deze tijd is SuperBetter. Dit spel is er op gericht om een situatie het hoofd te bieden. Het is een manier om je bovenstaande vier punten te versterken, het helpt je je kracht te vinden en inzicht te krijgen in wat voor jou negatieve invloeden zijn. Het spel wordt ondersteund door onder andere neurowetenschappers. Superbetter is te vinden op SuperBetter.com en als iPhone app in de iTunes app store (gratis).
Het is wel weer een site/app waarop je je moet registreren en waarop je je voortgang bij moet houden, maar voor iemand die door een moeilijke periode gaat, kan het zeker een goede steun zijn.

Wat doet beweging eigenlijk met onze hersenen?

Door JOHAN VOETS | 2 SEPTEMBER, 2012 14:10 |Regelmatig actief bewegen  – ook wel sporten genoemd – is voor veel dingen goed. Niet alleen voor je lichaam in de vorm van het opbouwen van spiermassa of uithoudingsvermogen, maar volgens sommige mensen ook tegen depressies, geheugenverlies of zelfs Alzheimer. Maar wat brengt sporten nu eigenlijk precies teweeg in je hersenen? Waarom voelt men zich vaak tijdens of na het sporten gelukkiger dan ervoor?Ondernemer Leo Widrich – mede-oprichter van social sharing app Buffer – vroeg het zich af en ging op onderzoek uit: “I would pick up things here and there, yet really digging into the connection of exercise and how it effects us has never been something I’ve done”.Net als vele anderen dacht Widrich dat geluksgevoel bij het sporten voornamelijk te maken had met het vrijkomen van  endorphine in de hersenen. Slechts ten dele waar: “If you start exercising, your brain recognizes this as a moment of stress. As your heart pressure increases, the brain thinks you are either fighting the enemy or fleeing from it. To protect yourself and your brain from stress, you release a protein called BDNF (Brain-Derived Neurotrophic Factor). This BDNF has a protective and also reparative element to your memory neurons and acts as a reset switch. That’s why we often feel so at ease and things are clear after exercising and eventually happy.”Uiteindelijk leidt deze dans tot een enorme toename van activiteit in onze hersenen:
Wat interessant is aan het artikel van Widrich is dat hij ook is gaan kijken naar het optimaal tijdstip om te sporten in verhouding met een geluksgevoel. In zijn onderzoek stuitte hij onder andere op een rapport van Penn State University en werk van auteur Gretchen Reynolds, die hem duidelijk maakte dat dagelijks een korte bewegings spike vaakt leidt tot de beste resultaten: “All you have to do is get some focused 20 minutes in to get the full happiness boost every day”, aldus Widrich, die bevestiging vond bij de universiteit van Bristol: “On exercise days, people’s mood significantly improved after exercising. Mood stayed about the same on days they didn’t, with the exception of people’s sense of calm which deteriorated.”Voor de bankhangers onder u: jullie hebben geluk! Onderzoek heeft namelijk bewezen dat personen die (lange tijd) niet gesport hebben de grootste euforie-spike ervaren bij het starten. Het artikel van Leo Widrich is absoluut het lezen waard en bevat in meer detail de conclusies van zijn research. Je vindt het hier!

Reflectie: een belangrijke meerwaarde voor een succesvolle sportcarrière | 03-04-2012

door: Laura Jonker, Marije Elferink-Gemser & Chris Visscher

Een sporttalent is iemand die beter is in trainingen en wedstrijden dan zijn of haar leeftijdsgenoten en met de potentie om in de toekomst de top te halen.5,7 Wat is potentie en hoe kan deze waargemaakt worden? Dit artikel richt zich op het belang van efficiënt leren voor talentontwikkeling.

Een van de meest cruciale vragen in de talentherkenning en -ontwikkeling is of het mogelijk is om potentie te meten en hoe dat zou kunnen. Vaak gebeurt dit nog op basis van het huidige sportniveau. ‘De beste zijn’ bij de junioren is echter geen garantie (maar slechts een indicatie) voor toekomstig sportniveau. Om een succesvolle overstap te kunnen maken naar de senioren en ook daar bij de besten te kunnen horen, moeten sporttalenten zich voldoende verbeteren binnen een afgebakende tijdsperiode. Om voldoende te verbeteren moeten sporttalenten veel trainingsuren maken. Niet alleen het aantal uren dat besteed wordt aan trainen blijkt echter van belang, maar misschien meer nog het vermogen om binnen deze trainingen zo efficiënt mogelijk te leren om zo veel mogelijk uit de trainingstijd te halen.8,12

Zelfregulatie: bewust bezig zijn met zo efficiënt mogelijk leren

Zelfregulatie (Figuur 1) wordt in verschillende onderzoeken aangemerkt als de sleutel die leidt tot goede prestaties.2,11,13 Zelfregulatie is de mate waarin iemand metacognitief, motivationeel en gedragsmatig bezig is met het eigen leerproces,22,23 met andere woorden proactief (leer)doelen stelt gebaseerd op informatie en ervaringen uit het verleden (reflectie). Dat op basis van deze informatie en om het gestelde doel te halen een planning wordt gemaakt alvorens aan de taak te beginnen, dat tijdens het leren bijgehouden wordt of men nog op schema ligt (monitoren) en dat naderhand zowel het resultaat als het leerproces wordt geëvalueerd. In deze zelfregulatieve cyclus is het belangrijk dat iemand vertrouwen heeft in zijn of haar capaciteiten om het doel te halen en zichzelf daar ook voor in wil zetten. Binnen de talentontwikkeling betekent dit dat het gebruik van zelfregulatie niet direct leidt tot een verbetering van de sportprestatie, maar dat het van invloed is op de benadering van de trainingen en wedstrijden door het sporttalent. Zelfregulatieve vaardigheden helpen waarschijnlijk bij het verbeteren van sportspecifieke vaardigheden en het optimaliseren van de leeromgeving.

Figuur 1

Leren uit het verleden, doelen stellen en de top halen!

Sporttalenten blijken hoger te scoren op zelfregulatieve vaardigheden dan jongeren die niet zijn aangemerkt als sporttalent.11,13 Sporttalenten die geselecteerd zijn voor de selectie van Jong Oranje scoren vooral hoger op het onderdeel reflectie dan sporttalenten die geselecteerd zijn voor een regionale of districtsselectie.9 Met andere woorden, de Jong Oranje talenten nemen meer verantwoordelijkheid voor het eigen leren door vaker doelen te stellen, meer gebruik te maken van informatie en ervaringen uit het verleden waardoor zij in staat zijn om efficiënter met de trainingstijd om te gaan.9 Daarnaast blijkt de capaciteit om te reflecteren een voorspellende waarde te hebben voor het sportniveau jaren later. Sporttalenten die als junior meer gebruik maken van reflectie hebben meer kans om de seniorentop te halen dan sporttalenten die aangeven minder te reflecteren.10,12

Reflectie in de praktijk

Een schaatstalent is al meerdere keren junioren kampioen allround geworden op EKs en WKs. Omdat allrounden geen Olympische discipline is en de Olympische Spelen uiteindelijk zijn droom zijn, besluit hij om zich richting de seniorentop te richten op 2 specifieke afstanden. Hij schat in dat hij de meeste kans maakt op de 1000m en de 1500m op basis van zijn sterke en zwakke kanten en ervaringen uit het verleden. Om meer snelheid te kunnen maken op deze afstanden besluit hij te gaan trainen op zijn start en de eerste volle ronde. Daarnaast is het belangrijk om zijn techniek vooral in de bochten aan te passen en hij vraagt daarom advies aan een tweede coach die gespecialiseerd is het rijden van bochten, bijvoorbeeld een shorttrack trainer. Na een aantal maanden evalueert hij zijn progressie in techniek en in schaatstijd.

Figuur 2 toont het traject van sporttalent naar topsporter in de vier jaar voorafgaand aan de overstap naar de senioren. Op basis van ons talentsysteem, en als men zou selecteren op potentie, verwacht je van een Jong Oranje sporttalent (internationaal niveau) dat hij of zij uiteindelijk doorgroeit naar internationaal senioren niveau. En van een sporttalent dat is geselecteerd voor een regionale of districtsselectie (landelijk niveau) verwacht je dat hij of zij uiteindelijk op het op een na hoogste niveau zal gaan acteren bij de senioren. In de praktijk zien we dat dit voor circa 70% van de sporttalenten klopt. Binnen de overige 30% zien wij wisselingen in sportniveau in relatie tot het gebruik van reflectie.10 Meer specifiek blijken Jong Oranje sporttalenten die relatief laag scoren op reflectie vaak niet in staat om bij de senioren op internationaal niveau te presteren. Vooral het gebruik van reflectie in de jaren vlak voor de overstap blijkt cruciaal.10 Van het aantal sporttalenten dat daalt van Jong Oranje naar landelijk niveau, daalt 50% op het moment dat ze de overstap van de junioren naar de senioren moeten maken. Vijfentwintig procent daalt een jaar voor de overstap (Figuur 2). De scores op reflectie van deze groep ‘dalers’ zijn gelijk aan de scores op reflectie van sporttalenten in een regionale of districtsselectie die uiteindelijk bij de senioren ook in landelijke competities zullen uitkomen. Eveneens een relatief groot percentage (33%) van de sporttalenten dat van landelijk niveau stijgt naar internationaal niveau doet dit op het moment van de overstap. Deze sporttalenten scoren vaak hoog op reflectie in de jaren voordat ze de overstap moeten maken en hebben zich dus voldoende weten te verbeteren tijdens hun talentjaren om bij de senioren door te breken op het hoogste sportniveau.10

Figuur 2

Reflectie als selectiecriteria of te ontwikkelen vaardigheid?

Het is belangrijk dat trainers, coaches en scouts bekend zijn met de rol die reflectie speelt in de ontwikkeling van een sporttalent. In deze context ligt de meerwaarde van reflectie in de mogelijkheid om reflectie als onderdeel van zelfregulatie te trainen.3,16 Dit betekent dat het totale sportniveau in Nederland omhoog gebracht kan worden door sporttalenten te stimuleren om reflectie te ontwikkelen en te gebruiken. Trainers en/of coaches (hierna genoemd als trainers) moeten bekend zijn met het gebruik van reflectie van hun sporttalenten en degenen met lage scores op reflectie helpen om meer te reflecteren op het eigen leerproces. Dit kan door het sporttalent bewust te maken dat wat hij of zij moet leren niet hetzelfde is als wat een team- of trainingsgenoot uit deze training moet halen. Gezamenlijk met de trainer leert het sporttalent om doelen te stellen en op basis van deze doelen is het aan de trainer om het sporttalent te voorzien van feedback. Door de verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces bij het sporttalent zelf te leggen raakt het sporttalent betrokken bij het eigen leerproces en leert het na te denken over en verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leerproces.

Ook voor sporttalenten die hoog scoren op reflectie is het belangrijk dat zij zelf de verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leerproces.1 Wij adviseren daarom om samen met de sporter de strategie te bepalen en om sporttalenten richting het moment van de overstap te begeleiden.14 In het stimuleren van reflectie is het daarnaast belangrijk om de ontwikkelingsfase van het sporttalent in de gaten te houden.1,10 Uit onderzoek naar de hersenen is gebleken dat het hersengebied dat verantwoordelijk is voor vaardigheden zoals reflectie doorontwikkelt tot ver na het 20ste levensjaar en dat jongeren pas vanaf ongeveer 12 jaar in staat zijn om bewust te reflecteren.17-21 In deze context is het interessant om af te vragen wat het betekent voor een sporttalent om al op 16-jarige leeftijd de overstap te moeten maken naar de senioren (zoals het geval is bij turnsters).

Eigen verantwoordelijkheid

Niet alleen trainers zouden sporttalenten moeten stimuleren om gebruik te maken van reflectie op weg naar de top. Vooral ook het sporttalent zelf moet leren om na te denken over de eigen sterke en zwakke kanten, om ervaringen uit het verleden te gebruiken om doelen te stellen om te verbeteren in de toekomst. Het belang van het gebruik van reflectie is niet alleen aangetoond in wetenschappelijke publicaties,8,9,12 maar ook door de carrières van grote namen in de sport. Ruud van Nistelrooy houdt bijvoorbeeld al zijn gehele carrière een schrift bij waarin hij alle belangrijke instructies en leerdoelen opschrijft. Epke Zonderland heeft eveneens exact in zijn hoofd wat hij moet doen om een medaille te halen en is in staat gebleken om tijdens het uitvoeren van zijn oefening aan de rekstok de moeilijkheidsgraad aan te passen op basis van zijn huidige vorm en de prestatie van zijn voorgangers. Elk sporttalent moet toegroeien naar de capaciteit om te reflecteren en eveneens bekend zijn met de mogelijkheid om deze kwaliteiten ook te gebruiken voor het halen van doelen in andere domeinen zoals op school4, of na hun sportcarrière.

Conclusies

Reflectie is een belangrijke factor in de talentontwikkeling. Sporttalenten die hoog scoren op reflectie halen vaker de seniorentop dan sporttalenten die relatief laag scoren op deze vaardigheid. In de ontwikkeling van reflectie is het belangrijk om te beseffen dat de vaardigheden waarop ieder individueel sporttalent reflecteert uniek zijn, maar dat het belang van reflectie toeneemt richting het moment van de overstap naar de senioren. Reflectie is trainbaar en trainers moeten zich daarom bewust zijn van het belang van reflectie. Ze worden uitgedaagd om hun sporttalenten te stimuleren om te reflecteren. Daarmee wordt de kans dat zij hun potentie waarmaken en Olympisch Goud halen gemaximaliseerd!

Dr. Laura Jonker heeft de afgelopen 5 jaar onderzoek gedaan bij Bewegingswetenschappen Groningen (UMCG, RuG) naar sporttalenten op Topsport Talent Scholen (voormalige LOOT-scholen). Ze heeft gekeken naar hun schoolprestaties en het gebruik van zelfregulatie in de schoolsetting, maar ook het belang van reflectie als onderdeel van zelfregulatie om de top te halen in de sport. In 2011 is zij gepromoveerd op dit onderwerp. In 2012 wil zij zich richten op de implementatie van deze resultaten in de sportpraktijk. Daarnaast is zij werkzaam als onderzoeker voor de KNVB en is ze actief op een project dat jongeren stimuleert om te sporten.

Dr. Marije Elferink-Gemser is universitair docent bij Bewegingswetenschappen in Groningen (UMCG, RuG) met als thema talentonderzoek in de sport. Daarnaast is zij lector ‘Sporttalent’ aan het Instituut voor Sport en Bewegingsstudies (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen).

Prof. Dr. Chris Visscher is hoogleraar jeugdsport en directeur van het Centrum voor Bewegingswetenschappen in Groningen (UMCG, RUG). De eerste 15 jaar van zijn carrière was hij leraar lichamelijke opvoeding op een middelbare school.

Referenties

1. Ark, van., M., Elferink-Gemser, M. T., Roskam, A., & Visscher, C. (2010). Important features of talent coaches for talent development in sports. In M. J. Coelho e Silva, A. J. Figueiredo, M. T. Elferink-Gemser, & R. M. Malina (Eds.), Youth sports. Growth, maturation and talent (pp. 179-206). Outubro: Coimbra University Press.

2. Cleary, T. J., & Zimmerman, B. J. (2001). Self-regulation differences during athletic practice by experts, non-experts, and novices. Journal of Applied Sport Psychology, 13, 185-206.

3. Cleary, T. J., Platten, P., & Nelson, A. (2008). Effectiveness of the self-regulation empowerment program with urban high school students. Journal of Advances Academics, 20, 70-107.

4. De Corte, E. (2003). Transfer as the productive use of acquired knowledge, skills, andmotivations. Current Directions in Psychological Science, 12, 142-146.

5. Elferink-Gemser, M.T. (2005). Today’s talented youth field hockey players, the stars of tomorrow? A study on talent development in field hockey. Thesis Center for Human Movement Sciences, University of Groningen, the Netherlands. ISBN 90-6464-2923.

6. Elferink-Gemser M.T., & Visscher C. (2011). Who are the superstars of tomorrow? Talent development in Dutch soccer. In: Baker J, Schorer J, Cobley S, eds. Talent identification and development in sport. International perspectives. London: Routledge.

7. Elferink-Gemser, M. T., Visscher, C., Lemmink, K. A. P. M., & Mulder, Th. (2004). Relation between multidimensional performance characteristics and level of performance in talented youth field hockey players. Journal of Sports Sciences, 22, 1053-1063.

8. Ericsson, K. A. (2003). Development of elite performance and deliberate practice. An update from the perspective of the expert performance approach. In J. L. Starkes, & K. A. Ericsson (Eds.), Expert performance in sports. Advances in research expertise (pp. 49-87). Champaign, IL: Human Kinetics.

9. Jonker, L., Elferink-Gemser, M. T., & Visscher, C. (2010b). Differences in self-regulatory skills among talented athletes: the significance of competitive sport level and type of sport. Journal of Sports Sciences, 28, 901-908.

10. Jonker, L., Elferink-Gemser, M. T., & Visscher, C. (2011b). The development of reflection and attainment of senior international status in elite sports. In L. Jonker (Ed.) Self-regulation in sport and education. Important for sport expertise and academic achievement for elite youth athletes (chapter 9). Proefschrift RijksUniversiteit Groningen, 2011.

11. Jonker, L., Elferink-Gemser, M.T., & Visscher, C. (in druk a). The role of self-regulatory skills in the sport and academic performances of elite youth athletes. Talent Development and Excellence.

12. Jonker, L., Elferink-Gemser, M.T., de Roos, I. M., & Visscher, C. (in druk b). The role of reflec¬tion in sport expertise. The Sport Psychologist.

13. Jonker, L., Elferink-Gemser, M. T., Toering, T. T., Lyons, J., & Visscher, C. (2010a). Academic performance and self-regulatory skills in elite youth soccer players. Journal of Sports Sciences, 28, 1605-1614.

14. MacNamara, A., & Collins, D. (2010). The role of psychological characteristics in managing the transi¬tion to university. Psychology of Sport and Exercise, 11, 353-362.

15. Mezirow, J. (1991). Transformative dimensions of adult learning. San Francisco: Jossey-Bass.

16. Peters, E. E., & Kitsantas, A. (2010). Self-regula¬tion of student epistemic thinking in science: The role of metacognitive prompts. Educational Psychology,30, 27-52.

17. Sebastian, C., Burnett, S., & Blakemore, S. J. (2008). Development of the self-concept during ado-lescence. Trends in Cognitive Sciences, 12, 441-446.

18. Van der Stel, M., & Veenman, M. V. J. (2008). Relation between intellectual ability and Metacogni¬tive skillfulness as predictors of learning performance of young students performing tasks in different domains. Learning and Individual Differences, 18, 128-134.

19. Veenman, V. J., & Spaans, M. A. (2005). Relation between intellectual and metacognitive skills: Age and task differences. Learning and Individual Differences, 15, 159-176.

20. Veenman, M. V. J., Kok, R., & Blöte, A. W. (2005). The relation between intellectual and metacognitive skills in early adolescence. Instructional Science, 33, 193-211.

21. Zelazo, P. D., & Müller, U. (2002). Executive function and atypical development. In. U. Goswami (Ed.), Blackwell Handbook of Cognitive Development, (pp. 445-469). Malden, MA: Blackwell Publishers.

22. Zimmerman, B. J. (1986). Becoming a self-regulated learner: Which are the key subprocesses? Contemporary Educational Psychology, 11, 307-313.

23. Zimmerman, B. J. (2000). Attaining self-regula¬tion. A social cognitive perspective. In. M. Boekarts, P. R. Pintrich, & M. Zeidner (Eds.), Handbook of self-regulation, (pp. 13-39). San Diego, CA, US: Academic Press.

De zoektocht naar flow | 20-03-2012

door: Matthijs Kruk

Elke sporter herkent het: dat ene moment van totale controle. Alle stukjes van de puzzel lijken samen te komen. Je voelt een optimale concentratie, je denkt nergens meer aan behalve aan wat je aan het doen bent, de tijd staat stil en vliegt tegelijkertijd voorbij. Je bent in een flow. Als sportpsychologen krijgen wij vaak de vraag hoe je deze toestand kan oproepen. Kun je jezelf trainen in het bereiken van flow? Heb je daar überhaupt controle over en kun je dit op elk moment oproepen?

In principe is het antwoord hierop: ja. Iedereen kan flow ervaren, of het nu in sport is, op je werk of in een andere situatie. Het is wel zo dat sommige personen van nature gevoeliger zijn hiervoor, bijvoorbeeld persoonlijkheden die emotioneel stabiel en doelgericht van aard zijn. Ook lenen sommige situaties zich meer om je bevlogenheid te prikkelen, bijvoorbeeld als je iets doet waar je goed in bent of waar je plezier uithaalt.

Het grootste misverstand is dat je een staat van flow zomaar kunt afdwingen. Het is geen doel op zich, het is juist iets wat je overkomt. Het ontstaat namelijk als er perfecte balans is tussen uitdaging, vaardigheid en taakgerichtheid. Deze balans kan ontstaan door omstandigheden, maar je kunt zelf ook invloed uitoefenen op die balans.

Positieve psychologie

En dit is waar sportpsychologie voor ons om draait. Zelf word ik bevlogen van het werken met sporters om het maximale uit zichzelf te halen. Sportpsychologie draait voor mij om het creëren van de juiste mindset om voor jezelf bewuste en passende keuzes te maken. Dit kunnen kleine keuzes zijn, zoals het kiezen van de voor jou best passende routine voor een belangrijk prestatiemoment om hier vervolgens doelgericht aan te werken. Ook grote keuzes – zoals het stellen van een droomdoel dat je wilt behalen over tien jaar en er dan vol voor gaan – kunnen die focus creëren die de benodigde energie losmaakt. Bij zulke keuzes is het de kunst om enerzijds de focus op je keuze te houden en anderzijds bij het uitvoeren van die keuze in het hier en nu te blijven. Juist het doen, het daadwerkelijk uitvoeren van je sporthandelingen, is een essentiële voorwaarde om flow te kunnen bewerkstelligen.

Om de juiste keuzes te maken is het essentieel om te weten wie je bent. En dan niet zozeer wat je als sporter nog niet kan of waar je je nog in dient te ontwikkelen; een sporter moet weten wat zijn talenten zijn. Iets waar je hart sneller van gaat kloppen kan alleen maar voortkomen uit iets waar je goed in bent, waar je talent in hebt. En sporters hebben unieke talenten en kenmerken. De kunst is om die zo te gebruiken dat het leveren van prestaties en het hebben van plezier hand in hand gaan.

Daar komt nog bij dat mensen het nastreven van iets positiefs stimulerender vinden dan het voorkomen van iets negatiefs. Zo vinden sporters die wij zien flowgerichte trainingen niet alleen prettiger dan trainingen die zich richten op bijvoorbeeld wedstrijdspanning. Ook ervaren zij over het algemeen persoonlijke groei, omdat sporters meer inzicht krijgen in en controle krijgen over hun vaardigheden..

Bewuste aandacht

Het maximale uit jezelf halen draait dus om balans. Natuurlijk heeft sport alles te maken met fysieke prestaties, en ook met mentale prestaties. Het gaat er alleen om dat jij er als sporter achter komt wat jij nodig hebt om tot prestaties te komen. Dit kan ten eerste dus door bewuste keuzes te maken en hier vasthoudend in te durven blijven. In dit licht is het ontvangen van concrete en tevens eenduidige feedback op je acties belangrijk. Door de juiste feedback krijg je een groter inzicht in je sport. De sporter die wil groeien zal zich altijd open moeten stellen voor wat hij uit zijn omgeving terugkrijgt. Of dit nu een sportpsycholoog is, een coach, een medespeler of een fysiotherapeut. Dit is natuurlijk het grondbeginsel van training (technisch, tactisch, fysiek of mentaal), maar het gaat verder dan dat. Het open staan voor feedback geeft focus en leidt tot betrokkenheid bij het behalen van je doelen. De uitdaging zit in het durven kiezen en focus houden op je doelen, versus het meegaan in de waan van de dag.

Ten tweede draait alles om aandacht. Alles staat of valt met bewuste aandacht voor je taak, voor wat jij aan het doen bent. Een hockeyer in de finale van de Olympische Spelen die een strafbal moet nemen weet wat hij moet doen en hoe hij dat moet doen. Maar het bewust met één taak bezig zijn is een van de moeilijkste dingen voor een sporter. Hoe simpeler de taak, hoe moeilijker de uitvoering is. Dit komt omdat het bewustzijn niet geheel in beslag wordt genomen door de taak. Deze is immers heel –of eigenlijk té– eenvoudig.

Een taak uitvoeren zonder druk van binnenuit of afleiding van buitenaf is niet alleen voor sporters moeilijk. Probeer maar eens je gedachten en je bewustzijn te laten samenvallen als je een tomaat aan het snijden bent. Meestal jas je een tomaat in vieren en bedenk je wat je erna nog moet snijden of welke kruiden passend zijn bij het gerecht. Wat je echter ook kunt doen is je aandacht richten op het aandachtig snijden van de tomaat. Je neemt een schoon snijplankje en scherp mes, slijpt het zo nodig even bij en richt je aandacht dan op het snijden van de tomaat, rustig en zorgvuldig. Alleen het snijdende mes horen, zien en voelen vergroot al je aandachtig bewustzijn. Als een sporter op de belangrijkste momenten leert om ‘klein’ te denken, is de kans op flow al groter. Aandacht maakt alles interessanter.

De heilige graal

Voortbordurende op het bovenstaande is het voor ons als sportpsychologen lastig om een algemeen antwoord klaar te hebben op de vraag ‘hoe bereik ik flow’. Elke sporter heeft immers andere specifieke talenten, een andere geschiedenis en kijkt anders tegen situaties aan. Je kunt een sporter hier echter wel in sturen. Door een beginpunt te nemen en het einddoel voor ogen te houden, kun je samen met een sporter een weg uitstippelen die hem of haar het beste past.

Centraal daarbij is continue zelfreflectie. Is het gestelde doel wel in balans met de capaciteiten van een sporter? Misschien is een voetballer gewoonweg te traag of traint de zwemmer in een te weinig inspirerende omgeving. Je zult als sporter het gehele plaatje duidelijk moeten hebben om die juiste balans te vinden. Niet alleen fysiek of mentaal, maar ook het sociale aspect. Wordt de gekozen weg die wordt bewandeld bijvoorbeeld wel door iedereen op dezelfde manier benaderd? Of verwachten de ouders van een voetballertje andere dingen van hem dan zijn jeugdcoach? Als sportpsycholoog gaat het erom om dit proces te begeleiden. Samen met een sporter of team loop je mee op hun weg, soms wel voor meerdere jaren, tot aan de top van die berg. Om dan daar, op die top, alles samen te laten vloeien tot dat ene moment van lichamelijke en geestelijke perfectie.

Matthijs Kruk is als sport- en prestatiepsycholoog verbonden aan Sportgeest (www.sportgeest.nl). Deze praktijk verzorgt mentale training en begeleiding voor sporters. Om de holistische benadering en multidisciplinaire aanpak zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de praktijk is Sportgeest gehuisvest binnen het Sport Medisch Centrum Amsterdam aan het Olympiaplein.

Vaak wordt de sport ten voorbeeld gesteld aan het bedrijfsleven. Met als gevolg lezingen ter lering door coaches en sportleiders ten overstaan van mensen buiten de sport. In deze serie wordt de vraag omgedraaid: Wat kan de sport leren van het bedrijfsleven? Na Salem Samhoud van adviesbureau &Samhoud en Peter de Wit, senior partner van consultancybureau McKinsey & Company, nu Willem Kernkamp, directeur van Sloten Group BV.

Willem Kernkamp laat zijn armen zien. Lange, sterke armen waarmee hij hockey en waterpolo heeft gespeeld. Je zou die armen als een gift kunnen beschouwen, een meegekregen talent dat hij wist te gebruiken om uit te blinken in zijn sport – al was het op bescheiden niveau. Het talent in jezelf, dan wel als coach of bedrijfsleider, in je spelers c.q. werknemers ontdekken én ontwikkelen, daar gaat het om, zegt Kernkamp, nu directeur van Sloten Group BV. In zijn vrije tijd is hij coach van een hockeyteam, eerst van zijn zonen, nu van zijn dochter. Talenten moet je ontdekken en die dan ontwikkelen. In het team van zijn zoons speelde een jongen met wie hij eerst niet goed raad wist. Groot, sterk, corpulent, wat te traag voor de snelheid van het spel, maar erg enthousiast. Als verdediger was hij de juiste man op de juiste plek. “De aanvallers kwamen hem niet voorbij, hij had óf de bal óf de man liep tegen hem aan, zijn lichaam was een sterk wapen, zijn talent”, zegt Kernkamp met een glimlach.


Engagement
Hij trekt graag de vergelijking tussen zijn passie als sportman en zijn passie als directeur. Engagement is zijn toverwoord. “Engagement is iets persoonlijks. Jij voelt dat, jij wilt dat, jij bent dat, jij kunt wat toevoegen met jouw talenten. Mensen samenbrengen die allen geëngageerd zijn en hetzelfde doel willen bereiken, elkaar respecteren, elkaar willen inspireren en er veel voor over hebben, dat is de uitdaging.”

Kernkamp zou van al zijn medewerkers graag verlangen dat zij een team van bevlogen, geëngageerde sporters vormen. “Maar het bedrijfsleven is anders dan sport. Ik kan niet op maandagmorgen alle werknemers bij elkaar roepen en zeggen:  jongens en meisjes, ga er voor! Dat kan misschien wel één keer, maar zeker niet elke dag. Veel moet uit de mensen zelf komen. Maar de een werkt misschien meer voor het salaris, de ander misschien meer voor zichzelf. Het doel kan dus per persoon verschillen. Daarom evalueren wij met ons personeel een paar keer per jaar hun individuele resultaten. Geëngageerde mensen willen iets bereiken, doen daar alles voor en proberen iedere fout te voorkomen. Fouten kun je je op hoog niveau niet veroorloven, hoewel de ene fout zwaarder wordt afgestraft dan de ander. “Een fout van een bergbeklimmer die samen met anderen de K2 bestormt, is zo rigoureus dat die fataal kan zijn. Met niet alleen de mislukking van de expeditie tot gevolg, maar zelfs de dood van vrienden. Dat is dramatischer dan de fout van Sven Kramer op de Winterspelen, maar even onherroepelijk. Een fout kan ook grote gevolgen hebben voor een bedrijf, met in het meest dramatische geval een faillissement tot gevolg.”

Het doel is een tevreden klant. Om dat te bereiken moet van alles ‘top’ zijn: de communicatie met de klant, de kwaliteit van de producten, maar ook inkoop moet op het juiste moment grondstoffen kopen, het personeel moet tevreden zijn, enzovoort. “Je moet je continu afvragen waarom je iets doet zoals je het doet. Als bedrijf, als medewerker, als sporter. Wat en wie heb je nodig om het doel te bereiken? Bij een sport is er één moment waarop het doel bereikt moet en kan worden: de wedstrijd. Dan moet het gebeuren. Bij een bedrijf ontwikkelt het doel zich steeds weer. Er is niet één doel. We stellen steeds nieuwe doelen. Alles goed doen wil ook zeggen alle mogelijkheden gebruiken, alle kennis of technologie aanwenden. Dat mis ik wel eens in de sport.”


Vernieuwing
Als je iets doet, doe het dan goed. “De weg naar de top is er een van kleine ontwikkelingen. Alle ontwikkelingen gaan altijd stap voor stap. Je kunt cursussen volgen en mensen vragen om je wijsheid en inzicht te geven.  Consultants inzetten, mensen die overal zijn geweest en processen ook elders hebben gevolgd, mensen dus die je nieuwe inzichten kunnen verschaffen. Je wilt toch het hoogste doel bereiken. Wil je dat niet, dan moet je ermee stoppen en gewoon iets anders doen.”

Kernkamp wijst op de regels én de techniek van het spel. Je hebt mensen die spelen volgens de regels, je hebt mensen die regels willen veranderen en je hebt mensen die geen regels  accepteren. “Natuurlijk  moet je je aan bepaalde regels van het spel houden. Als een bal uit is, dan is die uit. Maar vroeger had de scheidsrechter altijd gelijk en nu kan hij worden geholpen door computerbeelden. Een onjuiste beslissing kan een wedstrijd enorm beïnvloeden, vaak ten onrechte. Als je je aan de bestaande techniek en kennis van de sport houdt, is het moeilijk winnen. Dus in sport, maar ook in het bedrijfsleven, moet je zoeken naar nieuwe kennis en methoden, nieuwe manieren, naar aanpassingen die je een voorsprong op de tegenstanders geven. Het spel kun je naar een hoger niveau tillen door gebruik te maken van middelen die op andere gebieden worden gebruikt. Zoeken, nieuwsgierig zijn, open staan.”

Kernkamp wijst op een aantal vernieuwingen binnen het bedrijf. “Wij wilden een betere marketing, gewoonweg meer aandacht om ons product bekender te maken. De eerste reactie van ons personeel was: Wat komt zo’n marketingman hier doen? De tweede: Doen wij het dan nu niet goed genoeg? Voorspelbare vragen die er bovendien toe doen. Dat is het proces van vernieuwing. Dat roept weerstand op én dat vraagt om resultaat. Maar je kunt niet hetzelfde blijven doen. Slimme concurrenten gaan verder, gebruiken wel nieuwe inzichten. We hebben nu vier mn op de afdeling marketing. En daarmee komen we nog mensen tekort om aan de vraag te voldoen die vanuit alle markten waar wij actief zijn komt. Of je nu werkgever of werknemer bent van een bedrijf, dan wel coach of speler, het gaat altijd om  vernieuwing en dus om jouw nieuwsgierigheid, opnieuw die engagement dus. In het geval van de sport kan ik mij voorstellen dat spelers vooral met zichzelf bezig zijn. Het zijn dan de coach en zijn medewerkers die aan vernieuwingen moeten denken. Dat is hun verantwoordelijkheid, en daar moeten zij op afgerekend worden.”


Ruimte
Evaluatie is altijd nodig: Wat hebben wij nagelaten? Wat kunnen wij doen om nog beter te worden? In de euforie van een tweede of derde plaats, wordt dat wel eens vergeten. Dat moet voortdurend benadrukt worden, vindt Kernkamp. “Ik voel me verantwoordelijk voor dit bedrijf en haar personeel. Wij zijn onderdeel van een beursgenoteerd bedrijf, dat beoogt een steentje bij te dragen aan gezonde en voldoende voeding van mensen wereldwijd, met z’n allen. Zo’n verantwoordelijkheid en respect voor alles op deze wereld misstaat niemand. Respect, ook ten aanzien van de tegenstanders, zou topsporters passen. Vooral ook omdat wat zij doen zo zichtbaar is. Er wordt in die mensen geïnvesteerd, veel verwacht, vaak naar gekeken en dan mogen we toch hopen dat die alles uit de kast halen en het goede voorbeeld geven.”

Het werk gaat maar door, trainingen kunnen een sleur worden. Moeten we dan ook nog stilstaan bij wat we doen? We hebben het al zo druk. Kernkamp begrijpt het: “De meeste bedrijven spelen geen topwedstrijden. Spelen ze ooit een finale? , ‘de markt zat wat tegen’, ‘we zien wel over een jaar of zo’. Dat soort reacties. Als je wordt opgeslokt door de dagelijkse zaken, dan kom je niet toe aan nieuwe inzichten. Mensen maken hun hoofd niet gauw vrij in de hoop iets nieuws te zien.” “Het is de taak van een leider, coach of bedrijfsleider ruimtes te creëren in de hoofden van de mensen die je leidt”, meent Kernkamp. “En zeker ook zelf de ruimte in je eigen  hoofd vrij te maken. Eerlijk naar jezelf zijn, toegeven dat je fouten hebt gemaakt en dat je daar beter van kunt worden. Als je eerste wilt worden, moet je vooral inzicht in jezelf hebben. Ik wil open staan, ik wil het beste voor het bedrijf, onze mensen en mezelf. Dat is het uitgangspunt. Daar gaat het om bij ons in het bedrijfsleven en in de topsport. Alleen dat leidt tot continu succes.”


Dit artikel werd gepubliceerd in ‘NLCOACH’, nummer 4-2010

Evenmin als geluk is de flow – momentum waarop de zwaarste inspanning je schijnbaar moeiteloos afgaat – niet af te dwingen, maar je kunt wel voorwaarden scheppen om de absolute topvorm fysiek en mentaal met open armen te verwelkomen. Sportpsycholoog Afke van de Wouw vertelt wat je moet doen en vooral laten.

In zijn boek Flow beschrijft de in Hongarije geboren Amerikaan Mihaly Csikszentmihalyi nauwgezet hoe je meester kunt worden van de situatie. Daarbij gaat het er volgens hem onder meer om je doelen in overeenstemming te brengen met de externe omstandigheden, die juist in de topsport altijd weer anders zijn. Sportpsycholoog Afke van de Wouw benadrukt in haar praktijk deze stelling van de man met de onuitsprekelijke naam en twee decennia geleden bedenker van de term voor de optimale staat van de topper op uur U. Of je nu Marianne Timmer heet of Mark Huizinga, op de meest briljante momenten van hun sportieve loopbaan, gingen ze volledig op in de beweging die leidde tot olympisch succes. “In interviews kun je lezen,” aldus Van de Wouw, “dat het Huizinga voorkwam, als kon hij de bewegingen van zijn tegenstander in de finale ‘lezen’, alsof er sprake was van slow motion. Hij kon optimaal anticiperen. Op een vraag aan Timmer, of ze haar snelle tussentijden had gezien op weg naar goud, antwoordde ze dat de cijfers op de rondeborden haar volledig waren ontgaan. Kijk, dat zijn nu typische bijverschijnselen van de flow. De tijd lijkt wel stil te staan en je wordt ook niet echt moe. Ik heb het zelf weleens meegemaakt bij lezingen dat een heel uur leek op een paar minuten, zo goed ging het je af.”

Geen ‘niet’

Maar vast en zeker is het ook volgens Afke van de Wouw dat de voornoemde twee bloemen der natie op weg naar de voor hun belangrijke momenten even evenwichtige als realistische doelen hebben gesteld. “Ze moeten haalbaar zijn, maar tegelijkertijd uitdagend. Zet als cijfer een tien achter doel, maar je capaciteiten komen niet verder dan een twee, dan zul je nooit in de flow komen. Veel eerder in de stress. Andersom, met het hoogste cijfer voor je fysieke talenten en een één voor uitdaging, zal alleen maar leiden tot veel gapen en verveling. Je moet dus ook hier een juiste balans zien te vinden.” Weinig coaches en/of sporters zullen nog durven tegenspreken dat op de belangrijkste toernooien mentale aspecten de doorslag zullen geven. Je staat in de finale van Wimbledon, het scorebord vertelt dat je met 5-4 en 40-15 voor staat in de vijfde set en jij moet nu serveren voor de hoofdprijs. Wat moet je doen? “Je moet er in ieder geval niet aan denken hóe je de service uitvoert, maar veel meer waar je de bal wilt plaatsen. Niet denken: als ik de bal maar niet uit sla. Het woordje ‘niet’ komt vaak helemaal niet aan in de hersenen. De kans dat je de bal juist uit slaat, wordt er alleen maar groter door. Je mag sowieso geen negatieve gedachten oproepen, wil je de flow een kans geven.”

Ademhaling

Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dat weten de meeste betrokkenen natuurlijk ook wel. “Kijk,” zegt de psycholoog, onder andere werkzaam bij de professionele voetballers van VVV, met wenkbrauwen als vraagtekens, “iedereen weet natuurlijk dat je bijvoorbeeld aan conditietraining moet doen, ook al beschik je over nog zoveel talent. En de meeste sporters begrijpen ook wel dat de één van nature mentaal sterker is dan de ander. Bijna iedereen zegt dat mentaliteit de doorslag geeft op cruciale ogenblikken. Maar als je dan vraagt hoeveel tijd ze besteden aan mentale voorbereiding, komt de meerderheid uit op getallen tussen de nul en de tien procent.” Neem de rol van ademhaling, een belangrijk hulpmiddel bij hoogspanning en waarvan een goede beheersing voorwaarde is om kennis te maken met het wonder van Csikszentmihalyi. “Dat visualisatie een voorwaarde is om optimaal te presteren, weten de meeste topsporters inmiddels wel. Dat het oefening vraagt bepaalde bewegingen in te slijpen tot ze vanzelfsprekend zijn eveneens. Maar als ik aan mijn cliënten vraag waar hun ademhaling zit als het spannend is, halen de meesten hun schouders op. Bij nader inzien blijkt die ademhaling dan heel hoog te zitten, of oppervlakkig te zijn. Dus: halve longinhoud van het maximaal haalbare, minder zuurstof voor de spieren, je wordt sneller moe. Hoe mooi zou het zijn, als je de longen maximaal kunt gebruiken door juist adem te halen?”

Afke van de Wouw was er bij de Olympische Spelen in Peking getuige van hoe een Australische tennisster verzaakte op het beslissende moment. Met eigen ogen zag ze in New York Nadal kraken, alleen maar omdat het publiek massaal de zijde koos van zijn tegenstander Stich, die de eerste set met 6-0 had verloren. Door het geschreeuw van de toeschouwers leek een wonder warempel in de maak, maar het Spaanse tenniskanon van vlees en bloed vermande zich op het juiste moment.Eerder voor hetere vuren gestaan. Dat was duidelijk.

Fouten

Neen, ze hoeft niet op eieren te lopen om het profvoetballers die immers bepaald niet bekend staan om hun progressieve trainingsaanpak het belang van mentale vaardigheden duidelijk te maken en aan te leren. “Maar het scheelt wel dat de staf heel erg open staat voor deze vorm van begeleiding.” Van de Wouw doet in Venlo teamsessies en individuele consulten. “Sommige spelers neigen tot nadenken. Hoe meer je met de hersenen bezig bent over een beweging, hoe groter de kans dat je uit de flow raakt. Hoe ga je om met een fout? Wel of niet nadenken over een verkeerde bal heeft ook erg te maken met de positie. Een doelman heeft veel meer tijd tijdens de zogeheten dode momenten. Wat denk je van een golfer? En een coach kan je met een verkeerde opmerking ook uit de flow halen.” Het is, met andere woorden, vrij eenvoudig om de hoofdrolspelers op cruciale momenten van hun loopbaan van de wijs te brengen. Maar je kunt je door de juiste mentale training heel goed wapenen. Zegt Afke van de Wouw ter aanmoediging. Voor de ambitieuze topper moet het vanzelfsprekend zijn dat hij van de 10.000 uren die in de regel moeten worden uitgetrokken om de absolute top te halen, een deel reserveert voor de training van de ziel. Eelt erop? “Je moet volledig leren opgaan in de activiteit. Hoe belangrijker het evenement, hoe meer de juiste voorbereiding de doorslag zal geven. Winnen door als het ware je zelfbewustzijn te verliezen. Wel controle over de beweging. Maar door je concentratie gaat die vanzelf. De grootste fout? Door te denken. De een aan het verleden, de ander aan de gevolgen voor de toekomst. En zo word je heel gemakkelijk verdreven uit het comfortabele hier en nu van de flow.”

Dit artikel werd gepubliceerd in ‘NLCOACH’, nummer 5-2010

COACH’S NOTEBOOK – Slower but smarter

BY TJITTE WEISTRA –  – JANUARY 9, 2012POSTED IN: COACH’S NOTEBOOK

This article is dedicated to those players who have slowed down a bit due to the simple fact of ageing, but who are still competing at a high level because they manage to play smart(er).

By Tjitte Weistra, Badzine Columnist. Photos: Badmintonphoto

What Peter Gade is capable of at 35 years of age is simple phenomenal and legendary. By the way, I just wanted to make that statement, by no means do I believe that he has slowed down.
The beauty of Badminton is that a match can be won in many ways. When you are young and little you can win a match by simply being bigger or stronger, by being more consistent, by being cleverer or by having a superior technique than your opponent. As you get older and you start competing at a high international level you can expect almost all players to be physically fit, technically outstanding, mentally strong and tactically very experienced. Winning matches at that level usually comes down to tactics and pure mental toughness.

Then, when the biological clock keeps ticking on and it becomes harder to match the fitness levels of the young and upcoming you just have to play smarter. Experience can overcome lots of elements which are going against you in a game of Badminton. Speed and physical fitness can be counteracted by being smarter. How many times do we see young, fit, fast and strong players losing against older, more experienced players just because the older ones play smarter!

The change in scoring system has given the older players also a bit of a helping hand, well, in men’s singles that is, because for ladies singles the games have gotten longer. Would Peter Gade, as an example, still be able to compete with the top in the world if the scoring system hadn’t changed? Perhaps yes but it would definitely have been harder.

From my own playing experience I can say that experience combined with mental toughness can still win a lot of matches. I’m 36 now and am not feeling any faster, the body needs a lot more time to recover and when you play in team competitions which force you to play 15 matches in 5 days then a Jacuzzi and a few beers come in very handy as a recovery tool at the end of each day. Still, it surprises me how it is still possible to be competitive with much younger players with whom I could not keep up even for 100m when joining them for a run. They bench press 5x as much as I can, jump higher, sprint faster, smash harder (which is not very hard I can tell you because my smash is none existing and never has existed) but when playing a game of Badminton they somehow are not able to use all of that to their advantage. Experience and mental toughness is the only difference and perhaps deception which helps a lot in firstly making them wait and secondly they need to stretch for shots which mean it is harder for them to get me off balance with their shots which in turn mean I can use my energy very carefully.
Patience is the keyPatience, I forgot to add patience to experience, mental toughness and deception. Patience is a virtue…despite the change in scoring system many years back already, patience is still a key ingredient, patience in finding the right moment to create chaos on the opponent’s side of the court, patience in between rallies to disrupt the opponents’ rhythm, patience when the opponent is clearly in a hurry and unsettled. Patience doesn’t have to mean long rallies, but patience means being disciplined in waiting for the right moment to attack or counterattack. Patience is often a word used by former top players who have played until a late age and who have since become coaches (pictured here, Wang Chen of Hong Kong)Playing matches is now my way of training. I don’t do drills anymore, I hate drills. To get fit for Badminton I play Badminton with a little bit of running and gym now and then. I have to compete to enjoy training, I have to play regularly to keep up my game or should I say to stop it from deteriorating quickly . Don’t you just love playing Badminton???

Doe de cross recht toe

© Alex van Zaanen

De voeding ligt aan de basaIk heb al vaak geschreven over mijn bezwaar van jeugdspelers die te pas en te onpas cross spelen. De crossslagen zijn wellicht de meest belangrijke wapens, maar bij verkeerd gebruik schiet je jezelf in de voet.is van de badmintonsport. Zonder deze degelijk te plannen kan men de meest uiteenlopende prestatieverhogende middelen gebruiken zonder goede resultaten te boeken.

Het trainen van crossslagen is te vergelijken met het leren werken met een handige maar potentieel gevaarlijke machine zoals een kettingzaag om bomen mee om te zagen in je tuin. Je geeft jonge kinderen geen kettingzaag om mee te beginnen. Ze moeten eerst met een handzaag leren werken en de beginselen leren hoe ze een boom moeten omleggen.

Ook ik heb vaak leeftijden aan gegeven voor je trainingsverloop bij jeugdspelers, maar dat zet je ook direct op een pad van ontwikkeling waar vaak veel te strak aan wordt vast gehouden. Dat groepsdenken is een goed voorbeeld van opleidingen die niet met hun tijd mee gaan. Het zijn dus nu landen die deze gedachte hebben losgelaten die met hele jonge en talentvolle spelers de wereld veroveren. Landen als India, Thailand, Vietnam en Rusland in iets mindere mate zijn daar goede voorbeelden van.

De afgelopen jaren heeft de badminton dezelfde weg in geslagen als tennis, waar veel meer wordt gekeken naar waar een speler aan toe is in plaats van wat er op het programma staat voor de desbetreffende leeftijdsgroep.

De ontwikkeling van het aanleren van een cross is dus sterk afhankelijk van de mogelijkheden die de crossspeler heeft ten opzichten van de tegenstander. Ik ben van mening dat het verkeerd is dat jeugdspelers die lichamelijk niet sterk of ontwikkeld genoeg zijn beter geen cross moeten spelen ook al krijg je daar makkelijk punten mee. Het is de juiste tactiek maar past niet in de ontwikkeling. Het is dus het goede op het verkeerde moment.

De cross is de slag waar spelers naar toe werken en dat is iets wat ze van af de eerste keer dat ze een racket op pakken aan moeten denken. Omdat de spelers dat niet weten zal de trainer het moeten doen. Een jeugdspeler hoeft de tegenstander niet weg te halen uit het midden om te kunnen scoren met een crossslag. Door de fysieke onmogelijkheid is zowel de longline als het crossveld open om punten mee te maken. Door deze makkelijke manier te bewandelen en de heerlijke smaak van een makkelijk punt te proeven wordt de weg naar succes later bijna zeker afgesloten. Het grootste gedeelte van alle talentspelers gaan verloren door deze manier van opleiden. Totaal onbewust en onbedoeld enkel en alleen maar door dat er geen totaalbeeld is van het doel.

Waar er in de jeugd de ruimte in het crossveld er is door de fysieke onmogelijkheid, is die er in de wereldtop omdat ze het geven. Dat is een deel van het positioneel badminton denken. Hoe ver kan je gaan in het open laten van het crossveld zonder de controle te verliezen? Dat is de enige vraag die je jezelf stelt als je de top wil halen. Hoever kan ik gaan bij deze tegenstander, waar slaat de balans door naar de verkeerde kant en gaat het in mijn nadeel werken? Dit grijze veld is in het begin als jeugdspeler heel erg groot en wordt steeds kleiner hoe hoger je komt op de ladder.

Door het positioneel badminton en het gebruik van de cross krijg je voorspelbare rally’s. Je weet waar de volgende slag gaat komen. De zekerheid neemt ook hier weer af als je hoger op de ranglijst komt, maar het blijft de meest logische spelsituatie.

De ARH is de meest perfecte positie om met succes een cross voor het punt te kunnen spelen door de maximale kracht, de grote reikwijdte en de mega mogelijkheden. De manier om deze situatie te creëren komt van de FH crossdrop. Deze drop mag niet kort zijn, maar moet iets achter de servicelijn vallen. De meest logisch return zal de longline lob zijn, juist op jouw ARH. Dit is een vorm van opbouwende crossslagen.

Een ander goed voorbeeld is in de drive slagen situatie in het enkelspel. Ook hier zijn heel voorspelbare situaties. Hier gaat het er om dat je probeert als eerste de cross drive te spelen. Zelden of nooit zal je een crossslag terugkrijgen wanneer je voldoende druk kan uitoefenen op de crossdrive slag. Je weet dus al dat je klaar moet staan voor een slag die rechtdoor komt op jouw crossslag. Een groot voordeel hierbij is ook nog eens dat je de crossdrive slagbeweging niet hoeft te stoppen. Vanaf je BH cross drive wordt je racket de met de hand meegaande beweging voortgezet totdat je racket voorbij je lichaam de FH positie heeft bereikt. Nu proneer je de racketarm tegen de hand in en je staat gelijk klaar voor de rechtdoor drive slag van je tegenstander. Ook vanaf een FH driveslag maak je – nadat de met de hand meegaande slagbeweging je racket voor je lichaam langs heeft gebracht – weer een supinatiebeweging van de onderarm om het racket in de BH positie te brengen.

Er wordt maar één voorwaarde gesteld aan de manier waarop de cross driveslagen worden gespeeld en dat is dat het resultaat zo moet zijn dat de shuttle niet voor het lichaam kan worden geslagen. Als het mogelijk is voor de tegenstander om de shuttle voor het lichaam te raken, dan heeft de tegenstander de mogelijkheid om wel een crossslag te kunnen spelen en werk de tactiek dus niet meer.

Veel trainingen zijn niet logisch in elkaar gezet en zijn niet verklaarbaar wanneer je een trainer er naar vraagt. Een voorbeeld is deze oefening. Twee U19-jongens staan op de baan en de trainer geeft de volgende opdracht: hoge service, cross drop, net drop, cross lob, longline clear en dan ben je weer terug bij de start. Wat is er verkeerd aan deze oefening?

  • 1. Hoge service wordt in 95% van de gevallen niet gebruikt in herenenkel
  • 2. Er wordt niet gezegd van uit welk vak de service plaats moet vinden
  • 3. Er wordt niet gezegd waar de hoge service naar toe moet worden gespeeld
  • 4. Een cross opening is zelden de tactisch juiste keuze
  • 5. Door het spelen van een net drop maak je geen gebruik van de tactisch fout van je tegenstander
  • 6. De cross lob is in deze situatie ook een niet logische slag
  • 7. De longline clear zou de eerste juist slag in deze oefening KUNNEN zijn

Uitleg:

Voor een overgroot deel van onze sport is de tactiek het meest belangrijke element. De service is niet alleen de start van een rally maar ook of juist de start van de tactiek die je gaat voeren. Als je de service naar het midden van de baan speelt, dan is het logisch dat de serveerder ook in het midden van de baan blijft staan, een cross drop (eigenlijk een halve cross) is nu mogelijk maar minder waarschijnlijk van uit het linker vak omdat het de FH van jezelf bloot geeft. Hoe verder de service naar de buitenkant gaat hoe meer de serveerder positioneel moet mee bewegen naar de zelfde lijn als waar de service heen gaat. Afhankelijk of en hoe ver de tegenstander mee beweegt met de service is het mogelijk een cross te spelen.

In het algemeen wordt er in Nederland maar weinig meebewogen met de service (sterker nog er wordt nagenoeg geen tactische service gespeeld). De tegenstander blijft dus meestal gewoon in het midden van de baan staan ook al gaat de service naar de buitenlijn en is het spelen van een cross ronduit dom. Als je tegenstander dit nu toch doet dan is het niet eenvoudig je glimlach te onderdrukken, de afstand is voor jou erg kort naar deze cross en speciaal vanuit het linker vak is nu een net drop een niet zo’n slimme slag omdat je dan geen gebruik maakt van het hele open FH veld van je tegenstander. Vanuit het rechter veld zou het een tactiek kunnen zijn om de volgende slag op de ARH te krijgen en is dus iets minder onlogisch. In beide gevallen is het spelen van een net drop of een lob afhankelijk van de hoogte waarop je de shuttle kan pakken aan het net.

Het volgende probleem met oefeningen zoals deze is het weten waar de volgende shuttle gaat komen. Positioneel badminton is een belangrijk wapen in elke tactiek en een verschil van 20 cm in positie is erg belangrijk voor het verloop van de rally. Iedere trainer weet dat als je zo’n oefening op geeft aan je spelers dat ze alvast in de richting van de volgende slag gaan bewegen. Het wedstrijd realistische effect is nu totaal weg. Dus het open laten voor meerdere mogelijkheden moet een vast uitgangspunt zijn bij elke oefening.

Verder zeg ik dat de cross lob niet erg logisch is en dat is vanwege het feit dat de shuttle met 95% zekerheid vrij laag aan het net genomen gaat worden en het dus een hoge verdedigende lob gaat worden. Waarom zou ik die cross gaan spelen waarbij ik weer mee moet gaan bewegen? Ik kan veel beter een longline lob geven, dan kan ik aan deze kant van de baan blijven en spaar ik dus energie.

Tijdens de trainingskampen op Oro roepen we de spelers dan ook altijd op om kritisch te zijn ten opzichte van de opdrachten tijdens de training en bij de trainers wordt er aandacht besteed aan het thema ‘waarom en wanneer speel je een cross’.

De cross is dus een gevaarlijk wapen in de handen van een tactische speler, maar het is een valkuil voor de spelers en trainers die de grondbegrippen van het positionele en tactische spel niet beheersen.

In hetgeen ik net heb beschreven, wordt een klein deel van de enorme hoeveelheid aan de tactiek van cross behandeld. Maak er een levend artikel van en geef je ervaring als trainer en speler.Haven’t we all been there? …lots of times?  The opponent is cheating, 

obviously, but how do we actually deal with players who seem to believe that cheating is okay?By Tjitte Weistra, Badzine Columnist. Photos: BadmintonphotoNow, I do believe we have to separate three types of cheaters. Firstly, there is the one that is very aware of the fact that he/she is cheating and then there is the player who has made cheating into an art and simply doesn’t even realise it anymore. Then there is the “innocent” cheater who is caught up in the moment and as the shuttle is on its way to the ground the mind plays tricks on us and it visualises the shuttle landing out before it has actually landed, which heavily influences our judgement when the shuttle actually makes contact with the floor. Worse if it happens on game or match point.Ok, I’m guilty…I have cheated in my playing career. When you live on the edge in a very competitive environment then cheating does happen. I’m not proud of it but sometimes survival mode kicks in and the darker sides of human nature may be revealed. That is not an excuse, however, as cheating should never ever be encouraged.So, how can we deal with players who cheat? There are various distinct situations which would each require a different approach. The first one is a situation where there is no umpire and/or line judges to control the match. This happens a lot at local, domestic tournaments in countries around the world and is the most difficult one to deal with, as there is no third party who can make an objective decision. Most tournaments, though, will have a referee or at least a tournament controller who could probably act as a mediator if situations on court get out of hand.The easy and most natural way to deal with somebody who is cheating in the first situation is to take things into your own hands and start abusing the other player to try and stop it. This would be one way of venting your frustration but the problem is that it will most likely have a negative impact on your ability to concentrate and play well for the remainder of the match and it also does not “look good” so perhaps we should look at a different solution.I suggest that when you believe your opponent is cheating that you momentarily stop the game and ask for an authority (be it the referee or the tournament controller) to come to the court and ask if it would be possible for him/her to organise an umpire for your match, as you believe that you are being cheated. Using this solution will most likely keep you calm and it can avoid a direct conflict with your opponent, which is hard to forget once it has happened and will cloud your ability to stay focused. If the competition you are participating in does not have a referee or tournament controller with sufficient authority to do something about the situation then get one of your mates to umpire the game. Your opponent would, for sure, not object to this.The second situation is where an umpire is in control of the game but there are no line-judges, leaving all line calls to the umpire. It can be very difficult for an umpire to see, especially the back lines and far sideline or any line, for that matter, depending on the angle, the lighting inside the stadium, and the pace of the shuttle when it hits the ground. This leaves quite a bit of room for players to deliberately influence the decision of an umpire by signalling to the umpire whether a shuttle was in or out just after it has landed.In this case, it is advisable that you approach the umpire in charge and ask him to talk to your opponent so the umpire can request the player to stop signalling in or out whether the player does this verbally or by using their hands. If there are ongoing issues then it is recommended that you approach the umpire once more and ask for line judges. The umpire must then ask for the referee to come to the court and explain that you have requested one or various line judges. In most cases the referee will agree to this but at least you will have accomplished that the umpire will be more vigilant and the opponent may stop doing what he was doing.Cheating does not only occur with regards to making line calls. I’m sure that you can think of other situations such as deliberate time wasting, deliberately serving above the waste (especially in doubles or mixed – e.g. drive serve) and players who try to intimidate the opponent in way which “crosses the line”.Regardless of the situation, your attempts should always be to talk to the umpire or referee. Let the officials deal with the opponent and always try to avoid getting into a personal battle with your opponent because this can get ugly and it will most likely not have a positive impact on your ability to concentrate and play well. There are only a few athletes that seem to be able to completely lose it with the opponent and/or umpire to then go on and play well (think John McEnroe in tennis) but even then, it is not the right way of dealing with this.The above all sounds like common sense and nothing will be a surprise to you. Why is it then that so many players let themselves get carried away with an opponent that is cheating? This is a question that you must try to answer for yourself so that you as a coach, parent or player can take the necessary steps to avoid yourself or the player(s) you coach being caught out reacting in a way which won’t really solve the issue. Reinforcing the above solutions with players will help as a starting point.

Gedrag is de belangrijkste component van (het nieuwe) werkenJerre Lubberts, 28 oktober 2011 in AlgemeenFeaturedKantoor tipsPersoonlijke ontwikkeling | Reageer

We worstelen nog steeds om een goede definitie voor Het Nieuwe Werken te vinden. Vaak is deze te instrumenteel of te vaag, zoals bijvoorbeeld de HNW=Bricks + Bytes + Behaviour-definitie. Waar gaat het nu echt om? Wat is de basis van HNW? En zouden we Behaviour niet zwaarder moeten wegen dan de Bricks en Bytes?

Ongeveer 80 procent van de wereldberoepsbevolking doet niet iedere dag waar zij het best in is. Dat blijkt uit een onderzoek van de Gallup Organisation onder meer dan 1,7 miljoen ondervraagden. Mondiaal gezien had slechts 20 procent van de ondervraagden, werkzaam bij grote organisaties, het idee dat zij dagelijks gebruikmaakten van hun sterke punten. Enerzijds is dit cijfer behoorlijk alarmerend als je de bewegingen op de (arbeids)markt ziet, anderzijds schept het enorme kansen.

Het interessante is dat dezelfde organisatie ook heeft onderzocht wat goede managers anders doen. Deze managers hanteren twee veronderstellingen als richtlijn:

1.         De talenten van iedere medewerker zijn uniek en duurzaam.
2.         De sterke kanten van de medewerker bieden de meeste ruimte voor groei.

Focus op sterkten

Vooral de combinatie is cruciaal bij HNW-invoeringstrajecten, heb ik gemerkt. De wetenschap (psychiatrie, psychologie) heeft de laatste honderd jaar veel onderzoek gedaan naar defecten van mensen met als gevolg dat onze focus ook in de HRM vaak gericht is op het verbeteren van zwakten. We trainen en begeleiden in het verbeteren van competenties waar mensen niet goed in zijn. Zo krijg je meer van hetzelfde en benut je de unieke talenten van iedere medewerker niet optimaal. Ofwel de ‘gemiddelde organisatie’, die het dus steeds moeilijker gaat krijgen.

Een beweging die hier heel anders tegenaan kijkt is gebaseerd op een stroming in de psychologie, genaamd positive psychology. Daarbinnen wordt veel onderzoek gedaan, vrij vertaald: ‘to find talent and make normal life more fulfilling’. De daarbij behorende formule:

HNW = 0,2*bricks + 0,2*bytes + 0,6*behaviour

Nadruk op Behaviour

Is het dan ook niet zo dat we in onze definitie een veel zwaardere weging zouden moeten toekennen aan de Behaviour-component en deze verder specificeren? Behaviour is begrijpelijkerwijs lastiger te beïnvloeden dan Bricks and Bytes. Het lijkt mij dan ook zinvol dat meer organisaties meer tijd steken in het ontdekken van individuele sterkten. De medewerker zal met meer plezier naar het werk en weer naar huis gaan en de organisatie wordt dus veel ‘sterker’.

De basis van de succesvolle organisatie

De Gallup Organisation stelt dat goede managers medewerkers selecteren op talenten, vaardigheden en kennis en niet op ervaring en doorzettingsvermogen. Ze definiëren resultaten en bemoeien zich nauwelijks met de uitvoering. Het maakt hen niet uit hoe, waar en wanneer iemand precies iets doet, als hij maar resultaten laat zien. Bovendien focussen ze op sterke punten en helpen de medewerker in te passen in de organisatie naar een plek waar ook de organisatie de meeste baat heeft bij de sterke punten van de medewerker.

‘Goed gedrag’ = sterkten (motivatie) + juiste doelen + resultaatgericht werken + balans werk /privé + efficiënt werken

Wat mij betreft mag dus de Behaviour-component verder uitgespecificeerd worden om tot een goede HNW-definitie te komen. Handelen vanuit je sterkten levert jezelf en de organisatie te weinig op als je:

•          niet de (vooraf afgesproken) doelen en resultaten haalt;
•          structureel veel meer uren in je werkt steekt dan afgesproken;
•          een taak doet in vier uur, terwijl een ander hem in een halfuur doet;
•          je privéleven hiervoor opgeeft;
•          geen lol in je werk hebt;
•          geen teamspeler bent.

Laten we de mens dus als uitgangspunt nemen. Ik stel voor dan ook voor de definitie verder uit te breiden naar:

Het Nieuwe Werken is werken met meer resultaat en plezier door in minder tijd de juiste dingen te doen vanuit een goede balans tussen werk en privé en de verbinding op basis van sterkten.

Hierbij hanteer ik de volgende aannamen. Als je op basis van je sterkten werkt en bovendien hebt kunnen meedenken over de gekozen doelen (zakelijk en privé), ben je intrinsiek gemotiveerd en wil je de discipline opbrengen om resultaten voor jezelf en de organisatie te behalen. Een goede balans heb je alleen als je bewust keuzes hebt gemaakt vanuit je verschillende rollen (zakelijk en privé) en overzicht hebt in hoeverre je op weg bent die te behalen.

In minder tijd die juiste dingen doen kan alleen als je slimmer werkt (niet harder) met de modernste technologische middelen wanneer jij dat wil in de (kantoor)omgeving waar jij je het lekkerst voelt. Verbinding met je team op basis van individuele sterkten zorgt voor betere resultaten voor de organisatie en een gevoel dat wat je doet ertoe doet.Doe je twee dingen tegelijk, dan doe je ze allebei niet

Vind jij jezelf efficiënt als je twee dingen tegelijk doet, zoals tijdens het autorijden bellen? Ja…? Dan ga ik je teleurstellen! Multitasken zorgt alleen maar voor tijdverlies, fouten en stress. Je gaat er dus niet sneller en beter van werken als je meerdere dingen tegelijk doet.

Nu hoor ik je al denken; “maar ìk kan wel twee dingen tegelijk doen”. Natuurlijk. Diverse zaken gaan prima samen, zoals praten en lopen. Het wordt echter een ander verhaal als je een beslissing moet nemen bij één van je twee handelingen.

Werken volgens het aan-/uitsysteem
Je doet wellicht regelmatig verschillende (complexe) handelingen op hetzelfde moment. Vaak zonder dat je daar erg in hebt en omdat je denkt dat het wel handig is om beide acties te combineren omdat het tijd bespaart. Misschien een eye-opener als we je vertellen dat wij als mensen eigenlijk helemaal geen twee (complexe) dingen tegelijk kunnen doen omdat onze hersenen hierop niet ingesteld zijn.

Als je hersenen tegelijkertijd belast wordt met verschillende impulsen, zoals praten, luisteren en typen tegelijk, dan zijn ze niet in staat om op hetzelfde moment aan alle impulsen dezelfde aandacht te geven. Wat er wel gebeurt is dat je hersenen de hele tijd van de ene impuls naar de andere switchen. Slechts één impuls ‘staat aan’, de anderen staan ‘uit’. Je bent bijvoorbeeld aan het luisteren, dat staat dan ‘aan’ totdat je bedenkt dat je aan het mailen was en je je weer richt op je e-mail. Je aandacht is nu niet meer bij het gesprek (uit) maar is gericht op je beeldscherm (aan). Continue starten je hersenen dus op en worden ze uitgeschakeld als jij wisselt van het tikken naar het praten. Met andere woorden; je hersenen kunnen alleen single tasken.

Dwing je jezelf toch om meerdere dingen tegelijk te doen, dan heeft dit heeft gevolgen voor de kwaliteit en snelheid van je werken.

Meer aandacht, meer kwaliteit
Je kunt je afvragen met hoeveel aandacht je twee dingen tegelijk doet. Luister je echt naar de ander als je ondertussen een email aan het typen bent en schrijf je met aandacht je verhaal als je tegelijk aan het luisteren en praten bent? En ben je in staat om foutloos naar de juiste persoon je email te versturen tijdens je gesprek?

Tips en test; het kan sneller!
Je hoeft echt niet harder te werken om sneller te zijn. Stop gewoon met multitasken! Doe één ding tegelijk. Laat je niet verleiden om gelijkertijd twee dingen te doen, het haalt je alleen maar uit je concentratie. Daarnaast levert het je tijdwinst op als je eerst het ene afwerkt voordat je aan het andere begint.  Tenslotte lever je een betere kwaliteit en maak je minder fouten als je je volle aandacht aan zaken kunt besteden.

Hiervan niet helemaal overtuigd of wil je zelf eens testen hoe goed je kunt multi-taksen? Doe dan meteen zelf de korte test.



Denk eens niet aan, maar over je werk

Stop met het denken aan al het werk dat nog op je ligt te wachten. Daar heeft nog nooit iemand plezieriger door gewerkt. Gun jezelf daarentegen regelmatig de tijd om eens kritisch te kijken naar de manier waarop je je werkzaamheden organiseert; wat wil je anders, wat kan beter en wat wil je vooral zo houden. Het evalueren van je manier van werken levert je zeker wèl wat op!

“Ik heb een hele dag hard gewerkt maar ik heb niet gedaan wat ik wilde doen”. Mompel jij dit ook wel eens zuchtend? Hoogste tijd om jezelf twee vragen over je werk te stellen. En er eerlijk antwoord op te geven:

1. Doe ik de juiste dingen?
2. Doe ik de dingen juist?

Vul jij je werkdagen eigenlijk wel met de juiste werkzaamheden?
Om deze vraag te beantwoorden moet je weten wat de doelstelling is van jouw functie. Dit klinkt logisch, maar we horen regelmatig tijdens de workshops dat het lastig kan zijn om concreet aan te geven wat voor jouw functie de kerntaken zijn. En dan komt het ook nog wel eens voor dat de leidinggevende en de medewerker allebei een andere invulling zien. In beide gevallen wordt het dan lastig om te kunnen bepalen of je je werkdag wel met de juiste dingen vult.

Zorg er dus voor dat voor jou helder is waar het eigenlijk om draait in jouw functie. En besteed daar je werktijd aan, je wordt hier aan het einde van het jaar op afgerekend. De rest van de werkzaamheden die je doet kun je zien als tijdverslinders die een ballast kunnen vormen.

Er kunnen altijd dingen anders
Wanneer was de laatste keer dat je bewust iets gedaan hebt aan je manier van werken? Dingen kunnen misschien anders en beter. Alleen, zolang jij je dagen op de automatische piloot afwerkt verandert er niets. Dan is het volgend jaar rond deze tijd nog steeds zoals het nu is. Gun jezelf dus eens de tijd om na te gaan wat je graag anders zou willen of wat anders zou kunnen. Je zou daarbij deze vragen aan jezelf kunnen stellen:

• Wat zou ik kunnen/willen veranderen om met (meer) plezier te werken?
• Wat kan ik verbeteren in mijn werkprocessen?
• Hoe plan en organiseer ik mijn werk en werkplek, zowel op papier als digitaal?
• Wat zou voor mij beter werken?

Gun jezelf dus regelmatig de tijd om over je (manier van) werk(en) na te denken…

In een andere post heb ik verteld hoe je meer rust en balans kan krijgen door gebruik van een persoonlijk dashboard (hier staat een recent voorbeeld van een elektronische variant van een PD). Dat kan ook als je in een team opereert. Met collega’s of juist je klanten of leveranciers. Het liefst de hele keten. De voordelen gaan dan verder. Vooral voor je organisatie. Het Nieuwe Werken is veel oude wijn in nieuwe zakken. Een van de echt nieuwe elementen is wat mij betreft hoe we sneller samen kunnen schakelen.

Het sneller samen schakelen begint juist niet bij instrumenten, maar bij connecties maken. Het begint bij de motivatie om eerst de ander te willen begrijpen voor je zelf begrepen wilt worden. Ook met de mensen buiten je team. Dat doe je nog steeds het beste als het eerste contact fysiek is. Dat ont-moeten kan steeds makkelijker door nieuwe werkplekken op makkelijk bereikbare plaatsen zoals Seats to MeetSwunghouse maar ook speciaal ingerichte plekken voor vergaderen en brainstormen zoals bijvoorbeeld het Hypershifterslab. De meeste mensen hebben een basale behoefte aan contact maken, verbinden, begrepen en gewaardeerd worden. Dat lukt het beste als je elkaar kan aankijken, een hand geven en van alle indrukken een geheel kunt maken.  Waarom communiceren we dan toch zo dicht langs elkaar heen? Zelfs als we met elkaar in één ruimte zijn? Ook al is die nieuwe ruimte nog zo ‘HNW’?

Ieder zijn eigen bril

Ieder zijn eigen bril

We lijken wel geconditioneerd door onze opleiding, opvoeding, emotionele ervaringen, maar ook door onze oerdriften. Wie gebruikt nog echt de pauze tussen actie en reactie? Daar ligt de vrijheid en de ruimte om de ander echt te begrijpen en goede keuzes te maken. Dus in die pauze even contact maken met onze principes, waarden en normen. Als we een vergadering, brainstorm of wat voor bijeenkomst ook binnen stappen, kijken we ieder vanuit onze eigen bril naar de werkelijkheid. Hoe kunnen we die werkelijkheden op elkaar afstemmen zodat we samen verder komen? Door ze te visualiseren! We zijn immers beelddenkers. Interactief met elkaar visualiseren en zien wat de ander bedoeld en samen te kunnen toetsen of wat we zien ook is wat we bedoelen. Pas daarna elkaars ideeën oppakken, verbinden en verder brengen.

Wat levert dat op?

Enig idee wat dat kan opleveren voor de organisatie? Veel. De laatste business case die ik heb mogen inzien gaf een besparing te zien van ruim 340.000 euro op jaarbasis op een afdeling van 60 mensen met een voorinvestering van 31.000 euro. En dan alleen op basis van meetbare voordelen zoals kortere meetings (on- en off line), dat acties minder lang uitstaan, projecten sneller worden opgestart, minder hoeft worden gezocht naar informatie en kennis sneller beschikbaar is om toe te passen.

Programmadashboard als (on-line) mindmap

Fig. 1 Voorbeeld Programmadashboard

Samen een vertrekpunt en einddoel visualiseren

We zijn niet geneigd foto’s te kopen waar we zelf niet op staan. Als we dus op het beamerscherm bijvoorbeeld een mindmap (een ‘foto’ van ons gesprek) ‘live’ zien groeien met onze eigen opmerkingen, vragen en ideeën in steekwoorden, voelen we onze gehoord. Bovendien kunnen we makkelijker ‘op elkaars schouders gaan staan’, het geheel blijven overzien terwijl we toch de details in kunnen ‘zoomen’. Dan ontstaat er draagvlak en een goede basis om na de bijeenkomst beter te communiceren, sneller beslissingen te nemen, makkelijker kennis uit te wisselen en dus de acties en projecten die daaruit voortkomen te versnellen. Live mindmappen is hiervoor een uitstekend middel.’

Programmadashboard; meeslouwerplas project1

Fig.2. Een niveau dieper: project1

Project- en programma dashboards

Die projecten en acties krijgen dan een gezamenlijk draagvlak, maar het blijft nodig ze te kunnen blijven ‘zien’. Ook als je een van de stakeholders bent die geen gebruik kan maken van de IT-infrastructuur binnen de muren. Dan wordt ook het tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen werken van belang. Dus na de eerste brainstorm, vergadering of project start-up juist niet elke keer met elkaar in een ruimte gaan zitten. Cloudtools die dat ondersteunen zullen een stormachtige groei doormaken. Dat zien we nu al met tools die ‘doorhebben’ dat je het proces van elkaar begrijpen centraal moet stellen en optimaal moet faciliteren. Dit kan bijvoorbeeld ook heel goed met professionele ‘on-line mindmapping tools’ omdat je dan samen de onderliggende detailniveaus kan maken, acties hieraan kan verbinden met draagvlak en weer publiceren voor alle teamleden en stakeholders. Hier staat een filmpje wat meer in detail ingaat op hoe je mindmappen professioneler kan inzetten zoals bijvoorbeeld in project-, programma en kennismanagement. Wil je meer voorbeelden of een template? Connect dan even via linked-in of twitter. Suc6!


Houdbaarheid van de coach – Accepteren of solliciteren?

van NLcoach door tim

Het is in het voetbal schering en inslag, maar het komt tegenwoordig ook in steeds meer andere sporten voor: het ritueel van tegenvallende prestaties – paniek – zoeken naar de schuldigen en straffen van onschuldigen met ontslag. Onderzoek toont aan dat het ontslaan van de coach geen positief effect heeft  op de teamprestaties. Wat kun je als coach doen om in de veilige armen van  het succes te blijven? Wanneer is het verstandig zelf de regie te nemen op je houdbaarheidsdatum? Is houdbaarheid een keuze?

Het geheim van succes in je leven/sport is de wet van de positieve aantrekkingskracht. Wat je denkt straal je uit en krijg je onherroepelijk terug. Een positieve instelling trekt positieve mensen aan. Richt je als coach op de kracht van anderen en verzamel krachtige mensen om je heen. Samen met anderen zet je in op een onmogelijk doel en probeer je dat te realiseren.


Succes is een keuze
Houdbaarheid heeft te maken met aanpassingsvermogen. Als coach krijg je elke dag met problemen te maken; dat is de uitdaging van het vak. Na een verloren wedstrijd zoek je een antwoord op de vraag hoe het kon gebeuren. Noteer met steekwoorden je oplossingen. Deze oefening heeft als doel winnende verliezers te vormen.

De sporter en de organisatie heb je maar beperkt in de hand. Jezelf daarentegen heb je volledig onder controle. Weet wie je bent en wat je wilt. Probeer zo dicht mogelijkbij jezelf te blijven, wees authentiek. Als coach kun je je houdbaarheid verder vergroten door:

• aan te sluiten bij de ander;
• positieve feedback te geven;
• anderen te laten nadenken (reflecteren);
• innovatief te zijn.

Soms moet je echter een stapje terug doen. Rustperiodes zijn nodig om afstand te nemen. De kunst is om niet onderdeel van het probleem te worden en met oplossingen te komen. Verspil geen energie aan kritiek leveren of klagen. Als je je ergens tegen verzet, trek je het juist aan. Om iets te veranderen, moet je met gedachten en gevoelens signalen uitzenden. Verwelkom alles wat je wilt hebben en je krijgt er meer van.


Investeer in de succesformule

Om op een hoger niveau te komen, moet je uit je eigen beschermde cirkel stappen. Hoe groot is jouw cirkel (van invloed)? Op welke plaatsen kun je de cirkel vergroten? Elke keer als je een uitdaging aangaat, maak je de cirkel waarin je je prettig voelt groter. Als eco-coach investeer je in succesfactoren. Dit kunnen de volgende factoren zijn:

• kies een club die bij je past;
• blijf jezelf. Alleen als je authentiek bent, kun je succesvol zijn;
• stel een onmogelijk doel en straal passie uit;
• geloof en blijf geloven in je visie;
• denk verder dan jouw ego. Het gaat om het succes van de sporter(s), het team, de club of de bond;
• wees nieuwsgierig en zorg voor nieuwe ontwikkelingen;
• werk aan je deskundigheid (elke dag een betere coach worden);
• zie sporters niet als materiaal, maar communiceer belangrijke beslissingen met hen. Nederland heeft behoefte aan beslissers;
• coach zo dat je klaar bent als de wedstrijd begint;
• zet iedereen in op zijn kracht;
• houd het bestuur op afstand, maar communiceer wel je ontwikkelingen. Bewaak het langetermijnbeleid.


Accepteer of solliciteer
Je ergeren aan sporters of bestuurders is verliezen. Dan kun je beter zelf opstappen of ervoor zorgen dat anderen opstappen. Als je regelmatig met een negatief gevoel de trainingen binnenstapt, moet je daar conclusies aan verbinden. Misschien is het in dat geval verstandig op te stappen. Robert Eenhoorn: “Als de chemie minder wordt, kun je als coach twee dingen doen: je team wijzigen of zelf vertrekken.” Coaches moeten de drie levenscentra, hoofd, handen en voeten en hart gebruiken om sporters en medewerkers ‘mee te krijgen’. Het hoofd voor kennis en analyse. De handen en voeten voor actie en uitvoering. En het hart voor gevoel, betrokkenheid, motivatie, innerlijke beleving en emotie. Geef je sporters het gevoel dat ze beter kunnen en erop vooruitgaan. En behandel ze als gelijke. Dat betekent dat je verschillende stijlen van leidinggeven kunt toepassen en meer aan de sporter(s) over durft te laten. Eerst volgen en dan leiden. Kun je dat niet, dan moet je een ander beroep kiezen. De beste coaches zijn de sporters zelf. Ons uitgangspunt voor een sporter is om na een  nederlaag, slechte wedstrijd of een conflict naar iemand toe te gaan die je positieve energie geeft. Dat hoeft niet per se de eigen coach te zijn. Een sporter functioneert het beste wanneer hij zelf als coach gaat denken.  Processen gaan daardoor sneller waardoor er wordt minder tijd, geld en energie wordt verknoeid.

De peoplemanager heeft een langere houdbaarheid dan een traditionele coach. In Nederland zijn Foppe de Haan en Guus Hiddink daar uitstekende voorbeelden van. Wat doet een peoplemanager anders, beter en duurzamer dan een ‘gewone’ coach? In Engeland functioneert de manager eerder als een technisch directeur, maar wel iemand die de opstelling bepaalt. De manager kan op de bank zitten, maar ook op de tribune. Hij is het gezicht van de club. De eco-coach bezit de eigenschappen van een peoplemanager, want duurzaamheid, verbinden en energieën bij elkaar brengen vormen zijn belangrijkste taken.


En jouw eigen houdbaarheid?
Ga voor jezelf na hoe lang je nog houdbaar bent bij je huidige club of vereniging. Als je tot de conclusie komt dat je houdbaarheid bijna of zelfs al verstreken is, stel jezelf dan voor de keuze: Solliciteren of scoren? Wordt het solliciteren, zorg dan dat je zo snel mogelijk iets nieuws vindt. Valt de keuze op scoren, laat dan zien wat je waard bent. Doe waar je goed in bent.

Dit artikel werd gepubliseerd in ‘NLCOACH’ nummer 3 – 2010


Positie scheppen voor je wapens

door Ron Daniëls  |  09-05-2011 om 14:02 uur 

Pak de shuttle voor je.

 Foto: Alex van Zaanen Pak de shuttle voor je.

De shuttle rond spelen heeft maar een doel en dat is het wachten op een opening in het veld van de tegenstander

Wachten is een negatief woord want dat betekent dat je er van uit gaat dat je tegenstander een fout maakt en dat jij daar gebruik van kan maken. Het zou natuurlijk veel positiever zijn als je opening zelf schept dan ben je namelijk niet afhankelijk van je tegenstander en ga je uit van je eigen kunnen.

Dat is dus ook de manier waarop ik coach met top spelers. Ik heb geen tijd om alle tegenstanders uren te gaan zitten bekijken. Dat heeft ook niet veel nut als ik er zo lang over zou doen want dan heb je als coach ook niets aan me in een wedstrijd, daar moet je hier en nu zien wat er gedaan moet worden. Het gaat er dus om binnen 10 min na het zien van een tegenstander in een wedstrijdsituatie wat je tactiek gaat worden met JOUW speler uitgaande van de mogelijkheden die jij denkt dat je speler heeft.

Hoe hoger het niveau hoe meer je er van uit moet gaan dat je tegenstander alle situaties net zo goed beheerst als dat je dat zelf doen. Het wordt dan een spel van kat en muis om elkaar uit positie te brengen en om ruimte en positie te scheppen voor je eigen wapen. Waar in de lagere rangen nog steeds wordt uitgegaan dat de FH het sterkste wapen is, het smakelijkst is om te spelen en de meeste kracht heeft, is dit op top niveau niet langer het geval. Hier zijn de aanvallen vanuit de BH kant het nummer 1 wapen, het is dan ook niet voor niets dat ik in eerdere stukken heb geschreven dat de ARH de voorkeur heeft over de BH (uitzonderingen als Taufik daar gelaten).

Waarom is de ARH een gevaarlijker wapen dan de FH en wanneer vindt de omslag plaats? De ARH is een positie op de baan waarin de shuttle zich het langst in de meest perfecte vlucht bevindt ten opzichte van de maximale kracht in een slagbeweging. Er is vaak veel minder sprake van een wijde hoek van lopen ten opzichte van de vliegrichting van de shuttle. Ook dit is iets wat je natuurlijk zelf creëerde op de baan door positioneel badminton te spelen en niet als een kip zonder kop terug te rennen naar het midden van de baan als je uit je BH hoek komt.

Ik heb al in eerdere stukken aangegeven dat de ARH eigenlijk een achterhaald woord is omdat het zegt dat je de slag rond om je hoofd moet uitvoeren terwijl je bij een goede ARH je arm juist voor je hoofd probeer te houden. Dit heeft alles te maken met het open houden van de mogelijkheden. Hoe meer je je racket achter je hoofd beweegt hoe beperkter je mogelijkheid om cross te spelen. Zodra je ziet dat een speler onder druk in zijn ARH komt en de shuttle achter zijn hoofd pakt, dan kan je al naar je FH-kant gaan lopen omdat je tegenstander de mogelijkheid van een cross is ontnomen. Mocht de tegenstander toch een cross willen spelen zal deze door de hoek van inval zoveel aan kracht verliezen dat er alleen maar een langzame niet aanvallende situatie komt die ook nog eens tactisch gezien fout is gespeeld van de tegenstander omdat hij al onder druk stond in zijn ARH/BH hoek en nu zijn hele veld op zijn FH open ligt voor de aanval.

Opmerking: Het voor je raken van de shuttle is ALTIJD een hoofd doel, zodra je de shuttle naast of achter je raakt verlies je direct kracht en mogelijkheden. Het zal je nooit lukken om alle shuttles voor je te raken maar het is wel je doel en trainers dienen dit keer op keer aan te geven op de training. Voor het gevoel van de speler raken ze de shuttle ook voor hun lichaam en als het na een aantal keer zeggen niet lukt de spelers racket positie te verplaatsen naar voor dan neem je de camera en laat het zien aan de speler, niet na de training maar gewoon tijdens de oefening.

Door dat de shuttle zich relatief lang en redelijk perfect in de flight corridor bevindt, heb je een aantal mogelijkheden al naar gelang de manier waarop je de shuttle aangespeeld krijgt. Als de shuttle strak wordt aan gegeven heb je de kans te versnellen en speciaal als deze van de longline komt is een aanval cross een optie. Door de snelle en lage vlucht van de shuttle heb je de kans er met je voetenwerk op de ARH op in te spelen door gebruik te maken van rapid decelleration waardoor je snel kan oplopen achter de shuttle aan naar de cross hoek op je FH.

Hoe hoger je springt op je ARH hoe gevaarlijker het wordt cross te spelen, in veel videomateriaal dat ik heb bekeken van onder andere Eric Pang blijkt de hoogte van de sprong bepalend te zijn voor het behouden van de aanval of juist het verlies daarvan. Hij was letterlijk nog onderweg terug naar beneden toen de shuttle al weer terug over het net was. Dus hoog springen mag wel als je cross speelt maar eigenlijk alleen als je daar ook mee kan scoren en afhankelijk van het type tegenstander.

Als je hoog springt speel je dus het liefst longline of naar het midden van het veld, terwijl je met een lage sprong alle mogelijkheden heb om te spelen waar je wil. Mijn argumenten worden minder krachtig als er geen gebruik wordt gemaakt van bijvoorbeeld rapid deceleration in het voetenwerk positioneel badminton (een verplaatste basis) en ten gevolge daarvan een slechte positie van de flight corridor van de shuttle.

Om een wapen als de ARH goed en optimaal te kunnen gebruiken zal je een wapen moeten brengen. Je zal dus een actie moeten opzetten die het meest gunstig is om tot het gebruik van je wapen (in dit geval de ARH) te komen. Hier kom ik op een van mijn stokpaardjes, als je een lage racketvoering hebt aan het net en je wordt vervolgens in je BH gespeeld dan zal je deze ook met een BH nemen omdat de neurologisch meest makkelijk baan langs de grond zal zijn en je dus je racket niet zal optillen voor een ARH (zie het artikel over COE-training).

Mocht dit toch zo nu en dan gebeuren gewoon omdat het onmogelijk is altijd hoog aan het net te zijn met je racket en het in opbouwsituaties vaak helemaal niet wenselijk is hoog aan het net te zitten in verband met een tempowisseling. Dan krijg je situaties waar je een getrokken BH kan spelen (zie het artikel van Henri over de ‘pull BH’), een getrokken BH is weer een perfecte manier om een opbouw naar je ARH te krijgen.

De reden waarom de ARH meer voordelen heeft dan de FH ligt hem in het feit dat bij elke slag het racket het lichaam moet passeren, je ben dus altijd binnen het bereik van de shuttle met zowel racket als lichaam. Wanneer dit niet zo is dan speel je dus een BH want nu is de shuttle buiten het perfecte bereik van het racket en te ver van het lichaam. Op de FH heb je meer bereik omdat je racket aan de zelfde kant van lichaam is het is daarmee ook veel eenvoudiger de shuttle buiten de perfecte baan van de flight corridor te spelen. Er zal dus ook veel meer een voetenwerksituatie ontstaan waarbij er sprake is van een grote hoek tussen het aankomen lopen van de speler en het aankomen vliegen van de shuttle.

De tijdsduur waarin de shuttle in een perfecte plaats is om hem met maximale kracht en mogelijkheden te slaan is vele malen kleiner dan op de ARH. Op de FH kant is het nog veel belangrijker de shuttle voor je lichaam te slaan en hem absoluut niet naast of nog erger achter je lichaam te laten komen. Zodra dit gebeurt verlies je veruit de meeste kracht en ook nog eens de meeste mogelijkheden. Daarnaast is het voetenwerk vanuit de FH kant veel langzamer dan vanuit de BH of ARH kant omdat er door de uitstap op rechts nagenoeg geen gebruik kan worden gemaakt van rapid deceleration of excentrische kracht voor de hernieuwde start terug naar de basis of het net.

Noot: Trainers moet al op jonge leeftijd beginnen speler aan te leren de shuttle zoveel mogelijk voor hun lichaam te nemen, na de leeftijd van 15 jaar is het er nog maar zeer moeilijk in te krijgen en kan de speler als verloren worden beschouwd voor top badminton. Bij meisjes is dit nog weer meer van belang dan voor jongens -deze kunnen vaak met pure kracht zich nog uit de situatie redden – bij meisjes krijg je een situatie waarin ze in een neerwaartse spiraal terecht komen wat van het ene probleem tot het andere leidt. Hier kom ik nog wel eens op terug als ik over leeftijd gerelateerde talent training praat.

Ik kan natuurlijk elke situatie gaan uitleggen in dit stukje maar dat is nu juist niet de bedoeling. Bedenk zelf hoe je deze gegevens kan gebruiken om een tactiek op te zetten voor je speler en hoe je er voor kan zorgen dat je speler in elke situatie weer zijn wapen kan gebruiken of er voor kan zorgen dat hij op zijn wapen wordt gespeeld. Het is voor een groot gedeelte de tactiek geweest die Eric Pang en ik hebben gebruikt in de NK finale van dit jaar.

Ron Daniels
diplomaloos trainer

Vaak wordt de sport ten voorbeeld gesteld aan het bedrijfsleven. Met als gevolg lezingen ter lering door coaches en sportleiders ten overstaan van mensen buiten de sport. In deze serie wordt de vraag omgedraaid: Wat kan de sport leren van het bedrijfsleven? Na Salem Samhoud van adviesbureau &samhoud, Peter de Wit van consultancybureau McKinsey & Company en Willem Kernkamp van Sloten Group BV dit keer als laatste Roald van Noort, voorzitter van de raad van bestuur van CR V Holding BV.

Hij heeft de uitstraling van een winnaar. Een kordaat type man die weet wat hij wil: winnen. Maar winnen is niet alles, verduidelijkt Roald van Noort vanachter zijn bureau in Arnhem-Zuid. “Je moet ook vooral kunnen verliezen. Dat hoort erbij, daar leer je van, daar leer je het meeste van zelfs. Zeker als manager en bestuurder van een sportclub moet je ook verlies incalculeren. Je wint wat, je verliest wat. Als je maar in de gaten houdt wat op lange termijn je doelstelling is”, aldus de voorzitter van de raad van bestuur van de Coöperatie Rundveeverbetering (CRV). Verliezen doet pijn, weet hij als voormalig  topsporter. “Ik heb nog altijd trauma’s van de mislukte Olympische Spelen van 1984. We werden met de  waterpoloploeg slechts zesde. Een jaar eerder hadden we nog de Tungsram Cup in Boedapest gewonnen, het zwaarste toernooi van Europa, voor het eerst in de geschiedenis gewonnen door een Nederlands team. We hadden daarom in Los Angeles een medaille moeten halen, maar we faalden. We dachten even een medaille te behalen, geloofden te veel in onze kracht. Maar we waren geen team meer, iedereen speelde voor zichzelf. Te veel media-aandacht had van enkelen uit ons team een stel egoïsten gemaakt. Zo kan dat gaan als je alleen maar met jezelf bezig bent, of het nu in de sport is of in het bedrijfsleven. Dan gaat het mis. Succes kan tot verkeerde resultaten leiden.”


Specialisatie

Van Noort gold in zowel zijn clubteam als het nationale team als een onverzettelijke speler, die niet schuwde hard (“soms zelfs smerig”) te spelen. Nooit opgeven, was zijn devies. “Geen sporter kan succesvol zijn zonder hard te werken.” Winnen wilde hij altijd, maar wel samen. Zoals hij dat vooral deed met VZC Veenendaal, waarmee hij in 1986 Nederlands kampioen werd. Hij had in die tijd geen sportpsycholoog nodig om de strijd aan te gaan. Ten eerste was het niet macho om met een mentale begeleider in zee te gaan. Ten tweede waren de coaches  waarmee hij werkte vooral ‘mensencoaches’. “Met coaches die louter verstand hadden van techniek en tactiek, heb ik nooit succes gehad”, verklaart Van Noort. “Ik vind het ook vreemd dat men nog steeds meent dat een  goede voetballer een goede coach is, een goede verkoper een goede manager en een goede journalist een goede hoofdredacteur. Het zijn verschillende specialisaties. De minste verkoper kan de beste manager worden.”

Het is volgens Van Noort een wijdverbreid en hardnekkig misverstand dat goede, succesvolle sporters bij uitstek geschikte bedrijfsvoerders zijn. “Omdat ze succes in de sport hebben gehad door hard te werken en mentale obstakels te overwinnen, zijn ze nog niet per definitie in staat een bedrijf te runnen. Sport is emotie, in sport succes hebben kan door emotionele drijfveren. Altijd willen winnen is een must in de sport. Maar als je als bedrijfsvoerder altijd wil winnen, ben je een slechte onderhandelaar. Een bedrijfsvoerder moet verlies incalculeren, compromissen sluiten, er moet altijd een draagvlak zijn voor winst en verlies. Je verstand erbij houden, ook als het tegenzit. Als ik me nu zou gedragen zoals vroeger als waterpoloër bij een nederlaag, zou ik het op mijn bedrijf niet lang volhouden. Mijn medewerkers zouden stapelgek van me worden: Wat wil die man nou weer? Stuurloos en warrig van de ene emotie in de andere vallend.”

“Als je als bedrijfsvoerder altijd wil winnen, ben je een slechte onderhandelaar”

Sport kan wat dat betreft veel van het bedrijfsleven leren. “Ik ben hier niet alleen de baas omdat ik de verkooptechnieken zo perfect beheers. Ik geef leiding omdat ik dat heb geleerd. Ik voel iets aan en ga bij mezelf en anderen te rade. Klopt dat gevoel?”, zegt Van Noort. “Daar heb ik geen speciale opleiding voor gevolgd. Dat heb ik kennelijk. Ik heb mezelf ontwikkeld. Ik straal die kwaliteit uit, meen ik te weten. Het lijkt wat stoer en opschepperig. Maar ik denk dat ik stabiel ben. Ik durf open te staan voor andere ideeën, ik hoor graag wat mijn medewerkers ervan denken. Ik lever harde, liefst positieve kritiek op hen, zij mogen dat op mij leveren. Mijn deur staat open: ‘Kom op, zeg wat je wilt.’ Het kan voorkomen dat ik mensen niet mag. Dat moet ik kunnen zeggen: ‘Als persoon klikt het niet, maar je doet je werk goed.’ Maar ik merk dat mensen bang zijn om kritiek te leveren op de baas. Bang om hun baantje te verliezen. Waarom? De boel moet op scherp gezet worden. Daar gaat het om. Ik heb het gevoel dat in de sport men elkaar niet de waarheid durft te zeggen. Waarom? Als je maar respect hebt voor elkaar, ook al mag je elkaar als mens niet zo. Thuis durf je wel ruzie te maken met je vrouw en je kinderen. Dat kan dan ook op je werk. Gedraag je op je werk gewoon, zoals je dat thuis doet.”


Plezier

De mentale factor gaat op alle fronten in de samenleving waar resultaten moeten worden behaald een dominantere rol spelen. Daarvan is Van Noort overtuigd. Managers moeten stabiele mensen zijn die kracht uitstralen en uit andere mensen het beste kunnen halen. “Over twintig jaar zijn alle CEO’s psychologen, sowieso mensen die psychologisch geschoold zijn. Ook in de sport is dan de beste coach een psycholoog. De techniek en de tactiek kan worden bijgeschaafd door specialistische trainers. Maar een man met psychologische gaven is de baas. Kijk om je heen en je ziet het gebeuren. Coaches als Louis van Gaal en Guus Hiddink zijn weliswaar van huis uit al technisch en tactisch onderlegd, maar ze hebben zich vooral ontwikkeld als managers met psychologische talenten. Straks worden zij gestuurd door een echte psycholoog die een team van specialisten om zich heen heeft verzameld.”

“Het gaat niet om de basistechnieken. Het gaat eerst om het plezier”

Wat sport nog meer kan leren van het bedrijfsleven? Van Noort wijst nog eens op organisatie en management. “Vaak denken voetbalclubs aan succes op korte termijn. Managers en bestuurders laten zich gauw leiden door emoties. Gaat het even slecht, dan worden ze verdrietig of boos en nemen ze maatregelen op basis van hun gemoedsgesteldheid. Stel dat ik hier op mijn bedrijf na elke tegenslag boos en verdrietig word en de mensen die niet onmiddellijk succes hebben meteen vervang door anderen. Dan haal ik maar meteen een grote naam binnen. En met die grote naam heb ik natuurlijk wel meteen succes. Iedereen weet dat die grote naam bij ons werkt. Dus krijgen we meer aandacht. Die naam is meer marketing. Je brengt je bedrijf onder de aandacht door een grote naam. Maar als die man wegvalt omdat hij om een of andere redenen niet goed functioneert, stort je bedrijf alsnog in. Met veel grotere gevolgen. Nogmaals: trek mensen aan die met anderen kunnen samenwerken en samen willen scoren.” Of begin bij de opleiding, de scholing  van jonge talenten. “Het gaat niet om de basistechnieken. Het gaat eerst om het plezier”, beweert Roald van Noort. “Wanneer er plezier is, leer je makkelijker technieken aan. Veel doen met plezier levert meer op dan veel doen onder dwang. Of het nu voetbal, handbal, hockey of waterpolo is. Leer jonge mensen hoe ze met elkaar kunnen spelen, hoe ze gebruik kunnen maken van elkaars talenten. Leer ze vooral ook verliezen. Als je plezier hebt doe je er meer voor, met plezier maak je meer winst. Natuurlijk doet alsmaar verliezen pijn, maar het vormt je wel. Zeker als er een trainer of coach is die pedagogisch en psychologisch geschoold is.”

Dit artikel werd gepubliceerd om ‘NLCOACH’, nummer 5-2010

Tony Schwartz: The 90 minute solution: live like a sprinter

Schwartz stelt dat je door het inbouwen van (korte) rustperiodes elke 90 minuten je prestaties en creativiteit enorm kan verhogen. De energiehuishouding van de mens is, net als veel andere natuurlijke processen, cyclisch.  Ons lichaam geeft elke 90 minuten fysiologische signalen af dat het tijd is voor herstel: niet alleen fysiek, maar ook mentaal en emotioneel. Deze signalen zijn onrust, trek, gaperig en gebrek aan concentratie. In zulke gevallen grijpen de meeste mensen naar kunstmatige manieren om hun energieniveau weer omhoog te helpen. zoals cafeïne, suikerrijk voedsel en snelle koolhydraten. Ook de aanmaak van stresshormonen (adrenaline, noradrenaline and cortisol) zorgen ervoor dat we niet toe hoeven te geven aan de rust de ons lichaam vraagt. Als we meer dan 90 minuten geconcentreerd werk verrichten, dan gaan deze hormonen hun werk doen om het vol te kunnen houden. We gaan dan van parasympathisch opwinding naar sympatische opwinding. Deze staat van zijn is beter bekend als het “vecht of vlucht- mechanisme”. Een tijdelijke boost van deze stresshormonen kan heel gezond en soms noodzakelijk zijn, maar wanneer we ons leven zo inrichten dat we de hele dag in lichte stressmodus verkeren, dan is dat schadelijk voor het lichaam. We raken verslaafd aan deze stresshormonen. Een consequentie hiervan is dat de prefrontale cortex niet meer goed werkt in vecht of vluchtmodus. We worden hierdoor meer reactief en krijgen moeite met helder nadenken, reflecteren en creatief zijn.

Volgens Schwartz kan energie vermeerderd en vernieuwd worden. Energie zit in ons en we kunnen het omzetten van de 1e vorm in de andere. Energie in de natuurkunde is het vermogen om werk te verzetten. Heb je meer energie? Dan heb je dus meer capaciteit. In de westerse wereld is er groot respect voor harde werkers en is de kunst van het nietsdoen uit de gratie geraakt. Je dwingt respect af door werkdagen van 10-12 uur te maken. Op nietsdoen wordt neergekeken. Hoe terecht is dit?

Voorwaarden voor presteren De mate waarin we kunnen presteren, is afhankelijk van 4 voorwaarden. Deze zijn onderling afhankelijk van elkaar:

  1. Lichamelijk gesteldheid
  2. Voeding
  3. Slaap
  4. Rust/ herstelperiodes

Schwartz onderscheidt 4 soorten energie:

4 soorten energie

1)   kwaliteitsenergie: Hoe je je voelt beïnvloedt je prestaties. Als je mensen vraagt hoe ze zich voelden als ze op hun best presteerden dan hoor je vaak allemaal positieve bijvoeglijke naamwoorden. Als je je niet goed voelt, dan kun je niet op je best presteren.

2)   kwantiteitenergie: De hoeveelheid energie die je hebt bepaalt hoe lang je iets kunt volhouden.

3)   Focusenergie: het vermogen om 1 ding tegelijk te kunnen doen op een geconcentreerde manier.

4)   Doelstellingsenergie: Het hebben van energie die gericht is op een doel. Wanneer je werkt verricht voor een doel wat groter is dan jijzelf, krijg je meer energie.

De 90 minuten cyclus

Slaaponderzoeker Nathan Kleitman ontdekte een fenomeen wat hij de ‘basis rust-activiteits cyclus’ noemt. Hij bedoelt hier de periodes van 90 minuten mee, waarin we elke nacht de 5 fases van slaap doorlopen. We gaan van diepe slaap naar lichte slaap en weer terug. Kleitman ontdekte dat ons lichaam overdag ook hetzelfde 90 minuten ritme aanhoudt. De beweging is dan van hoge alertheid, naar lage alertheid. Andere wetenschappers noemen dit het  ”ultradian rhythm.”

Mythe: de beste manier om meer werk gedaan te krijgen is om meer uren te maken.

De mens werkt niet als een computer. Hij pulseert en is cyclisch. Toch leidden we vooral lineare levens. Waarheid: Bouw een ritmische relatie tussen het vernieuwen van energie en het verbuiken van energie. We presteren meer als we dagelijks meerdere momenten inbouwen om energie te vernieuwen.

Hoe lang moet je werken voor je moet rusten? Volgens het “ultradian rhytm”- de 90 minuten cyclus, zou je het best 90 minuten kunnen werken en dan vervolgens een moment inbouwen om te herstellen. Nog beter is om zelf te letten op je lichaam. Luister wanneer je lichaam signalen afgeeft, zoals hierboven beschreven.

Hoe lang rusten na 90 minuten?

Rust zolang je nodig hebt. Laat jouw lichaam bepalen wanneer het uigerust is. Doe wat je kunt binnen de grenzen. Als je een dag vol energie hebt en je hebt goed geslapen, dan kun je aan een paar minuten herstel genoeg hebben. Heb je een slaaptekort, stress en weinig energie, dan zul je meer tijd nodig hebben om weer te herstellen.

De noodzaak van slaap

Een andere factor die meer invloed heeft op je concentratie en prestaties dan welke andere factor ook,  is slaap. 1 uur minder slaap lijkt als beloning te hebben dat je 1 uur langer productief kan zijn. Het is vaak 1 van de eerste dingen die we opofferen om iets niet te hoeven missen, of om meer te kunnen doen. De zin ,,Slapen doe ik wel als ik dood ben”, wordt vaak in films uitgesproken door mensen om te laten zien dat ze levensgenieters zijn en alles uit het leven willen halen. Maar haal je wel het optimale uit je dag als je begint met een slaaptekort? Uit onderzoek blijkt dat de gevolgen van zelfs kleine slaaptekorten erg groot zijn en zeker invloed hebben op je prestaties. Om dit met een extreem voorbeeld uit te vergroten: Als je meer dan 4 dagen achter elkaar minder dan 5 uur slaapt, dan zijn je prestaties vergelijkbaar met iemand die dronken is. Deze staat heet “Functionally intoxecated” . Je concentratie, alertheid en focus gaan aanzienlijk achteruit. Maak van slaap dus echt een prioriteit. Prik een vaste bedtijd en hou je daar ook aan. Ga niet vanuit volle allertheidsmodus je bed in (bijv. druk aan het werk en omringt met ipads, computers, fel licht en muziek), maar bouw je dag min. 45 minuten vantevoren af van druk naar rustig. Maak er een ritueel van.

Hoeveel slaap heb je nodig?

–       2,5 % heeft meer dan 8 uur nodig

–       95 % heeft 7-8 uur nodig

–       2,5 heeft minder dan 7 uur nodig.

EN het zou geen Amerikaanse lezing zijn als er niet een paar mooie one-liners en qoutes genoemd zouden worden.

,,Doing more and more is getting us less and less, because there is no time to stand still and renew”.

En een hele prachtige:

“What information consumes is rather obvious: it consumes the attention of its recipients. Hence a wealth of information creates a poverty of attention, and a need to allocate that attention efficiently among the overabundance of information sources that might consume it”. Herbert Simon

Zelftest

Met behulp van de volgende vragen kun je erachter komen of jij je lichaam wel voldoende tijd geeft voor rust en vernieuwing: 1)   Wat is de langste periode dat niet je email gecheckt hebt in de afgelopen maand? 2)   Hoeveel tijd heb je vrijgemaakt aan langdurig en creatief nadenken? 3)   Hoe lang heb je rust genomen en heb je gewoon even niets gedaan om je hoofd rust te gunnen?

Van marathonloper naar sprinter

De meeste mensen zien het leven als een marathon. Ze rennen elke dag een stukje verder, maar het is als een race zonder zichtbaar einde. We zijn de finish lijnen en korte termijn doelen kwijt. Schwartz raadt je aan om meer een sprintersmentaliteit aan te nemen. Breng zelf elke dag finish lijnen aan en doelen die je wilt behalen. Probeer die doelen vervolgens te behalen door te knallen in periodes van 90 minuten, daarna een periode van vernieuwing en daarna weer actief zijn.

Rennen

Rennen is een hele goeie manier van actief vernieuwen. Je brein gaat over van activiteit in de linkerhelft naar vooral activiteit in de rechterhelft en dat bevordert creatieve ideeen.

Van de andere lezingen waar ik was, zal ik alleen noemen wat me het meest opviel:

Joe Gerstandt: No. Great Minds Do Not Think Alike

Het verhaal van Gerstandt gaat vooral over hoe je het beste een groep kunt samenstellen als je complexe problemen wilt oplossen. Er zijn 4 “probleemoplos”-types. (Ik ben rood/geel!).

persoonlijkheidstypes

Gerstandt: Als het aankomt op het oplossen van problemen kun je beter een groep mensen hebben die cognitief breed en divers zijn, dan mensen die vrij gespecialiseerd ergens uitmuntend in zijn, zelfs als het probleem precies in het kennisgebied van deze laatste groep ligt. De eerste groep zorgt voor creativiteit en thinking outside the box.

Tricia Wang: Sleeping at Internet Cafes: The Next 300 Million Chinese Users

Voor zo’n $ 2,- ben je een hele dag onder de pannen in een internetcafe in China. Dit maakt internetcafe’s tot een uniek platform om de armen en mensen van het platteland in een veilige omgeving kennis te laten maken met moderne technologie. De cafe’s hebben hele uiteenlopende sociale functies gekregen. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt als kinderopvang. Ouders laten hun kinderen er achter en komen soms pas 15 uur later weer terug van hun werk. Op mij komt dit niet heel positief over, maar volgens Wang is het een godsgeschenk, omdat deze kinderen anders de hele dag op straat zouden moeten leven. China heeft ‘s wereld grootste cyberpolitieforce. Ze recruteren ouderen om naar internetcafe’s te gaan en jongeren aan te sporen geen porno te kijken en naar huis te gaan. Omdat de ouderen de hele dag in deze cafe’s rondhangen hierdoor, komen ook zij in aanraking met moderne technologie. Hiermee nemen internetcafe’s een unieke plek in de samenleving als multifunctioneel kenniscentrum.

Talent is something that we look at as mystical and unexplainable.  We look at these special people who somehow excel at different things with seemingly minimal effort.  In this case we’ll obviously be looking at talent and how it relates to badminton.

Over the course of a number of generations of badminton players we seem to pay special attention to those players who appear to demonstrate exceptional “talent”.  They excel at a young age and seem well ahead of their peers.  The current generation of young phenoms that we are paying the most attention to are Viktor Axelsen from Denmark and Ratchanok Intanon from Thailand, the boys world junior champion and girls world junior champion respectively.  Both players are very young and are starting to show promise at a senior level very early and as a result they garner a lot of attention.  This attention is well deserved, however I think that these types of players tend to develop a certain mythology around them and their “talent”.

Back in the late 90′s the hot young player was Indonesia’s Taufik Hidayat.  As a 17 year old he made the final of the All England Championships and surprised the world with his rapid ascent to the top of the badminton world.  Hidayat has always had a reputation of being a lazy player and that he does not work as hard as his counterparts as a result of his talent.  I would argue this to be yet another case of mythology.  You can almost be certain that as a younger player Hidayat played far more badminton than his counterparts, and was no doubt obsessed with the game at a young age.  The hours of work he put into the game would probably astound most of us.

In spite of the exceptional “talents” that have played the game of badminton it is rare that we see someone that is so much better than everyone else.  Even Lin Dan is not invincible in spite of the aura he seems to carry around with him wherever he may be playing.  He loses, and he does so regularly.  Even in the years where he was “dominating” he was not unbeaten.  Also, as far as “talent” goes many would argue that a player such as Lin Dan is not as naturally gifted as Taufik Hidayat or even his compatriot Bao Chunlai who’s shot execution is beautiful.  Something that Lin Dan has above most others is his willingness to push himself in spite of reaching the pinnacle of the sport.

:)

What does all of this mean for you?  Chances are you’re not on the cusp of international super stardom, and if you are thanks for reading our website    If you’re a local competitive player, or you just play in your club league you can still learn a thing or two here.  The point that I’m trying to make here is that we often look at talent as some innate characteristic that we are either born with or not, and if we weren’t so luck as to win the genetic lottery then our destiny is decided.  This couldn’t be further from the truth.  The most important thing you need in order to win is grit, otherwise known as determination or hard work.  That includes hard work on a day to day basis for your training, and also from point to point when you are playing.  You have to be willing to make things as hard as you can for your opponent.

I have tried to delude myself in the past into thinking that I was talented and that meant I didn’t need to work as hard as other people did.  Big mistake.  The hard workers are the ones who slowly but surely creep up on you, and before you realize it they’ve passed you.  Good luck catching up to them too, because they aren’t going to let up.  Sure, maybe you can improve faster than them if you put in the effort, but when you’re fighting from behind it’s a very daunting task.

;)

So many players who excelled at a young age tend to fall off as they get older.  As 12 year olds they crushed everyone because of they’re “talent”.  Things got closer as they hit 15 or 16 years old, but they still managed to pull out the wins because of their “talent”.  Then they hit 17, 18 and finally the adult categories where their “talent” stopped being the gift it once was, and instead becomes a curse.  How could talent be a curse you ask?  Because after years and years of people telling you how good you were without you needing to push yourself, suddenly you need to work hard and you don’t know how.  The older you get the more competitive badminton gets and the same can be said of life in general.  The best thing you can do is teach yourself how to work hard.  Alternatively you could just wait to enter the masters, but chances are you haven’t been taking care of your body if you don’t know how to work 

I’ll leave you with an old Chinese saying about hard work:

No man who rises before dawn 360 days a year fails to make his family rich.

Erik Meijs is verkeerd bezig’

door redactie  |  09-02-2011 om 08:36 uur 

Om de lezer gelijk te boeien, helpt het om gelijk met een flinke stelling te komen voordat je begint met een lang en eventueel saai verhaal, de lezer blijft namelijk altijd hopen op verder vuurwerk. Vandaar de stelling: Erik Meijs is verkeerd bezig om op vrijdag met een privé coach te werken.

Erik Meijs werkt ook buiten Papendal aan zijn persoonlijke ontwikkeling als topsporter.

 Foto: Alex van Zaanen Erik Meijs werkt ook buiten Papendal aan zijn persoonlijke ontwikkeling als topsporter.

Waarom? Ik vind dat net zoiets als Lin Dan die een shuttle halfveld krijgt en besluit slechts 1 op de 5 keer te smashen….In die zin, het is leuk, tegelijkertijd als hij gewoon bijna iedere keer vanaf half veld smasht levert het nog meer op.

De overwegingen in dit stukje zijn eigenlijk jaren geleden al ontstaan toen ik een dag lang “parkeerwacht” had bij de internationale tenniskampioenschappen van Rosmalen. Ik heb daar eind jaren negentig, begin 2000 een aantal jaar mogen werken en als nieuweling moest je ook een dagje de tweede ingang controleren waar al het “VIP” publiek via hun vipparkeerplaats binnenkwam en vragen of meneer Van Nistelrooy of Hiddink wel de juiste accreditatie hadden, en het was tevens de spelersingang.

Na een aantal dagen had ik goed gekeken wat de spelers deden en met diverse van hun en hun coaches kennis gemaakt en destijds vroeg ik me af, waarom doen we dat in het badminton eigenlijk niet ook zo? Zou het niet veel beter werken?

Hoe zit de structuur bij tennis er vaak uit? Er is een nationaal jeugdteam in vele landen maar dat is zeker na 13-14 jarige leeftijd voor velen facultatief. De betere spelers werken dan al vooral met een aantal groepje coaches, soms door de bond gefinancierd, soms door papa, soms door een investeringsfond (Marat Safin bijvoorbeeld) welke in geval van prestaties in de toekomst iets wil terugzien. Sommige spelers verlaten al op zeer jonge leeftijd het ouderlijke huis om in een academie te trainen, zij het Nick Bolletieri of een van de vele anderen.

Zij kiezen al op jonge leeftijd voor hen eigen specifieke ontwikkeling. Zelfs een topland als Spanje werkt met vele academies en coaches die slechts 2 tot 3 spelers voor hun rekening nemen. Aangezien de kosten erg hoog zijn zie dat de eerste jaren in het profcircuit veel jonge spelers een coach delen en daarop hun beide toernooischema’s aanpassen. Zo hebben ze ook altijd sparring aanwezig. De fysieke ontwikkeling wordt vaak aangevuld met de hulp van externe programma’s, zeker naarmate het niveau hoger wordt. Kim Clijsters had destijds naast een eigen coach ook een bewegingsspecialist in dienst die iedere partij analyseerde en precies aangaf waar en hoe hierop gewerkt moest worden.

Nu zullen al een aantal lezers zeggen: ja maar in sporten als tennis, of golf worden nu eenmaal bakken met geld verdiend, dus is het logisch dat ze ervoor “kunnen” kiezen. Deze redenering zou sowieso al inhouden dat het een betere keuze is maar dat financiële overwegingen spelers dwingen voor een “mindere” keuze te gaan. Maar zelfs de basisredenatie is niet juist. Het OMGEKEERDE is het geval. Om in het tennis succes te hebben, ver te komen op grote toernooien en een mooie World Ranking te hebben, is deze persoonlijke ontwikkeling vrijwel de enige weg om te volgen. Dat je als gevolg hiervan ook flink kan verdienen is waar, maar enkel voor de top.

Spelers buiten de top 100 (en dat zijn er velen), spelen vaak ongeveer breakeven aan het einde van het seizoen, want wat zijn de kosten in een jaar van 35-40 toernooiweken, 40 weken hotels voor jou, je coach en eventueel een aantal keer de vrouw, masseur/fysieke coach. Dan nog een aantal trainingsweken. Vliegtuig, taxi, verzekering, inschrijfgelden, snaren, bespanloon enzovoorts. Bovendien dienen deze spelers vrijwel alles zelf te regelen. Vaak wordt er besloten om uit kostenoverwegingen enkele toernooi zonder coach te spelen. En eveneens spelen velen competitie puur om de carrière te kunnen financieren, dit zijn namelijk zekere inkomsten. Op toernooien moet je maar afwachten. Een blessure gooit ook veel roet in het “financiële” eten.

Jazeker, Roger Federer is goed binnen, maar ik heb hem heel aardig leren kennen in de jaren in Rosmalen. Een trainingsdag op een toernooi voor Wimbledon: om 8 uur staat hij op de baan voor 2 uur training, vervolgens eten ze wat, daarna krachttraining, balance, coördinatie, voetenwerk, wat duurloop en interval werk voor 1,5 uur. Lunch, rust, en in de namiddag weer 2 uur op de baan en oefengames, vervolgens massage en fysio. In de tussentijd zijn ze vaak bezig de zwakke plekken in hun eigen lichaam sterker te maken met allerlei oefeningen.

Geloven de spelers niet meer in hun coach, of denken ze dat ze alles geleerd hebben wat ze uit deze persoon wilden halen dan scheiden de wegen zich, en gaan ze kijken naar wat voor type coach ze behoefte hebben, karakter, kennis, specialiteit. Hoe kan hij mij vooruit helpen is de gedachte hierbij. Soms werken ze een tijd lang zonder coach (na een bepaalde leeftijd vaak) maar met fysieke coach, masseur en soms zelfs een vaste sparringpartner. Zo werkte Federer in zijn jeugd eerst via een coach van het Zwitserse centrum, die vervolgens zijn vaste begeleider werd, daarna met een zweed, vervolgens met een Australiër, een Spanjaard, en nu met de oud coach van Pete Sampras. Maar hij heeft diverse periodes gehad waarin hij zonder coach rondliep.

Dit systeem zal spelers vaak het maximale uit zichzelf laten halen. Een systeem met een centrale training, waarin alles min of meer geregeld wordt, heeft meer weg van een leuke kantoorbaan. In die zin dat enkel spelers met een erg sterke eigen motivatie toch zullen proberen er het maximale uit te halen. Maar velen zullen het zien als een comfortabele situatie. Vaak zijn deze spelers vervolgens ook mentaal erg kwetsbaar op de baan en zullen zelden een wedstrijd winnen op karakter.

In het systeem wat in vele individuele sporten bestaat (van tennis, golf, surf enz), wat levert het voor voordelen op bij ons? Velen denk ik, de spelers moeten veel meer gaan nadenken over hun eigen spel, hun doelen maar ook hun motivatie. Ze zullen leren meer verantwoordelijkheid te nemen, kwaliteit in hun trainingen na te streven. Ze zullen kiezen voor coaches die op dat moment iets toevoegen, of specialist zijn in een gebied waarin zij denken zich te moeten verbeteren. De een heeft liever een uitstekende baantrainer, de ander een goede coach, de ander werkt op bepaalde ideeën, de ander meer op fysieke mogelijkheden enzovoort. De keuze zal aan de speler zijn en de coach zal de speler moeten overtuigen van diens werkwijze en zijn visie uitleggen. Sommige zullen hun hele carrière met dezelfde persoon willen werken, zie Taufik Hidayat, anderen zullen veel wisselen. You can only become yourselve, zei een filosoof eens. En iedere speler zal zo zijn eigen spel ontwikkelen. Aan eenheidsworst heb je niet zoveel.

Het is altijd makkelijk te praten, dus denk ik dat ik ook een aantal ideeën moet geven over hoe iemand dit financiert: De kosten lopen vaak voor de baten uit, en niet iedereen haalt de top en zal eventueel privé-geld terug verdienen, maar er zijn al genoeg voorbeelden in andere sporten, groot en klein over hoe je zoiets kunt aanpakken. En ik denk dat de bond hierbij een grote coördinerende rol kan spelen, academies en de bond zullen toch verantwoordelijk blijven in onze sport voor de ontwikkeling in de lagere leeftijdsgroepen, samen met clubtrainers.

Op hoger niveau is een mix van privé sponsors, NOC/NSF-BN budgetten per speler, een denkbare oplossing. Ook projectsponsors zijn een idee. De bond zal er voordeel uit halen doordat de spelers hierdoor toch sneller een hoger niveau zullen halen, dit zal media aandacht meebrengen, in de landenwedstrijden zullen we over een sterker team beschikken.

In de hele wereld is het echter zo dat lang niet iedereen het gaat halen, maar juist die competitie zal veel meer uit spelers kunnen halen. Een sport wordt professioneler niet omdat de spelers betaald worden, maar omdat ze zich als echte professionals gedragen. Ook in het tennis, het golf, in iedere sport zijn zat mensen die veel geld en tijd hebben geïnvesteerd in een sport en het niet gehaald hebben. Jammer, maar zo gaat dat overal. That’s life. En als je van badminton houdt, en van je hobby tijdelijk je werk hebt gemaakt, al zou je er niets aan overhouden. Better to have tried and failed than to have never tried at all. En zoals oud kampioene Judy Hashman ooit zo mooi zei: “ja ik heb tig keer de All England gewonnen, was tien jaar lang de allerbeste en het heeft me enkel veel geld gekost, maar ja, welke hobby kost nu geen geld?”

We hebben tennis als voorbeeld gebruikt, want die wereld kan ik toevallig goed. Maar in het golf bestaan er ook geen nationale selecties zoals bij het badminton, en als je niet bij de beste 150 zit en geen tourkaart wint, is het niet bepaald een vetpot. Juist dit gegeven heeft in het golf ook een grote verbetering opgeleverd, tegenwoordig zijn zelfs “klassieke” golfers begonnen minder te drinken en eten, en met fysieke training, mentale training, en alles wat ze maar iets extra’s geeft begonnen. Tegenwoordig zul je in het badminton op alles goed moeten zijn om de subtop/top te halen, en het ontwikkelen van iets extra’s is zeker de moeite waard.

Ik vind het daarom ontzettend moedig van een speler als Erik Meijs om deze weg van andere sporten in te slaan, want het is de enige weg om het maximale uit jezelf te halen, en dat is in theorie wat iedere atleet zou moeten willen en waar een coach bij dient te helpen. En ik kan absoluut niet oordelen over wat onze nationale selectie doet, maar ik zou goed kunnen begrijpen dat het voor slechts een paar coaches erg moeilijk is om een individueel parcours uit te zetten voor iedere speler. Ik vraag me zelfs hardop af of ze van iedere speler een 50-60 pagina’s analyse hebben liggen van deze speler en deze iedere periode bijwerken en hierop hun training baseren. Al jarenlang vliegen onze toppers uit naar andere delen van de wereld om “iets” op te halen, of juist daar te trainen. Als Erik gezond blijft, dan denk ik dat hij over een paar jaar zeker kan zeggen dat hij alles uit zichzelf heeft gehaald.

Ik vraag me een beetje af hoeveel spelers dit kunnen zeggen als ze in de spiegel kijken. Een aantal wel, zeker. Maar een aantal ook niet, dus wat doen die eigenlijk als hun doel niet is om het maximale uit zichzelf te halen en hier hele duidelijke ideeën over te hebben? Soms train je met iemand en denk je: wat nu als ik hier eerder mee was begonnen? Dan moet de vraag volgen, waarom ben ik hier niet eerder mee begonnen? Soms is het werkelijk financieel niet mogelijk, maar vaak is er een mogelijkheid om ten minste ten delen iets te doen.

Om het verhaal mooi rond te maken: Erik, veel succes en ik hoop dat velen je zullen volgen.

Henri Vervoort

Pressure to win, pressure not to lose, pressure to perform for the team, pressure to perform for the coach…pressure from the coach. Pressure to gain world ranking points, to win prize money, to qualify for the Olympics, the World Champs. Pressure from sponsors, pressure from the media. What if I win, what if I lose?By Tjitte Weistra, Badzine Columnist.   Photos: BadmintonphotoIt’s all about pressure or better said, it is all about how you manage or cope with pressure. Those who master dealing with pressure will have a crucial advantage. The kind of pressure I would like to focus on in this article is the pressure players feel – or don’t feel – from their coaches.“You do realise that if you lose this match, you will NOT be picked for the World Championships.”So I was told by my coach back in 2001, one minute before I was to go on for my second round match during the Swiss Open, the last tournament before the selection of the Dutch team for the world champs in Seville was to be announced. I doubt that many of you have worse examples of what NOT to say to a player just before they go on court but feel free to challenge that thought.You won’t be surprised that this comment had an enormous negative impact on my performance during that game because it came so unexpectedly and so close before I had to start the actual game that there was hardly any time to process the implications of that comment. The irony of it all was that despite a terrible loss in that match I got named to the Worlds team the following Monday.The fact is that as coaches we can have an enormous impact on players’ ability to perform just by the words we choose and the body language we adapt when sitting behind the court. One reason why players are under pressure is that they will want to perform well for their coach, whether the relationship between player and coach is good or not. If it is good, then it is to honour the coach’s hard work, trust and support.  If it is not good, it is to show the coach that he/she is wrong about his/her opinion of you as a player. So how can we, as coaches, take away some of the pressures players have to deal with during tournaments and matches?The key to helping players manage pressure is to give them a clear focus or task during their games and to not allow them to “wander off”. A task which is aimed at applying the right tactic throughout the game, not aimed at the end result or performance. This focus or task needs to be clear and key words need to be agreed upon to let the player know that they are on task or to “bring them back” to the game plan. Coaches should avoid any negative body language or facial expressions behind the court.This can be hard when as a coach you can get so emotionally involved with the performance of your players. There can be exceptions to the “rule” in situations where players need to be “woken up” from negative behaviour or performance when nothing else (positive reinforcement) seems to be working. In these cases, “shocking” a player with a sudden, different approach could work but one must be very careful in using that approach as it could easily make things much worse. You may remember the Russian volleyball coach Nikolay Karpol, famous for shouting and swearing at players and even slapping one of them during an Olympic final (Youtube has some interesting material on this former national coach).As coaches, we need to try and not make the overly obvious statement before or during matches. Telling a player that he/she is expected to win because his/her opponent is not that good or because the team needs that specific match to be won is poor coaching. All players know when they should be winning or what is expected of them. Reminding them is not going to make any difference.What they need from a coach is the feeling that you believe in them and to be given the confidence to perform well. Your goal as a coach would be to put that confidence and belief you have in your player across without having to say a single word. That quiet and simple nod, the slap on the back, the showing of a strong fist, the high five is all that is required when the homework has been done, when the tactic is set and the match has been called…


COACH’S NOTEBOOK – Good players make good coaches, agree?

door Tjitte Weistra

rexy-mainaky-01-mas-rs-singaporeopen2007

Park Joo Bong, Li Yongbo, Rexy Mainaky and Misbun Sidek are just some examples of successful coaches in the modern badminton era but you will agree that more could be added to this list. The question that probably needs to be asked first is “what is a successful coach?”

By Tjitte Weistra, Badzine Columnist.   Photos: BadmintonPhoto

Is it a coach that has won major titles with top players? Is it a coach that has transformed a developing badminton nation into an international competitive country but who hasn’t necessary won medals at major events? Is it a coach that is consistently able to “feed” players into National High Performance programme from grassroots level? The main fact here is that the last coach usually gets the credit because he or she is in the limelight of the media when the performance at international level is achieved and the many coaches who have worked so tirelessly in the background for so many years are often not recognised.

coach-england-04-eng-ssu-commonwealthgames2010

Answering the topic question/statement is reasonably straight forward; of course good players do not automatically make good coaches. There is a hell of a lot more to coaching than just having the playing skills yourself. In saying that, having been an international player of a high standard certainly gives you some very important skills. Talking from real experience when it comes to many aspects of the game, former players often gain quick respect from the players they work with but this respect will only last as long as you are able to create a relationship with the players which is build on trust, hard work, honesty and a real passion for coaching and supporting players over a long period of time. An interesting observation though is that successful coaches at international level are often not liked by players because they usually are stubborn, tough and have little time for players who don’t have the mental toughness to make it to the big scene. They seldom score high in empathy and can be very result driven which puts pressure on players to perform or else. I remember a story from 2 athletes in another sport who won back to back gold in Athens and Beijing. They were telling the media when they retired after Beijing how they had always “hated” their coach with a passion but after winning their first gold medal realised that he had made the difference in winning a medal or not. It took them a long time to realise this but when they eventually did their attitude changed and started training even harder which saw them defend their gold medal 4 years later.

park-joo_-bong-01-jpn-yl-indonesiaopen2010
;-)

In Soccer (or Football if you like) we see lots of successful coaches who never played at international level. Guus Hiddink and Louis van Gaal are examples of Dutch coaches (excuse me being biast  who have been very successful with various clubs and countries but we can name many more. Many former soccer stars take on coaching positions and we see quite a few of them fail. Diego Maradona is probably the one that stands out the most in recent times but to name another Dutch coach, Marco van Basten was a legendary player but failed to make any impact as a coach in various coaching roles. So, what about successful coaches in Badminton who didn’t play at the highest international level themselves? Perhaps Andy Wood, who only just last week announced he is resigning as England’s Head Coach, is a good example of a coach who has been quite successful at the highest international level but who, to the best of my knowledge, did not compete at a high international level himself. So what qualities do coaches, who have not played at the highest level themselves, have to possess to have a shot at being a great coach in the first place? In my opinion it is all about having an in-depth knowledge of the game and knowing how to inspire and motivate players and whether, as coach and person, you are able to push the right buttons which make players want to go the extra mile. This really, has nothing to do with your background as a player. If players know, right from the start that you have done your home work, that you understand how the game is played and that you can pass it on and create buy-in amongst your players then you have laid the foundation for success. Education is the key to being a successful coach. As coaches we need to be hungry to find more and new information about how to improve players’ technical, tactical, physical and mental skills. At the same time coaches need to constantly reflect on their “style” of coaching and to look for improvement as a coach. We expect from our players that they are hungry to improve their skills but remember that players expect the same from coaches.

andy-wood-04-eng-rs-singaporeopen2009

It is fair to conclude that it can be harder for coaches who haven’t played at the highest international level themselves to have that edge players are looking for but maybe it’s often just in the players’ minds that coaches need to have played at that level. To those coaches who have not played at that level and who have the drive, passion and determination to be successful as coaches, I can only conclude with my favourite quote from Albert Einstein:

“If you cannot explain it simple, you have not understood it well enough”.

Happy New Year and I wish all of you the very best for 2011.

Related posts:

  1. KOREA – Good-bye Coach Li, Hello Coach Lee
  2. Chong Wei: ‘I hope to have my coach sitting behind me at the Malaysia Open’
  3. ENGLAND – Coach Andy Wood resigns

Ster toevoegenFavorietDelenDelen met opmerkingE-mailMarkeren als gelezenVerzenden naar Tags bewerken:  


Werken met doelstellingen

van lifehacking.nl door Cees Harmsen

Het was gisteren stervensdruk bij de sportschool, want het nieuwe jaar is begonnen. Lost zich gelukkig vanzelf op, want over twee maanden zit de helft van deze enthousiastelingen al weer uitgeteld op de bank. Of toch niet…?

Hier zijn negen aandachtspunten om je doelstellingen dit jaar wel te halen. Wanneer je ze goed toepast mag je over een jaar met een heel tevreden gezicht oliebollen eten en champagne drinken. 1. Specifieke doelen zijn beter dan algemene doelen.

Specifiek betekent dat het exact omschreven is. Gebruik dus geen algemene termen, maar wees concreet. Voor een sporter klinkt ‘een goede tijd rijden’ prettig in de oren, maar erg specifiek is het  niet. Maak dus concreet wat je met ‘een goede tijd rijden’ bedoelt.

2. Doelen moeten zo worden beschreven dat ze meetbaar zijn.

Meetbaar betekent dat je het kunt bijhouden, registreren en vastleggen  in feiten of cijfers.                                                                                

3. Het doel moet door jou geaccepteerd worden om effectief te kunnen zijn.

Simpele vraag: sta je er zelf helemaal achter? Zie je het echt als jouw doel en niet dat van iemand anders?

4. Moeilijke doelen zijn beter dan makkelijke of “doe je best” doelen.

Daagt het doel je uit om je talenten en kwaliteiten volop aan te spreken? Haalt het doel het beste in je naar boven?

5. Korte termijn doelen helpen bij het behalen van lange termijn doelen.

Korte termijn doelen zijn stepping stones om je lange termijn doelen te behalen. Ze helpen je steeds een stapje verder. Breek een lange termijn doel dus op in hapklare brokken, dat werkt veel beter. Organiseer je eigen succes door ‘quick wins’ te formuleren, die op de korte termijn zijn te realiseren. Dat is de manier om jezelf te blijven motiveren.

6. Procesdoelen zijn te prefereren boven resultaatsdoelen.

Je  kunt een berg beklimmen om de top te halen of om te genieten van het klimmen zelf. Het eerste doel is resultaatgericht, het tweede doel is procesgericht. Uit onderzoek blijkt dat procesgerichte doelstellingen leiden tot meer voldoening en minder terugval. Dit betekent dat je stabieler presteert, beter met tegenslag en teleurstelling weet om te gaan en niet meteen vervalt  tot kritiek en zelfbeklag wanneer het onverwachts tegenzit.

Moraal van het verhaal? Geniet vooral van het doen en staar je niet blind op het resultaat.


7. Stel vier keer de vraag: ‘OK dan! Wat ga je daarvoor doen?’

Een voorbeeld:

  • Ik ga volgend jaar mijn conditie verbeteren.

Wat ga je daarvoor dóen?

  • Ik ga wat  vaker naar de sportschool.

Wat ga je daarvoor dóen?

  • Ik ga vanaf januari twee keer per week trainen.

Wat ga je daarvoor dóen?

  • Ik ga op dinsdag en donderdag twee uur bodypump en pilates doen.

Kijk, dat is tenminste duidelijk!

8. Visualiseer je doelstellingen.

Geloof het of niet: mentale training door het inbeelden en visualiseren van situaties, is net zo belangrijk als het opdoen van concrete (trainings)ervaring.  Door je mentaal te focussen op de handelingen die je wilt verrichten, ontwikkel je dezelfde hersenpatronen als door het fysiek te oefenen en concreet te ervaren.

Ga er dus mee aan de slag. Gebruik al je zintuigen om een wenselijke situatie in te beelden. Zie de situatie voor je, hoor de bijbehorende geluiden, voel de emotie en raak dingen in gedachten aan, ruik de omgeving  en proef in gedachten iets wat met de omgeving te maken heeft. Belangrijk: beleef de situatie actief. Kijk niet naar jezelf, maar  beleef het vanuit jezelf. Je bent de  acteur en niet de toeschouwer.

9. Schrijf je doelen op en houd ze in de gaten. Dan behouden ze hun motivationele waarde.

Geschreven doelstellingen zijn veel effectiever dan doelstellingen die je voor jezelf in gedachten houdt. Dat laatste is veel te vrijblijvend en werkt dus niet. Goede doelstellingen staan op papier of in je computer, zodat je ze dagelijks kunt zien. Daarnaast is het belangrijk om je dagelijkse vorderingen te noteren in een logboek. Op die manier zie je patronen ontstaan en ontwikkel je meer inzicht in je eigen functioneren.

Intrinsieke motivatie om je jaar te halen – Extrensieke om je tentamen te halen

Stefan Knapen, 25 augustus 2010, 8 reacties, 1.006 views
Tags: back to schooldan pinkextrensiekintrinsiekmotivatieplannen

In deze lifehacking Back to School week mag natuurlijk een stukje persoonlijke ontwikkeling en zelf-evaluatie niet ontbreken.

Als je iets over jezelf weet kan je dit positief inzetten, om beter te presteren of tenminste je presteren beter te begrijpen. Ik wil het in dit artikel over motivatie hebben. Een probleem waar menig student/scholier vaak mee te kampen heeft. Ongemotiveerd zijn kent iedereen en het vinden van motivatie is één van de grootste zoektochten in het scholierenleven.

Twee soorten motivatie

Als je kijkt naar motivatie zijn er twee soorten motivatie te onderscheiden. Dan Pink heeft dit mooi in zijn Ted Talk beschreven. De twee soorten zijn intrinsieke motivatie en extrensieke. Intrinsieke komt van binnenuit, extrensieke van buitenaf.

Extrensieke motivatie

Extrensieke motivatie is motivatie die niet vanuit jezelf komt, maar die van buitenaf je opgelegd wordt. Denk aan een beloning of een straf. Beloningen zijn vervolgens te verdelen in een positieve beloning en een negatieve. Bij een positieve beloning krijg je letterlijk een beloning, bijvoorbeeld een bonus. Bij een negatieve beloning wordt er een negatief iets weggehaald, bijvoorbeeld een verkorting van je gevangenisstraf. Ook straffen is op te delen in positief en negatief. Een positieve straf is als je een straf gepresenteerd krijgt dankzij je actie, bijvoorbeeld een tik op de vingers als je met je handen eet. Een negatieve straf is als iets positiefs wordt weggehaald, zoals geen tv als je je huiswerk niet af hebt.

Met deze achtergrond informatie snap je het idee van belonen en straffen iets beter als ik het hier straks verder over ga hebben.

Intrinsieke motivatie

Intrinsieke motivatie is motivatie van binnenuit. Deze motivatie krijg je door een interne drijfveer. Bijvoorbeeld een lang termijn doel dat je voor ogen hebt. Of een verlangen naar autonomie (in staat zijn in alle vrijheid je eigen beslissingen te nemen), naar het volbrengen van je eigen doel hier op aarde. Intrinsieke motivatie is erg vaag, zelfs een beetje zweverig, maar wel een drijfveer die je ver kan brengen.

Gebruik beide soorten motivatie in je voordeel

Nu we de twee soorten motivatie gedefinieerd hebben kunnen we het gaan inzetten in ons voordeel. Moge het duidelijk zijn dat intrinsieke motivatie lange termijn motivatie is en extrensieke motivatie vooral korte termijn.

Hoe zet je motivatie in bij je studie?

  1. Definieer je doel voor het jaar. Dit is de trigger voor intrinsieke motivatie. Wat is je doel dit jaar? Het kan van alles zijn. Een 8 gemiddeld als cijfer? Een hele hoop lol? Een blog starten naastje studie/school? Als het maar duidelijk is. Jij moet zelf tevreden zijn met je doel en je moet er achter staan om het successvol te laten zijn! Schrijf dit doel op en schrijf het op een manier dat je weer gemotiveerd kan raken als je het leest. (Voorbeeld: Acht gemiddeld –> Acht gemiddeld halen om geen zorgen te hoeven maken voor de loting van die studie en er rechtstreeks inrollen!)
  2. Maak een plan! Ook hier maken we gebruik van intrinsieke motivatie. Na het definiëren van je doel ben je als het goed is gemotiveerd om aan de slag te gaan, maar dat moet nog eventjes wachten. Intrinsieke motivatie is lange-termijn motivatie, dus moeten we het ook gebruiken voor lange-termijn. Maak een plan, hoe ga je het waarmaken van je doel dit jaar bereiken? Wanneer steek je meer tijd in je studie en wanneer in andere dingen? Maak een lange-termijn plan, met duidelijke stappen.
  3. Stel beloningen op! Het klinkt vreemd om jezelf te belonen als je iets volgens plan hebt gedaan, maar ik wil het je toch vragen om te doen. Als je je aan je plan houdt elke maand, ga dan een dagje weg met je vriend(in) of iets dergelijks. Trakteer jezelf op dat leuke nieuwe computerspel of koop een paar fijne speciaalbiertjes. Beloon jezelf als je iets goed doet. Hierbij moet je proberen gebruik te maken van positieve beloningen, dat je dus iets krijgt als het goed gaat.
  4. Maar stel ook straffen op.. Ja, dat zat eraan te komen. Als het je niet lukt om aan je plan te houden, je kan het bijvoorbeeld niet opbrengen om 3 keer in de week te gaan sporten, straf jezelf dan. Maar doe dat op zeer korte termijn! Niet wezen sporten? Dan ook geen tv die avond (negatieve straf). Huiswerk niet af, geen toetje. Het klinkt heel kinderachtig, maar je moet jezelf conditioneren wil je je aan je lange-termijn doel houden.

Extra’s.

  • Denk aan je actie wanneer je je beloont/straft. Heb je goed gesport? Denk dan aan dat sporten als je dat ene spel koopt. Geen huiswerk gemaakt? Denk daar dan aan als je het toetje weigert. Op deze manier leg je de verbinding tussen actie-reactie sterker en raak je eerder ‘geconditioneerd’.
  • Jezelf positief straffen is moeilijk, iemand anders kan het doen! Jezelf positief straffen is erg lastig. Als je al geen motivatie hebt om te hardlopen, zal je ook niet snel als straf 10 keer opdrukken. Iemand anders kan dit wel voor je doen! Vertel je plan daarom aan iedereen, als je je dan niet aan je plan houdt zal je er mee geconfronteerd worden en de schaamte voelen als je vertelt dat het niet lukt. En ja, dat is ook een positieve straf..

Conclusie

Met lange termijn motivatie, intrinsieke motivatie, zal je je jaar halen. Doordat je een plan maakt en telkens het doel in je achterhoofd houdt kan je de weg bewandelen naar succes. Om elke stap op die weg te blijven zetten heb je een stok achter de deur nodig, daar dient extrensieke (korte termijn motivatie) voor. Deze blijft je pushen, ook als je eventjes geen zin hebt en je doel vergeet, totdat je doet wat je moet doen.

Het is vreemd om jezelf zodanig als een machine te zien, maar uit ervaring kan ik zeggen dat het werkt. Gebruik makend van intrinsieke motivatie kan je jezelf grote doelen stellen, gebruik makend van extrensieke motivatie kan je deze doelen ook halen. Veel plezier, geniet ervan.

Zomertips: Stressloos de zomer in (en uit)Martijn Bloksma, 5 juli 2010, Geen reacties, 1.768 views
Tags: ontspanningrelaxstressvrije tijdzomertipsJe hebt weer een jaar van druk zijn achter de rug en het is hoogste tijd om even stoom af te blazen en op te laden voor het volgende jaar. Met vijf simpele tips laat ik zien hoe makkelijk het kan zijn om zonder stress de zomer in te gaan en er weer helemaal uitgerust uit te komen. Als je het goed aanpakt is het effect zelfs maanden later nog onveranderd.Laat niets liggen tot later. Zorg ervoor dat de dingen waardoor je stress hebt niet blijven liggen tot na de zomer.Kans is groot dat ze opnieuw het zelfde effect op je hebben. Maak een duidelijke takenlijst waarop alle taken staan die tot nu toe zorgen voor stress. Geef deze taken de hoogste prioriteit en werk probeer per dag minimaal één van deze taken weg te werken. Werk zoveel mogelijk rompslomp je leven uit voordat het jouw leven gaat beheersen.Reguleer je slaap. Slaap is heel belangrijk voor je gemoedstoestand. Te weinig slaap zorgt voor een tekort aan energie, een slecht humeur, een ‘haperend’ geheugen en je leeft er zelfs minder lang door. Zorg voor een ritme, ga elke dag op een gezette tijd naar bed en maak van nachten doorhalen geen gewoonte.  Kijk hier voor meer tips om de dag uitgerust te beginnen.Doe eens iets compleet anders. Doe eens gek! Spring eens uit de band! Een actieve baan? Ga dan eens voor de verandering naar de sauna. Een rustige kantoorjob? Trommel vrienden op en ga een dagje mountainbiken. Andere activiteiten prikkelen je brein en halen je uit de sleur.Ga voor lange termijn effecten. Heerlijk als je de hele zomer geen last van stress hebt. nog veel fijner is het als je na de zomer ook lekker stressvrij kunt blijven. Zorg dus voor lange termijn effecten en maak van je leven één grote vakantie.Plan wat je kunt plannen. Zorg voor een planning die je kunt volgen na de zomer. Plan alle taken die nog gedaan moeten worden. Het beste kun je dit doen door een goed geordende todo lijst te maken. Bijvoorbeeld met Remember The Milk.Kijk terug op je successen. Kijk eens terug op wat je allemaal hebt bereikt de afgelopen tijd. Neem er even tijd voor en laat al je successen nogmaals de revu passeren. Dit moet energie geven! Meer dan genoeg energie om die paar obstakels die er nog liggen met gemak aan te pakken.Neem de tijd voor jezelf. Laat alles even voor wat het is en doe iets waar je echt gelukkig van wordt. Vind je het heerlijk om als een klein kind met een vlieger over een verlaten strand te rennen? Doen! Het is jouw leven en je heb nu even tijd voor jezelf ingepland. Natuurlijk kun je ook de tijd nemen om tot rust te komen, een momentum opbouwen om weer met frisse moed verder te gaan. Misschien is een powernap dan iets voor jou?Sluit je af voor stressfactoren. De meeste stress op het werk wordt veroorzaakt door al die verschillende communicatiemiddelen die je constant uit je concentratie houden en er voor zorgen dat je je geplande werk niet afkrijgt. Sluit je hiervoor af. Ga even apart van je collega’s zitten, zet je telefoon uit en sluit je mail af. Sluit je even helemaal af van alle factoren die jouw stress veroorzaken.Praat over je toekomstplannen. Toekomstplannen hebben is 1, er over praten is de volgende stap. Laat mensen weten wat jouw ambities zijn. Vertel ze wat je allemaal van plan bent met je leven. Alleen al door deze gedachten te delen met iemand maakt je een stuk lichter. Het kost je niet meer de energie die het je zou kosten als je je er in je eentje druk om zou moeten maken. Van plan grote veranderingen door te zetten? Lees hier meer tips voor verandering.Doe iets met muziek. Luisteren naar muziek kan echt heel ontspannen werken. Probeer het maar. Ga lekker ontspannen zitten en zet muziek op waar jij echt van kan genieten. Met Spotifykun je bijvoorbeeld jouw favoriete artiest opzoeken en afspelen. Niets anders, alleen de muziek. Heerlijk. Maar ook door het maken van muziek kun je lekker even in je eigen wereldje verkeren. Zet die zintuigen aan het werk door lekker creatief met geluid te werken.Ververs je contacten. Bel eens vrienden op die je al lange tijd niet meer gesproken hebt. Of die verre oom die je ooit eens een keer op een verjaardag gezien hebt. Het geeft een goed gevoel je contacten weer te verversen. Je zult merken dat het gewaardeerd wordt en je voelt de energie aan de andere kant van de telefoon. Geprobeerd? Voelde het goed? Hou dit dan vol en plan dezesociale energieboost.Sport alle stress uit je lichaam. Sport is mijn medicijn tegen stress! Na een dag werk achter mijn computer vind ik niets lekkerder dan mij helemaal uit te leven in de sportschool of lekker op straat door daar te gaan hardlopen. Niet alleen na het werk, maar ook voor dat je begint met werken is het heerlijk om te sporten. Zet de wekker eens 3 kwartier vroeger en ga een half uurtje hardlopen voordat je na het werk gaat. Je merkt gelijk al dat je energie hebt voor tien.En hoe ben jij van plan stressvrij de zomer in en uit te gaan? Ik ben heel benieuwd, laat het me weten in de reacties!
Het gaat om een goede combinatie van het van-buiten-naar-binnen denken – in veel organisaties kijkt alleen de glazenwasser nog van buiten naar binnen. Maar óók van-binnen-naar-buiten denken is belangrijk – bepaal en ontwikkel zélf jouw onderscheidende “core competences”. Zorg dat het geen gele bananen en ronde meloenen worden maar bijvoorbeeld blauwe bananen en vierkant meloenen.Mijn zus nam het interessante boekje “Blauwe bananen en vierkante meloenen” mee van het zorgcongres Werven met Zorg op 6 april 2010 ( bekijk de PowerPoint slides). Het boek heeft als ondertitel “Hoe creëer ik als dienstverlener unieke kernvaardigheden en onderscheidend vermogen?” . Drs. Wouter de Vries jr. vertelt in 48 bladzijden met “columns & tips met een knipoog!” dat de “core competences” van bedrijven te veel op elkaar lijken en wat je daar als bedrijf aan kunt doen.Het boekje is opgedeeld in drie delen:ken en ontdek de omgevingken en ontdek jezelfleer van je fouten en ga trainenHet boekje “Blauwe bananen en vierkante meloenen” is helaas (nog?) niet via internet te koop (ISBN/EAN: 978-90-815289-1-7). Wel te koop is het boek Dienstenmarketingmanagement van Wouter de Vries jr en Piet van Helsdingen.Ken en ontdek de omgeving (deel I)De Vries licht vier marketingbegrippen toe om begrip te krijgen van de omgeving:Segmentatie
Verschillende doelgroepen hebben verschillende behoeften. “Vraag winkelende stelletjes of ze met hun rug tegen elkaar willen gaan staan en laat ze vervolgens een omschrijving geven van de kleding die hun partner op dat moment draagt” geeft inzicht én levert leuke taferelen op, aldus De Vries. Denk ook eens aan zachte segmenten zoals risicoaversie, grootverbruik, angst etcetera.MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen)
De Vries schreef in 1995 het HBO boek Milieumarketing – destijds was het onderwerp CFK waar het nu CO2 is. De belangstelling voor het boek was nihil wat De Vries 15 jaar later doet concluderen dat de harde waarheid (the inconvenient truth) is: “het milieu interesseert ons in essentie nog steeds geen bal”.Nieuwe Media*
De Vries doet sociale netwerken zoals Hyves, Facebook, Twitter en LinkedIn maar ook bloggen af als volslagen onzin. Zonde van je tijd en mensen delen veel te veel privacy gevoelige informatie. De virtuele vrienden noemt hij nepvrienden: “want contacten op internet brengen niet, ze zijn er alleen maar om te halen.”Cultuur
Met betrekking tot cultuur is het devies open te staan voor cultuurverschillen: “Want echte grenzen bestaan alleen in je eigen hoofd”.* Met betrekking tot “Nieuwe Media” beveel ik dhr. De Vries het boek “Connect!” van Menno Lanting van harte aan.Ken en ontdek jezelf (deel II)Wees als een topkok. Stel zelf vast waar je goed in wilt zijn zoals een topkok zelf de ingrediënten bepaalt (van-binnen-naar-buiten). Luister ook naar klanten zoals een topkok signalen van klanten via de ober ontvangt (van-buiten-naar-binnen). Dit deel behandelt de twee thema’s:kernvaardigheden
Zelf beslissen waar je goed in wordt. De Vries beschrijft hoe hij tijdens zijn lezingen bedrijven een PowerPoint sheet laat zien waaruit blijkt dat de huidige core competences bij medewerkers én management niet onderscheidend én niet bekend zijn. De sheet toont een screenshot van de website met bedrijfslogo aangevuld met missie, visie en doelen van de concurrent – alle aanwezigen bij een lezing klappen enthousiast mee.radicale innovatie
De Vries roept op om radicaal anders te denken. Dit thema sluit aan bij het boek “De Blauwe Oceaan”. In de rode oceaan (lees markt) overleeft alleen de sterkste vis (lees: goedkoopste) omdat de klanten geen verschil meer percipiëren en daarom hun keuze laten vallen op goedkope en kwalitatief goede diensten. Misschien zijn blauwe bananen een goede suggestie. Of anders vierkante meloenen.Leer van je fouten en ga trainen (deel III)Tijdens touchpoints, de contactmomenten met de klant, moet je jouw kernvaardigheden waar maken. De Vries noemt de pain-pleasure curve van Sampson Lee.Klanten herkennen uw vaardigheid het beste als u eerst een “foutje” maakt. Deze pijn moet u dan wel laten volgen door pleasure.Twee voorbeelden volgen. Eén van de Politie in Almere die in de dienstverlening van de afhandeling van een diefstal alleen maar fouten maakt en zo pijn laat voelen. Peugeot doet het in het tweede voorbeeld in eerste instantie niet beter maar komt De Vries uiteindelijk tegemoet in zijn klacht. Een fout adequaat herstellen is ook een pleasure moment.Het laatste advies van het boekje luidt:Ga eens trainen. En niet op uw zwakke punten, maar juist op uw sterke punten. Maak niet van een 5 een 6 , maar van uw 8 een 9! Daar wint u de commerciële wedstrijd mee. Dat wordt dan uw blauwe banaan en/of een vierkante meloen.Met betrekking tot het concentreren op sterke punten geeft De Vries een goed voorbeeld uit de voetbalwereld.Wie verzint het om vrije trappen van 35 meter op doel te schieten? Het is maar goed dat Pierre van Hooijdonk dit niet vooraf aan zijn trainer heeft gevraagd, die zou hem direct op de bank hebben gezet.  Pierre besloot zelf om dit te gaan doen en oefende elke dag, vele uren per maand. En het valt niet mee als Ajax-supporter om deze man een complimentje te geven, maar als er één iemand is die weet hoe je een kernvaardigheid ontwikkelt, dan is het Pierre. Hij kon niet rennen, hij had nauwelijks techniek, de schaar was niet aan hem besteed, maar zijn vrije trappen waren zo mooi dat Pythagoras zijn beroemde formule zou aanpassen.

Meer lezen: http://www.eenmanierom.nl/blauwe-bananen-en-vierkante-meloenen-van-drs-wouter-de-vries-jr/#ixzz1916i3QHK

What Do You Do When It’s All Going Wrong in Your Badminton Match?by PAUL · 0 COMMENTSin BADMINTON ARTICLES,BADMINTON STRATEGY & TACTICS A forum member recently wrote about a tournament they played in. They reached the final and won the first game. Sadly, their opponents then changed tactics which resulted in a complete turnaround in the match, with the opponents winning the second and third games comfortably. As you can imagine, this pre-empted the question, “what do you do when it all goes wrong?” I promised the forum readers I’d write an article on this subject, so here it is… Before getting in too deep, I’ll begin this article by saying that there are occasions when you are going to meet a superior player or pair. In circumstances like these, your mindset plays a huge role in deciding how the game is won and lost. Just because an opponent may be superior in all departments of the game, it doesn’t mean they should win easily and on occasion, it doesn’t mean they will win at all. However, whenever you find yourself on court in a situation like this when you are clearly outclassed, there’s a huge amount to learn and absolutely no pressure on you. So You’re Completely Outgunned. In situations like this: 1)      Work hard to keep the shuttle in court. Make your opponent play the winner rather than you hand them the point on a plate.2)      Be prepared to change everything to find something your opponent doesn’t like or respond well to. This means changing the pace, fast or slow, focus your attention down one side of the court or on one opponent moreso than the other and look for the gap. Attack or defend depending on yours and their preferences. If they like to attack, try to dominate the net and force them to lift.3)      Use the element of surprise to add some confusion into the game. This can be flick serving, flicking from the net, playing a lift when you could have played a safer shot. In other words make yourself a little unpredictable so that you can potentially unsettle your opponent.4)      Take chances. Throw a few high risk moves into the rally e.g. your opponent plays a very tight net shot and you try to kill it on the net. Very high risk but can be mentally off-putting for your opponent. Some players would add in here a little gamesmanship. Personally, I don’t like these kind of badminton tactics e.g. not being ready for the serve. Players who use these tactics are verging on cheating and I don’t see any pleasure in this behaviour on court. Some may disagree, especially some pros who use these tactics frequently. You’re Capable of Winning, But You’re Not Responding Well To A Change In Badminton TacticsI began this article by explaining the scenario which prompted the article. So to recap, you won the first game, then your opponents changed tactics and now you’re losing point after point. Help! 1)      First of all, understand what’s different. Have your opponents focussed their attention on one player in a pair or in one particular area on court?2)      Stop and decide on one tactic to try and combat this change. It could be as easy as changing one shot early in a rally. Test this a number of times and see what the average response is. You cannot try it once and give up if your opponent responds well first time. It could have been a fluke or poorly executed shot by you.3)      In doubles, go back to the badminton basics. Remember what your strongest formation is and your opponent’s weakest formation. Question whether your opponents have moved you away from your strongest formation, and own up if they are pressuring you into mistakes. Remember, in doubles, you need to be honest. If you’ve been targeted, tell your partner you’re having a problem and then figure out ways to recover this situation.4)      If your opponents are finding ways to get into their strongest formation, figure out what they are doing. What shots are you playing that allows this to happen? Try something different or opposite to what you’re currently doing.5)      Discuss what’s happening around serve/return. Where are your opponents serving to and where do they stand to take the return? Again, change what you’re doing from the way you stand to the places you return the shuttle. If playing wide, go for body shot returns. Change the pace too. Where are you serving to? Has your opponent changed their base position and therefore this area isn’t as open anymore?6)      In doubles, question which of your opponents is really playing well and making more of the play and/or hitting the winners. Focus your attention on their partner and continue a concentrated attack strategy to see if this begins to break down their winning ways.7)      Another badminton tactic for doubles would be to decide which of your opponents is the slowest of the pair. Focus your attention on speeding up this player and disrupting their rhythm. This unsettling technique may be the one that upsets the pair.8)      If it’s getting all too fast and really tight around the net, then switch the play to the rear court, especially lifting deep into the corners. Sometimes a player or pair are very good at moving forward and pressurising. Getting the shuttle behind them consistently can be a great tactic. It forces the player back and causes sufficient doubt to make them hesitate moving forwards.Summary OK, you’ve got a huge number of ideas here to test. There are more tactics to add, although they’re really sub-sections of points already raised. In addition to testing these, you must remain calm and focussed. Allowing a temper to flare will not help you because you are not in the right state of mind to focus on the game plan. These are the things to test to get back into the game. So, if you’ve won the first and are losing the second game heavily, then you’ve nothing to lose, give it a go and hopefully this will allow you to find the winning formula for the third game. If the second game is tight, then you shouldn’t need most of these tips. In a situation like this, playing safe and keeping the rally going is more important. You need to remain focussed and hope your opponent loses concentration and makes a mistake. At the end of the day, badminton is a game where more points are won on mistakes than winners. Cut out silly mistakes like hitting out of the side, not getting the shuttle over the net, poor serve and you automatically improve your chances of winning the point.Tagged as: Badminton MindsetBadminton Strategies & Tactics
Warning: product contains traces of rant

Rants are healthy if applied in moderation. High concentrations can cause hypertension, irritable bowel syndrome, and incontinence. Use only as advised by a doctor.

This rant contains no personal attacks, but was manufactured in a factory that uses personal attacks.

If swallowed, seek medical attention immediately, and show this label.
====


I have seen so much rubbish taught by badminton coaches, that I can no longer attribute it purely to ignorance. I think there are two additional reasons:
Coaches are presenting their ideas in misleading ways.Coaches are deliberately teaching techniques that they know to be wrong.
This isn’t just something that happens with inexperienced coaches. I’ve seen some dreadful codswallop taught by highly experienced and senior coaches, who surely know better. And I’m sick of it.

Ignorance is excusable: you can’t always be right about everything. If flawless knowledge were a prerequisite for being a coach, then no coaches would exist. However, I do think this is a reasonable requirement: coaches should be open to changing their ideas when presented with compelling information.

Incompetent presentation is less excusable. During coach training and conferences, I have heard time and again about the importance of communication skills: the ability to express ideas clearly; the ability to listen (not just to hear); the ability to organise a group so that it can see and hear whatever you are presenting; the ability to consider things from the players’ point of view. Every coach will put hand on heart and swear his commitment to learning good communication; and when questioned, every coach will say that he has good communication skills. Furthermore, many put on false modesty, secretlythinking that they have outstanding communication skills.

With the exception of one group of cognitively disabled athletes I worked with, I believe I have never seen worse communication skills than at gatherings of coaches. The disabled athletes had a damn good excuse; the coaches did not. Almost every coaches’ conference I have attended has resulted in hopeless cross-conversations — an abundance of talking, and no listening. Trivial misunderstandings blossomed into intractable arguments.

At the very same coaches’ conferences, we (the group) often pat ourselves on the backs for our marvellous communication skills. Being coaches, we know all about communication. What rubbish! Without exception, I see better communication at events for players than at events for coaches. That’s right: players are typically better at communicating than coaches.

I also worked with another group of disabled atheletes, who were brain-damaged. I genuinely believe that thisgroup had better communication skills that many coaches. Some of them could barely speak, but almost all of them could listen. I don’t know exactly how it happens, but it seems that some coaches lose the ability to listen when they don their “coach’s hat”.

I have seen senior coaches, with decades of experience and a fistful of qualifications, turn their backs on half the group while talking. This can be avoided with the simplest of preparation: just ask the players to move over there, where you can face them all at once. These are extremely basic errors. I’m not talking about a one-off mistake either: I’m talking about a habitual mistake — something that the coach does almost every time.

I suggest that badminton coaches, as a population, are neither exceptionally intelligent nor stupid. They are average, and they have average communication skills. This is fine, except that many assume that they have exceptional communication skills (“of course I’m good at communicating — I’m a coach”).

Good communication is really, really hard. Unless you have a special talent, it takes practice even to be competent. The problem is that some coaches don’t believe they need the practice. They are blind to their own inadequacies; they don’t think they do anything wrong.

But enough about incompetent communication. Let’s talk about another form of bad communication. Let’s talk about lying.

Coaches routinely lie to their students. They teach a technique that they know to be wrong, because they believe the player can’t handle the proper technique. This is deeply patronising and harmful to the players’ long-term skill development.

Of course, it’s often necessary to simplify a technique in order to start practising it. This allows you to build up a complex technique gradually. The problem is that coaches are not telling players what they are doing.

If you are teaching players a simplified technique, then tell them. It doesn’t take many words, and it’s not hard to understand: “I’m going to show you a simplified version of the technique. I’d like you to start by practising this, because it will help you learn the skill.”

What you should never do is present a simplified technique as being the “full” technique. Specifically, never teach something wrong unless you explain that it’s a temporary practice. Otherwise, the players usually get the wrong idea: they assume you have shown them the correct technique. Some of them will actually changegood aspects of their technique, and replace them withbad aspects of the (simplified) technique you showed.

I am not suggesting that coaches should teach all details of a technique at once (this would just lead to confusion). What I am suggesting is this:
Avoid teaching something that is wrong.When you want players to practise something “wrong” for purposes of simplification, explain what you’re doing and why.
This problem is most severe when a senior coach is “parachuted in” for a one-off training session. The players may never see him again, so he may never get the chance to correct their misapprehensions.

It’s amazing how much faith players have in coaches. Players will often believe whatever the coach says, even if it seems impossible to perform. We have a great responsibility here. If we are teaching a simplified technique, we owe it to our players to let them know.

But that’s not the worst of it. I have seen coaches “correcting” good aspects of a player’s technique, because the coach wanted them to practise a simplified version instead. So the coach is telling the player, “you’re doing it wrong” — when in fact, the player is doing it right. The coach may have good reasons for wanting the player to practise the simplified technique — for example, it may isolate some weak aspect of the player’s technique. But the coach must explain the reason for doing that. Otherwise, the player is misled into thinking that his whole technique is wrong.

To bring this rant to an end, I would ask all coaches to keep the following in mind:
Keep your mind open to new ideas.Question your own communication skills, and practise improving them.Don’t patronise players by teaching them wrong techniques.
On a positive note: 

The last coaches’ conference I attended exhibited much better communication than usual. Perhaps — just perhaps — this indicates we are getting better at this stuff.

Some coaches truly are excellent communicators. I have even known a few to be inspirational. These are our role models; let’s try to be more like them!




How often do you hear someone finish a match and then they begin to complain about something that caused them to lose?  Something happened during the match, or there were some conditions on the court that made it “impossible” for them to win, or say they claim.  The excuses are many, but just to list a few:The lighting was badThe ceiling was too lowThe walls are painted a colour which makes seeing the shuttle impossibleThere is wind in the hallThe floors were slipperyMy racquet is no goodThe shuttles were too fastThe shuttles were too slowMy opponent was a hack, his awkward style through me offI’m sure you can add to that list, either from excuses you’ve heard, or from excuses you’ve come up with yourself.  There’s a funny thing about excuses though, once you deal with one another one pops up to fill it’s place.  They are never ending because the problem was not whatever excuse you were coming up with, the problem is the fact that you see the external influences around you as unbeatable obstacles.  The reality is whatever harsh conditions you might be dealing with, your opponent is likely dealing with them as well.  And even if they weren’t dealing with those circumstances, it doesn’t matter because nobody cares about your excuses.  While it might make you feel better about losing, it won’t help you to become a better badminton player.The easy way to get past these conditions that are bothering you is to accept them as just being part of the game, and instead of worrying about them shift your focus to things that you can control.  So what do you have direct control over in your badminton game?  Let’s look at this from two perspectives, first during game play, and second during practice/training.Game PlayDuring game play the first thing you have control over is the shots that you are hitting.  Pay attention to your shot selection and executing the strategy and tactics that you decided you would use.  Try not to make improvements upon your game during game play.  In other words if you are struggling to improve your cross court net shot, avoid using it too much during game play, save it for practice.  Another major thing you have control over during game play is your thought process and your self talk.  This is perhaps the most important thing you need to focus on during game play, and what makes the biggest difference between the very best players and us mere mortals.  You need to be positive during matches, and you can’t let things like fast shuttles or other issues become excuses.However, the reality is that during game play there is not a whole lot that is within your control.  Most of the hard work has already been done well before this point while you were practicing and training your shots and your body.  Once the games begin, all you can do is stay focused on executing what you have practiced so many times before.Practice/TrainingThis is the time where you have the most control over your badminton game and your ability to succeed.  During practice you can work on your shots extensively and refine them to the point that you don’t need to think about your technique when it comes time to actually play.  If you find that you make a lot of unforced errors during matches, then you should focus on drills that help you to improve your consistency.  If your opponents are killing your net shots because you don’t hit them tight enough, then practice your net shots more.  It’s really not that complicated, but it does require you to put in that effort.Perhaps the biggest area that we neglect is our physical training.  Sure playing badminton is fun, and it’s an easier way to maintain our fitness than running or during intense training, but if you want to see better results you have to be fitter.  When you are playing a tournament or even just a match in your local club and you start feeling tired, there isn’t much you can do because it’s too late.  You should have put that effort in beforehand.  If you and I are playing each other and we have equal skills, but I’m much fitter than you, I will win most of the time.Are you making excuses for yourself?  Well stop it!  Spend the time before your matches, before your tournaments, and focus on improving the things that you have control over.  If you find yourself making excuses the reality is that your opponent was just better on that day, pure and simple.  Now go out and kick some butt!Cursus ‘Mentale Begeleiding door Ouders’





maandag, 04 oktober 2010 13:00
Het Mental Training & Coaching Centre (MTCC) organiseert in samenwerking met het Topsport Steunpunt Noord een cursus van drie avonden voor ouders/ begeleiders van (aankomende) topsporters. De cursus start op 1 november 2010. Aanmelden kan nog tot 8 oktober 2010!Inhoud van de cursusEerste avond
Op de eerste avond is het thema “Bewustwording”. Er zal een groepsdiscussie zijn waarbij de belangrijkste vragen en problemen in de begeleiding van het kind besproken kunnen worden. Ook wordt er een vragenlijst ingevuld waarmee wordt gekeken naar de doelstellingen die de ouders hebben voor begeleiding van hun kind.Tweede avond
Op de tweede avond zal worden gepraat over het thema “Effectief omgaan met kinderen”. De resultaten van de ingevulde vragenlijst zullen worden besproken en ouders kunnen a.d.h. daarvan hun eigen aandachtspunten bespreken. Er zal informatie worden gegeven over de mogelijkheden voor begeleiding voor ouders (o.a. van de sportpsycholoog) en er wordt informatie gegeven over de mogelijkheden van mentale training voor sportende kinderen.Derde avond
Centrale thema is de rol van de ouders bij (grote) wedstrijden en de (ver)houding naar coaches en andere begeleiders. Verder is er dan voldoende ruimte voor het beantwoorden van vragen die gedurende de eerste twee bijeenkomsten zijn ontstaan.Kosten
Deze cursus zal in totaal € 125,- per persoon kosten (dus twee ouders = € 250,-). Als er voldoende aanmeldingen zijn en het definitief doorgaat ontvangt u van ons een factuur.Cursusdata
Maandag, 1, 8 en 22 november: elke avond vanaf 19.00 uur tot ongeveer 22.00 uur.Locatie
Wordt afhankelijk van woonplaats geïnteresseerden bepaald: Groningen, Heerenveen of elders. Onderaan dit formulier kunt u wel een voorkeur aangeven.
Doelgroep
De cursus is bedoeld voor ouders/verzorgers van sporters met een NOC*NSF talentstatus (IT, NT of BT). Deze groep krijgt voorrang bij de invulling van de cursus. Daarnaast worden ouders/verzorgers van de sporters met een Regio Junior status uitgenodigd; bij voldoende ruimte komen zij tevens in aanmerking voor deelname aan de cursus.Aanmelden
Om u aan te melden voor deze cursus kunt u contact opnemen met het Topsport Steunpunt Noord Groningen: info@noordsport.nlDit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. / 050- 526 66 60
Geschreven door coacheric   
dinsdag, 05 oktober 2010 21:30
Is Your Mindset Destroying Your Chances of Winning Your Badminton Match?from Badminton Coach by PaulI’ve been following a very interesting thread on my forum recently where members have posted a range of scenarios that have contributed to a change in fortunes on court with disappointing and frustrating results.It’s sometimes very difficult to stop situations like these occurring. However, there are a number of tools you can adopt to protect yourself from falling into the same trap and being drawn into almost unrecoverable and destructive mindset that can cost you more than the game itself.We’ve all been on court at times when we’re really in the “zone” seeing the shuttle so much earlier, hitting free of tension and playing superbly well, reading situations and being on top of our game. So why can’t we do this more often? Let’s explore.Let’s take a look at a few situations…Situation #1You have a commanding lead, having won the first game. Suddenly your partner eases off and let’s a few points slip by.Before you know it, you’re drawn into the same mindset as your partner and you lose the second game. Your opponents now have the upper hand and you’re struggling to find the form you displayed in the opening game and the early stages of the second game.How do you deal with situations like these?First of all, recognise something very important. Whatever happens around you, you are choosing to follow a pattern of behaviour. In fact, it’s probably happened before and your mind recognises it. Therefore it’s easy to fall into the same behaviour pattern again.With this in mind you need to deal with this off court. Think back to the time this first happened to you. Replay the match in your mind. When this first happened, you chose to follow the behaviour of your partner. Why was that? What positive feelings did this behaviour give you at the time? Was it a sense of belonging, comradeship?If this happened when you were young, then there could have been many impressionable thoughts based on insecurities at the time that are no longer in your immediate psyche, but buried somewhere deep down e.g. respect for your then partner who may have been older and someone you looked up to.Search for the answer and when you find it, you need to recognise that this was a behaviour learned when you did not know better. Decide today that this behaviour no longer serves a purpose for you and who you are today, and that this behaviour will never be required again in situations like this. This behaviour will now be replaced by a controlled, aggressive, fast thinking, fast acting highly skilled badminton player. (note if you are to remove a behaviour, you need to replace it with something).OK, I’m going deep here, but, that’s what sports performance is all about – it’s finding the little keys that will open up a far superior state of mind.So, what can you do on court?You need to listen to your self-talk very carefully. It’s common that we all talk to ourselves during the day by way of thought. What we say to ourselves has a huge bearing on the outcome we achieve e.g. if we say, “I’m not playing well today and keep hitting the shuttle out,” then our brain hears this, decides it’s an instruction and continues to help you not play well and hit shuttles out.In this case, if you said “I am a highly skilled badminton player, taking too many high risk chances. I’ll keep the shuttle in from now on by playing a little more inside the court” then chances are that’s what you will do.Back to our example…So if your partner is having an off day you could change your self-talk to super charge your game. You could say “my partner is getting a bit tired so I need to really focus and see the opportunities to set up or kill the shuttle so that they can get some rest and be ready for the next round of the tournament.”I’ll guarantee the outcome of this kind of self-talk will be considerably different to what you’re currently saying.Scenario #2This is similar to number one. You’re playing at club night against lesser players or you have a huge lead. Yet again, you fall into the trap of easing off. What do you do?Again, watch your self-talk.What you need to be doing is “re-framing” the situation in your mind to change the result. So instead of “why am I playing with these players – they’re dragging my game down.” You could change this to “it’s time I raise my game and demonstrate how quality play can change a game.”Different words – different outlook=different resultAlso, if you’re going on court with lesser skilled players, this is a time where you can work on your game. Choose one thing to focus on e.g. see how many times you can return the serve to one area to either set up an opening for attack or kill the shuttle.Again, these are simple mindset changes which are very effective.Scenario #3I call this the “it always happens to me syndrome.”I was recently talking to a student of mine who was describing a training session of singles games he had against a certain player. When I asked the final score he told me he lost 6-2 in games. Mmm, I thought, before asking him “what was the score the previous time you played him?”Oh, 6-2 to him he replied. Interesting. “Is this a frequent score then?” Yes.I then explained that if he had won two games, this meant that he was capable of beating this other player every time he played.Following this I then asked him “are the scores close in the games you lose?” Yes, I usually lose 21-18 or 19. I’m always up and then give away a few easy points and let him back into the game. I can’t seem to close out the game.That’s it – I understand now! If this sounds familiar then listen up…What happens here is that my student has conditioned his mind to behave in a certain way since the first time he played this other county player. He’s conditioned his mind to lose 6-2. Therefore if he’s in a commanding lead which would break the 6-2 score, his self-sabotage behaviour pattern intervenes and creates the conditions where he makes a series of errors to change the score.At the end of the game, whilst he’s lost and disappointed, he also has a feel-good feeling because he’s returned to his comfort zone where he’s most secure.The question now is “in which circumstances around you are you self-sabotaging?”Once you understand what’s happening, you can do something about it.1)      Listen to your self-talk. What are you saying to yourself? How do you choose to respond to this with the feelings you generate?2)      Who in your past or present do you look up to as a role model for being a professional athlete who has achieved all there is in their chosen sport? What do they sound like?3)      Substitute the professional voice for the one that has been talking to you. What words would the professional say to you in situations where self-sabotage takes place? What are they saying to you now that sends a shiver down your spine and changes how you feel and makes you want to give more than you’ve ever given before?4)      Agree with your professional athlete that you have sacked the previous guy and that they are now hired to work with you on and off the court to help you achieve all you can in sport and life.5)      Never go on court without a plan. This could be to practice one shot or a complete game plan to take on your opponent(s). In doubles, make sure your partner has bought into the plan too.6)      Recognise that there are times when you will meet the better player. In situations like these, you and your professional athlete will give respect where it’s due and work out the best plan you can. You also remember that this is your greatest test, a challenge you have been training for, and you are ready to raise your game and fight for every point.  SummarySome of you may be wondering what this article is all about whilst others have grasped it and are ready to make changes. There are plenty more tools you can use such as music to always get you in the mood to play well.I used to use the theme tunes to Rocky films like Eye of The Tiger to really psyche me up for a game. Which tune do you use to get you into the right frame of mind to win? If you haven’t got one, find a tune that sends that feel-good shiver down your spine. Now capture it on mp3 and take it with you wherever you go.You need to remember that we are not provided with an instruction manual to understand our minds. However, our mind is an amazing, powerful tool that drives us forward way beyond our perceived limits or can stop us in our tracks with self-sabotage tactics.All our behaviours are learned over the years, even winning and losing. As we choose our responses to all the various stimuli around us, recognise that the key word here is CHOOSE. We are therefore capable of re-learning and changing our patterns of behaviour and therefore creating a completely different outcome.That’s why you’ve seen such amazing transformations on television when you see a person freak out when they see a snake or spider and after 20-30 minutes of conversation with a specialist they have the snake around their neck or spider in their hands looking at it with completely different eyes. This is NOT making someone do something they don’t want to do, but removing the trigger for a learned “immediate response” behaviour and then replacing the behaviour pattern with completely different feelings and therefore different actions.Feel free to ask questions or comment on this subject either using the comment box below or on my forum.

Heb je vannacht lekker geslapen? Op de één of andere manier is dat best een zinnige vraag. Als je te weinig slaap krijgt, wordt je niet alleen chagrijnig, maar gaat dat ook ten koste van je werkplezier en productiviteit. Je brein is er nou eenmaal niet voor gemaakt om volcontinue op hoge toeren te werken.

Des te vreemder dat het juist je eigen gedachten kunnen zijn die je uit je slaap houden. Ik pretendeer niet dat we dat 100% voor je op kunnen lossen, maar sinds ik zelf Getting Things Done ging gebruiken lig ik nooit meer wakker van alle ‘losse eindjes’ in m’n hoofd. Die zijn er namelijk niet meer.

Slaap lekker vanavond,
Taco Oosterkamp


Hoe je ’s nachts weer lekker slaapt

Ben je gefrustreerd omdat je ’s avonds een hele tijd wakker ligt voordat je in slaap valt? Na een drukke dag ben je blij dat je om half twaalf eindelijk je hoofd op je kussen kunt leggen. Slapen wil je. Heel lang slapen. Maar na een half uur ben je nog steeds bij je volle bewustzijn. Gedachten malen door je hoofd: ‘Hoe zit het eigenlijk met dat verslag waar Janneke mee zou komen?’, ‘Niet vergeten morgen Gerard te bellen’, ‘Ik moet wel zorgen dat ik morgen voor het overleg nog dat rapport afschrijf.’ Je probeert je gedachten wel stop te zetten, maar je hoofd heeft blijkbaar andere plannen. Na een paar uur val je eindelijk in een onrustige slaap. En vijf uur later schrik je weer wakker van de wekker…

Met meer energie aan het werk

Als je je gedachten wèl stop kunt zetten, is de kans een stuk groter dat je snel in slaap valt. Je wordt dan in ieder geval niet ‘wakker’ gehouden door je eigen hoofd. En als je eindelijk weer eens acht uur achter elkaar slaapt, kan de wereld er zomaar heel anders uitzien; de taken op je to-do lijst lijken opeens wel te doen, je kunt je concentreren op je werk en je collega’s zijn toch niet zo irritant als dat je gisteren nog dacht. Kortom: je hebt weer wat spankracht om er tegenaan te gaan.

Je onderbewuste helpt je niet

Het is lastig om in slaap te vallen als je nog veel ‘losse eindjes‘ in je hoofd hebt. ‘Losse eindjes’ zijn al die dingen die nog niet af zijn; het verslag van Janneke, de vraag van een collega, het rapport wat je nog moet schrijven, een mailtje naar een klant. Alles waar je nog iets mee moet. Als je die losse eindjes probeert te onthouden, kan het gaan ‘malen’.

Je onderbewuste helpt je namelijk herinneren aan ‘losse eindjes’. Zolang je Gerard nog niet gebeld hebt, zal je onderbewuste dat af en toe in je gedachten brengen. Dat is aardig van je onderbewuste, maar niet handig. Je hebt namelijk geen controle over wannéér ze dat doet. En in de praktijk merk je dan dat ze juist die momenten pakt dat jij wilt ontspannen. Dus juist als je wilt gaan slapen, grijpt je onderbewuste haar kans.

Hoe je toch weer lekker slaapt

Hoe zorg je er nou voor dat je niet meer wakker ligt van ‘losse eindjes’? Ik heb een aantal tips voor je op een rijtje gezet.

Je hebt een betrouwbaar systeem nodig buiten jezelf. Als je een systeem hebt waar je al je ‘losse eindjes’ in opslaat en wat jou op het juiste moment helpt herinneren, zul je merken dat je onderbewuste het opgeeft. Denk bijvoorbeeld aan je agenda. Je ligt niet wakker over waar je volgende week woensdagochtend om 10 uur moet zijn, want dat staat in je agenda. Op dezelfde manier heb je een systeem nodig voor àlles wat je moet doen. Getting Things Done is zo’n systeem.

Schrijf de hele dag door alle ‘losse eindjes’ op. Zorg dat je altijd een notitieblokje en een pen bij de hand hebt. Of tik alle klusjes in op het takenlijstje in je telefoon. Wat je je ook bedenkt, schrijf het op. Al is het maar dat je kattenvoer moet kopen. Als je dat consequent doet, zul je merken dat het al wat rustiger voelt in je hoofd.

Verwerk de briefjes één keer per dag. Alles opschrijven kan al ruimte geven in je hoofd. Maar als je de briefjes vervolgens nooit meer doorkijkt, zal die rust van korte duur zijn. Je onderbewuste vertrouwt er dan namelijk niet op dat je die acties ook gaat doen. En dan gaat ze je toch weer helpen herinneren. Zorg dat je op één moment op de dag alle briefjes die je geschreven hebt verwerkt; neem beslissingen over wat je ermee gaat doen en zet de taken daarvoor in je systeem.

Doe eventueel aan het begin van de avond nog een ‘minddump‘. Pak rond 19.30 uur een kladblok en een pen en schrijf alles op wat er op dat moment nog in je hoofd dwarrelt. En dat hoeven niet alleen klusjes te zijn; ook die opmerking van je collega die je raakte of die spannende presentatie waar je nog van moet bijkomen. Schrijf het allemaal op.

Stop een uur voordat je gaat slapen met computeren en tv kijken. Tv kijken, internetten en je e-mail checken houden je ‘wakker’. En ze kunnen ervoor zorgen dat je weer nieuwe ‘losse eindjes’ in je hoofd krijgt. Zet een uur voordat je gaat slapen je computer en tv uit, neem een warme douche, trek je pyjama en pantoffels aan en ga lekker op de bank zitten. Drink nog een kopje thee of een glas warme melk. Als je daarna gaat slapen is je lijf in ieder geval al een stuk rustiger.

Leg een kladblok en een pen naast je bed. Dan kun je de gedachten die toch nog door je hoofd gaan meteen opschrijven. Leer ‘blind’ te schrijven, dan hoef je niet eens het licht aan te doen:-)

En als je toch wakker ligt, kun je beter even je bed uit gaan. Schrijf opnieuw op wat er op dat moment door je hoofd gaat. De kans is dan groter dat je daarna alsnog in slaap valt.

Wil je weer lekker kunnen slapen ’s nachts? Koop dan een notitieblokje en een pen en schrijf alles op waar je nog wat mee moet.